Contentverzamelaar

Europese Commissie plechtig ingezworen voor het EU-Hof
Tijdens een plechtige zitting voor het EU-Hof hebben de voorzitter en de leden van de Europese Commissie de in de EU-Verdragen neergelegde ‘plechtige verbintenis’ aangegaan. Voordat de voorzitter en de leden van de Commissie deze plechtige verbintenis aangingen, heeft Koen Lenaerts, president van het EU-Hof, een toespraak gehouden waarin hij de nieuwe Commissie een opmerkelijk lijstje met huiswerk meegeeft.

De plechtige zitting vond plaats op 13 januari 2020.

De Voorzitter Von der Leyen van de Europese Commissie heeft bij deze gelegenheid verklaard: "We moeten trots zijn op onze Verdragen en ons Handvest en we zweren vandaag onze gemeenschappelijke waarden te respecteren en te beschermen, die van Europa een plaats zonder gelijke in de wereld maken. Wij leggen de eed af ten overstaan van de rechters, die het recht en de rechtsstaat, de fundamenten van onze Unie, vertegenwoordigen. En met deze eed verbinden wij ons er ook toe om ons ten overstaan van de Europese burgers in te zetten voor steeds nauwere banden tussen hen en de Europese instellingen en voor meer transparantie. "

Volgens artikel 245 van het EU-Werkingsverdrag verbinden de Voorzitter en de leden van de Commissie zich bij hun ambtsaanvaarding plechtig om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van die ambtsperiode. Er is dus strikt genomen geen sprake van een eedaflegging of een belofte, maar het aangaan van een verbintenis.

Hoewel in de Verdragen niet specifiek wordt geregeld hoe de plechtige verbintenis moet worden aangegaan, heeft de Commissie er altijd veel belang aan gehecht dat deze verbintenis wordt aangegaan voor het EU-Hof.

De door de voorzitter en de leden van de Europese Commissie aangegane plechtige verbintenis luidt als volgt:

„Benoemd tot lid van de Europese Commissie door de Europese Raad, na de stemming houdende goedkeuring in het Europees Parlement, verbind ik mij er plechtig toe:

- de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bij de vervulling van al mijn taken na te leven;

- mijn verantwoordelijkheden volkomen onafhankelijk uit te oefenen, in het algemeen belang van de Unie;

- bij de uitvoering van mijn taak geen instructies van enige regering, instelling, orgaan of instantie te vragen of te aanvaarden;

- mij te onthouden van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van mijn ambt of met de uitvoering van mijn taken.

Ik neem akte van de verplichting die bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is ingevoerd, die inhoudt dat elke lidstaat dit karakter moet eerbiedigen en niet mag trachten de leden van de Commissie bij de uitvoering van hun taken te beïnvloeden.

Voorts verbind ik mij ertoe om gedurende mijn ambtsperiode en na afloop daarvan de uit mijn taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, in het bijzonder om eerlijkheid en kiesheid te betrachten in het aanvaarden van bepaalde functies of voordelen na afloop van mijn ambtsperiode.”

Bron:

Bijlage

Toespraak van Koen Lenaerts, President van het EU-Hof

„In artikel 245 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat de leden van de Commissie zich er bij hun ambtsaanvaarding plechtig toe verbinden om gedurende hun ambtsperiode en na afloop daarvan de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen.

Hoewel niet uitdrukkelijk is voorzien in enig voorschrift ter zake, is het vaste praktijk dat deze plechtige verbintenis wordt aangegaan voor het Hof. Deze praktijk waarin een dubbele symboliek besloten ligt, vestigt de aandacht op de gehechtheid aan de eerbiediging van het recht, die kenmerkend is voor de Europese Unie en de werking van haar instellingen, waaronder de Commissie. Die praktijk benadrukt tevens het belang van de taken die de Commissie overeenkomstig de Verdragen dient te verrichten.

De samenstelling van het nieuwe college van Commissarissen, dat zo dadelijk voor het Hof de plechtige verbintenis zal aangaan, getuigt in verschillende opzichten van een mooi evenwicht: 12 vrouwen en 15 mannen, een combinatie van uittredende commissarissen en nieuwe talenten, verschillende voormalige minister-presidenten of ministers, voormalige leden van het Europees Parlement of van nationale parlementen, grote namen uit de economische en de financiële wereld of voormalige permanente vertegenwoordigers bij de Europese Unie.

Dit team beschikt dus over alle vaardigheden die noodzakelijk zijn om op een doeltreffende wijze de uitdagingen aan te gaan waarmee de Europese Unie thans wordt geconfronteerd en waarvan ik de belangrijkste vandaag onder de aandacht wens te brengen.

Om te beginnen heeft het resultaat van het referendum van 23 juni 2016 over het Unielidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie in een situatie gebracht die weliswaar het resultaat is van een democratische keuze, maar die ons als Europeanen droevig stemt en die volkomen nieuw is in de geschiedenis van de Europese integratie. Indien de Brexit, zoals alles doet vermoeden, plaatsvindt op 31 januari aanstaande, zal de Commissie zonder twijfel een hoofdrol vervullen om voor een ordelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk te zorgen, onder meer door de overgangsperiode waarin de terugtrekkingsovereenkomst voorziet in goede banen te leiden en door te onderhandelen over de aard en de inhoud van de toekomstige betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Voorts wordt op alle niveaus – lokaal, nationaal, Europees, mondiaal – steeds meer actie ondernomen om het bewustzijn over de klimaatverandering en de almaar meer voelbare en onrustwekkende gevolgen ervan voor met name de ecosystemen en de biodiversiteit, en uiteraard ook voor onze gezondheid, te vergroten. Deze globale bewustmakingsbeweging gaat hand in hand met de zoektocht naar een samenlevings- en ontwikkelingsmodel dat ,duurzamer’ en ,houdbaarder’ is op het gebied van milieu en energie.

De snelheid waarmee de nieuwe Commissie een van haar prioriteiten – zo niet ,de’ prioriteit – van haar actieprogramma heeft willen concretiseren, kan ons in dit verband enkel verheugen. Ik heb het dan over de voorstelling op 11 december jongstleden – dat wil zeggen enkele dagen nadat het nieuwe college van Commissarissen was aangetreden – van de ambitieuze ,Europese Green Deal’ (,European Green Deal’), die tot doel heeft de Europese Unie tegen 2050 ,koolstofneutraal’ te maken.

Een andere grote uitdaging is de aanpak van de migratiecrisis waarmee ons continent reeds een tiental jaren wordt geconfronteerd. Die crisis is een van de grootste bezorgdheden van de Europese burgers, vormt een voedingsbodem voor proteststemmen en heeft tot gevolg dat er in een groot aantal lidstaten sprake is van reflexen om zich terug te plooien op de eigen identiteit. Dit thema is een echte splijtzwam en is tevens een bron van soms hevige spanningen tussen de lidstaten. Het zal voor de politieke instanties een grote uitdaging zijn om deze spanningen te doen afnemen door maatregelen voor te stellen die – zoals artikel 67, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorschrijft – ,gebaseerd [zijn] op solidariteit tussen de lidstaten en [die] billijk [zijn] ten aanzien van de onderdanen van derde landen’.

Recenter is er in verschillende lidstaten ongerustheid ontstaan in verband met de eerbiediging van de rechtsstaat, de democratie alsook de fundamentele rechten en vrijheden. Dit heeft geleid tot een toename van – met name prejudiciële – zaken bij het Hof. Wat betreft die gemeenschappelijke waarden, die – zoals u het goed hebt uitgedrukt in uw actieprogramma, mevrouw de voorzitter – het ,handelsmerk van de Unie’ vormen, is geen compromis of toegeving mogelijk.

De migratiecrisis en de zaken die verband houden met de rechtsstaat, behoren tot de belangrijkste oorzaken van de heersende euroscepsis. Het zal de komende jaren een uitdaging zijn voor de Commissie en voor alle Europese instellingen om in de communicatie met de burgers nog meer de nadruk te leggen op de meerwaarde van de Europese Unie en daarbij gebruik te maken van eenvoudige en directe taal. Die meerwaarde is zo markant dat zij bestand zou moeten kunnen zijn tegen elke vorm van fake news of kwaadwillig misbruik.

In essentie heeft de Europese integratie een eeuwenlang door oorlogen verscheurd continent veranderd in een haven van vrede en welvaart, waar de individuele rechten en vrijheden alsook de democratische waarden niet slechts holle concepten zonder praktische betekenis zijn. Zij heeft de levensstandaard van de burgers in elke lidstaat op spectaculaire wijze verhoogd, of het nu gaat om de oprichtende lidstaten of om de lidstaten die recenter tot de Europese Unie zijn toegetreden.

Voorts moet een Europese Unie die als rechtvaardig wil worden beschouwd, gevallen van fiscale of sociale fraude bestrijden. Die gevallen dragen er namelijk toe bij dat de onmiskenbare voordelen die de grote Europese markt biedt voor zowel burgers als ondernemingen, worden overschaduwd. Voor het economische model van Europa, dat het resultaat is van decennia van integratie en toenadering van de nationale rechtsstelsels, kan enkel een draagvlak bestaan indien dit model doelstellingen die verband houden met welvaart, fiscale billijkheid en sociale rechtvaardigheid, met elkaar verbindt.

Een andere uitdaging voor Europa wordt gevormd door de digitalisering van de samenleving. De uitdagingen die de informatietechnologie met zich meebrengt, doen heel wat delicate vragen rijzen, met name op het gebied van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens, op het gebied van het waarborgen van de veiligheid en op ethisch gebied.

Ten slotte is Europa geen geïsoleerd continent, maar ontwikkelt het bilaterale en multilaterale betrekkingen met de rest van de wereld. Niet alleen de uitdagingen die verband houden met de welvaart van ons continent op middellange en lange termijn, maar ook die welke verband houden met de internationale vrede en veiligheid en met duurzame ontwikkeling, kunnen enkel met succes worden aangegaan in een constructieve dialoog met onze partners.

Sta mij toe u te herinneren aan het grote belang van de functie van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die tevens vicevoorzitter van de Commissie is. Deze functie is ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon en is in de plaats gekomen van de functie van hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Zij heeft laatstgenoemde functie geconsolideerd en versterkt door de daaraan verbonden taken uit te breiden tot alle gebieden waarop de Unie extern bevoegd is.

Aangezien de problemen op het gebied van veiligheid, economie, migratie en zelfs klimaat vaak nauw met elkaar verweven zijn, zijn de expertise en het ,totaaloverzicht’ van de hoge vertegenwoordiger cruciaal om te zorgen voor de samenhang van het externe optreden van de Unie. Daarbij komt dat de Europese Unie dankzij de hoge vertegenwoordiger met één stem kan spreken op het internationale toneel. Aldus draagt hij ertoe bij dat de Unie een belangrijke speler wordt bij de bevordering van de vrede en de veiligheid in de hele wereld, in het bijzonder met het oog op de oplossing van internationale conflicten.

Al die complexe en gevoelige dossiers die de Europese Commissie zal moeten aanpakken – waarbij ook nog eens de strijd tegen allerlei vormen van ongelijkheid komt, alsmede de onophoudelijke voortzetting van acties tegen het terrorisme, de georganiseerde misdaad en de regimes die verantwoordelijk zijn voor misdaden tegen de menselijkheid en schending van de mensenrechten – vereisen passende antwoorden die stroken met de doelstellingen van het Europese project en met de bescherming van de fundamentele waarden die aan dat project ten grondslag liggen.

Het vinden van die antwoorden is een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel de lidstaten als de instellingen van de Unie, en in dit verband denk ik in het bijzonder aan de antwoorden die gericht zijn op de instandhouding van de rechtsstaat en de bescherming van de grondrechten.

In deze context dient de Commissie een cruciale rol te spelen als ,hoedster van de Verdragen’. In die hoedanigheid kan zij het Hof verzoeken de niet-nakoming van een op een staat rustende Unierechtelijke verplichting vast te stellen of sancties op te leggen wanneer een arrest van het Hof niet wordt nageleefd.

De initiatieven van de Commissie, zowel op wetgevend als op justitieel gebied, hebben rechtstreeks invloed op de activiteiten van de rechterlijke instanties van de Unie doordat zij tot gevolg hebben dat de verschillende categorieën van de door die rechterlijke instanties te beslechten geschillen materieel gesproken in omvang toenemen.

Hieruit blijkt de nauwe interactie tussen de taken die de Commissie respectievelijk de rechterlijke instanties van de Unie vervullen. De Commissie zet als politieke instelling onder alle omstandigheden het algemeen belang van de Unie en de toepassing van het primaire of afgeleide Unierecht voorop. Het Hof waarborgt als rechterlijke instelling een objectieve, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak op de gebieden die onder het Unierecht vallen. Beide dragen dus bij tot de verwezenlijking van dezelfde doelstellingen, namelijk de harmonische uitvoering van de verschillende beleidsmaatregelen van de Unie en de consolidatie van de verworvenheden van de Europese integratie en de fundamentele waarden daarvan.

Mevrouw de voorzitter, dames en heren commissarissen,

Uw persoonlijke kwaliteiten, uw beroepservaring en de grote verantwoordelijkheden die u voorheen in de loop van uw carrière hebt gedragen, geven goede hoop dat u allen in staat zult zijn om de grote uitdagingen aan te gaan die u te wachten staan, alsook om met succes uw nieuwe verantwoordelijkheden te dragen.

In naam van het Hof en zijn leden wil ik u van harte feliciteren en wens ik u oprecht toe dat uw inspanningen om Europa een nieuwe dynamiek te geven en om de onschatbare meerwaarde van Europa voor de burgers en de ondernemingen van ons continent duidelijk te maken, succesvol mogen zijn.”