A-G: een entiteit kan als ‘onderzoeks-organisatie’ worden aangemerkt wanneer één van haar hoofdactiviteiten onafhankelijk onderzoek is

Contentverzamelaar

A-G: een entiteit kan als ‘onderzoeks-organisatie’ worden aangemerkt wanneer één van haar hoofdactiviteiten onafhankelijk onderzoek is
Een entiteit waarvan de activiteiten bestaan in onderzoek en onderwijs kan worden aangemerkt als een ‘organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding’ in de zin van de AGVV indien één van haar hoofdactiviteiten onafhankelijk onderzoek is. De activiteiten met betrekking tot onafhankelijk onderzoek moeten wel gedeeltelijk niet-economisch van aard zijn. Het maakt daarbij niet uit dat de entiteit ook gedeeltelijk economische activiteiten verricht of een deel van haar inkomsten afkomstig zijn van onderwijs tegen vergoeding. Dat is het advies van advocaat-generaal Capeta aan het EU-Hof naar aanleiding van vragen van Letse rechters.

Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal Capeta (hierna: A-G) van 28 april 2022 in de gevoegde zaken C-164/21 en C-318/21, Baltijas Starptautiskā Akadēmija.

Achtergrond

Het gaat om twee zaken met vrijwel identieke feiten die aanhangig zijn bij Letse rechters. Verzoekers zijn particuliere instellingen voor hoger onderwijs die zich hebben ingeschreven op twee verschillende door de Letse Raad voor de Wetenschap aangekondigde oproepen tot financiering van onderzoeksprojecten. In beide gevallen heeft de Letse Raad voor de Wetenschap de aanvragen afgewezen omdat verzoekers niet in aanmerking kwamen voor de financiering. De reden voor de afwijzingen was dat verzoekers gedeeltelijk economische activiteiten verrichtten.

Beide oproepen tot het indienen van projectvoorstellen werden opgesteld overeenkomstig Decreet nr. 725 van de Letse Ministerraad (hierna: het decreet). Krachtens het decreet moet het project, om in aanmerking te komen voor onderzoeksfinanciering, worden uitgevoerd door een wetenschappelijke instelling die is ingeschreven in het register van wetenschappelijke instellingen en die, ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijk georganiseerd) of de wijze waarop zij wordt gefinancierd, hoofdzakelijk activiteiten van niet-economische aard verricht en voldoet aan de definitie van een ‘organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding’ in de zin van artikel 2, punt 83 van de Europese Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).

De Letse rechters willen onder meer van het EU-Hof weten of een particuliere instelling voor hoger onderwijs, die hoofdzakelijk wordt gefinancierd door vergoedingen voor academische diensten, kan worden beschouwd als een ‘organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding’ in de zin van artikel 2, punt 83 van de AGVV.

Advies

Bevoegdheid van het EU-Hof

De A-G is van mening dat het EU-Hof niet bevoegd is om de gestelde vragen te beantwoorden. Het EU-Hof is slechts bevoegd om in het kader van een prejudici ë le procedure het EU-recht uit te leggen wanneer de toepassing ervan voor een nationale rechterlijke instantie aan de orde is als een aangelegenheid van EU-recht. De AGVV is volgens de A-G echter in deze zaak niet van toepassing op grond van het EU-recht, maar als gevolg van de keuze van de Letse ministerraad, neergelegd in decreet nr. 725, om een definitie uit de AGVV te gebruiken voor zuiver binnenlandse doeleinden, namelijk voor het bepalen of iemand in aanmerking komt voor overheidssubsidies voor onderzoek.

De A-G gaat echter toch in op de gestelde vragen, voor het geval het EU-Hof tot het oordeel mocht komen dat zij wel bevoegd is om de vragen te beantwoorden.

Definitie van een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding

De A-G concludeert dat, indien een entiteit onafhankelijk onderzoek als hoofddoel heeft, zij een ‘organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding’ is, ongeacht of zij publiekrechtelijk dan wel privaatrechtelijk is opgericht en ongeacht de wijze van financiering. De zinsnede ‘ongeacht de wijze van financiering’ moet volgens de A-G aldus worden opgevat dat een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding zowel economische als niet-economische activiteiten mag verrichten. Het is volgens de A-G alleen van belang dat onafhankelijk onderzoek tot haar hoofdactiviteiten behoort.

Vervolgens concludeert de A-G dat een dergelijke organisatie weliswaar economische activiteiten mag verrichten, maar dat een deel van haar onderzoeksactiviteiten wel niet-economisch van aard moet zijn. De resultaten van die onderzoeksactiviteiten moeten publiek toegankelijk zijn en kunnen worden overgedragen door middel van onderwijs, publicatie of andere middelen. Op voorwaarde dat onderzoek (of een deel daarvan) wordt verricht als niet-economische activiteit, kan onderwijs tegen vergoeding worden gegeven.  

Indien een organisatie als primaire activiteiten onderzoek en onderwijs verricht, is het voor de kwalificatie als ‘organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding’ volgens de A-G irrelevant welk percentage van die activiteiten economisch is en welk percentage niet. Een duidelijke scheiding tussen de kosten van economische en niet-economische activiteiten is volgens de A-G alleen relevant om te bepalen of een onderzoekssubsidie die aan een dergelijke organisatie wordt toegekend, binnen de werkingssfeer van de Europese staatssteunregels valt.

Opmerking : een conclusie van een A-G is een advies aan het EU-Hof. Het EU-Hof is volledig vrij daarvan af te wijken. Het is nog niet bekend wanneer de uiteindelijke uitspraak van het EU-Hof zal verschijnen. Dit kan nog enkele maanden duren. De uitspraak van het EU-Hof zal wel bindend zijn.

Meer informatie: