A-G: EU-Gerecht moet oordelen over niet-openbaarmaken documenten door EU-instelling ondanks verschijnen documenten op blog

Contentverzamelaar

A-G: EU-Gerecht moet oordelen over niet-openbaarmaken documenten door EU-instelling ondanks verschijnen documenten op blog
Wanneer een document van een EU-instelling door een private partij op een blog op internet is geplaatst, moet het EU-Gerecht alsnog een oordeel geven over de weigering van de instelling om deze documenten openbaar te maken. Dat is het advies van advocaat-generaal Bobek aan het EU-Hof in het hoger beroep.

Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal Bobek van 16 juli 2020 in de zaak C‑761/18 P, Päivi Leino-Sandberg tegen het Europees Parlement.

Aanleiding van deze zaak is het verzoek van Päivi Leino-Sandberg, professor Europees recht aan de Universiteit van Helsinki, om toegang tot documenten in de zin van EU-verordening 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (hierna: de Eurowob). Leino-Sandberg vroeg het Europees Parlement - wegens onderzoeksdoeleinden - om openbaarmaking van het besluit om de heer De Capitani geen toegang tot vierkolommendocumenten te geven. Deze weigering werd het voorwerp van een procedure voor het EU-Gerecht (zie zaak T-540/15, De Capitani tegen het Europees Parlement). Het Europees Parlement weigerde de openbaarmaking van dit besluit ter bescherming van de gerechtelijke procedure (artikel 4, lid 2, tweede streepje, Eurowob). Tegen dit besluit heeft Leino-Sandberg vervolgens beroep ingesteld bij het EU-Gerecht.

In beroep heeft het EU-Gerecht Leino-Sandberg erop gewezen dat De Capitani de door haar opgevraagde documenten intussen op zijn blog openbaar had gemaakt. Leino-Sandberg liet echter weten dat zij de plaatsing van een document op een blog op internet door een particuliere partij niet als ‘publicatie’ beschouwt. Ook kan volgens Leino-Sandberg een besluit van het Parlement niet aan rechterlijke toetsing worden onttrokken omdat het document op een blog is geplaatst. Desondanks oordeelde het EU-Gerecht dat niet op het beroep van Leino-Sandberg beslist hoefde te worden, omdat dit beroep door de publicatie van het betreffende document geen doel meer had. 

Tegen deze beslissing van het EU-Gerecht stelde Leino-Sandberg hoger beroep in bij het EU-Hof. In hoger beroep voerde zij aan dat het beroep nog steeds een doel had en dan zij bovendien een procesbelang had bij het beroep. Advocaat-generaal Bobek heeft het EU-Hof geadviseerd over de beoordeling van deze zaak. In zijn advies brengt de A-G in de eerste plaats in herinnering dat het EU-Hof twee typen belangen bij een proces onderscheidt. Ten eerste het oorspronkelijke procesbelang en ten tweede het eventuele resterende, bijkomende belang. Dit laatste belang kan ook na afloop van een bepaalde gebeurtenis blijven bestaan. Aan de hand van deze twee typen belangen gaat de A-G na of Leino-Sandberg een procesbelang heeft bij het door haar ingestelde beroep.

In de eerste plaats gaat de A-G in op de vraag of het oorspronkelijke procesbelang van Leino-Sandberg nog bestaat. Daarbij wijst hij erop dat het oorspronkelijke procesbelang in de onderhavige zaak op twee manieren weggenomen kan worden, te weten wanneer de verzoeker materieel dan wel formeel gezien geheel tevreden is. Van formele tevredenheid is sprake wanneer het Europees Parlement het bestreden besluit zou intrekken. Van materiële tevredenheid is sprake wanneer Leino-Sandberg het gevraagde document van het Europees Parlement ontvangt. Aan beide mogelijkheden is niet voldaan, waardoor Leino-Sandberg volgens de A-G haar oorspronkelijke procesbelang heeft behouden.

In de tweede plaats stelt de A-G dat Leino-Sandberg een procesbelang heeft omdat een zij, naast het oorspronkelijke belang, tevens een resterend, bijkomend belang heeft. Hiervan is sprake wanneer er belang is bij een rechterlijke uitspraak omdat het waarschijnlijk is dat vergelijkbare zaken in de toekomst zullen spelen. Volgens de AG is het waarschijnlijk is dat Leino-Sandberg, gezien haar onderzoeken naar dit onderwerp, in de toekomst verzoeken om openbaarmaking van documenten zal indienen. Bovendien zal de uitzonderingsgrond ter bescherming van het gerechtelijke procedures ook in de toekomst worden ingeroepen.

Gezien het bovenstaande adviseert de A-G om de beslissing van het EU-Gerecht te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het EU-Gerecht. 

Opmerking: een conclusie van een A-G is een advies aan het EU-Hof. Het EU-Hof is volledig vrij daarvan af te wijken. Het is nog niet bekend wanneer de uiteindelijke uitspraak van het EU-Hof zal verschijnen. Dit kan nog enkele maanden duren. De uitspraak van het EU-Hof zal wel bindend zijn.