Contentverzamelaar

A-G: online ‘intermediair’ voor taxidiensten is geen vervoerdienst maar een dienst van de informatiemaatschappij
Een dienst die erin bestaat klanten en taxichauffeurs via een elektronische applicatie rechtstreeks met elkaar in contact te brengen, is een dienst van de informatiemaatschappij. Dat is het geval wanneer deze dienst niet onlosmakelijk is verbonden met de dienst van vervoer per taxi en daar dus geen integrerend deel van uitmaakt. Dat is het advies van advocaat-generaal Szpunar aan het EU-Hof in een Roemeense zaak.

Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal Hogan van 10 september 2020 in de zaak C-62/19 Star Taxi App .

Achtergrond:

Star Taxi App is een smartphoneapplicatie waarmee gebruikers rechtstreeks in contact worden gebracht met geautoriseerde taxichauffeurs. Door een zoekopdracht kunnen de gebruikers zelf hun gewenste taxichauffeur kiezen die de rit zal verzorgen. Star Taxi App geeft geen opdrachten aan de taxichauffeurs en de klant betaalt achteraf direct aan de gekozen chauffeur.

In 2017 heeft de gemeenteraad van Boekarest een besluit vastgesteld waarbij de vergunningsplicht voor taxidiensten werd uitgebreid tot exploitanten van applicaties zoals Star Taxi App. Omdat Star Taxi App dit besluit had overtreden, werd haar een boete van ongeveer 929 EUR opgelegd. Deze boete heeft zij aangevochten bij de rechter omdat Star Taxi App van mening is dat zij een dienst van de informatiemaatschappij is. Overeenkomstig richtlijn 2000/31/EG (richtlijn inzake de elektronische handel) is voor dergelijke diensten geen voorafgaande vergunning vereist.

Tegen deze achtergrond wil de verwijzende rechter weten of Star Taxi App inderdaad kan worden beschouwd als een dienst van de informatiemaatschappij. Zo ja, wil hij ook weten of het besluit van de gemeenteraad van Boekarest strijdig is met het Unierecht.

Advocaat-generaal:

In zijn conclusie oordeelt advocaat-generaal Szpunar allereerst dat de door Star Taxi App aangeboden dienst beantwoordt aan de definitie van een dienst van de informatiemaatschappij, aangezien deze dienst wordt verricht tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van een afnemer van diensten.

Maar een enkele beoordeling van de kenmerken van de dienst kan niet volstaan. Zo kan het zijn dat onder bepaalde omstandigheden een dienst die wel de kenmerken van een dienst van de informatiemaatschappij heeft, onlosmakelijk is verbonden met een andere dienst die de hoofddienst vormt en niet langs elektronische weg wordt verricht. Als dat het geval is kan de dienst niet langer worden beschouwd als een dienst van de informatiemaatschappij. Die onlosmakelijke band kan worden gevonden in een bepaalde zeggenschap die de verlener van de dienst via elektronische weg heeft over de essentiële aspecten van de andere dienst. Dergelijke essentiële aspecten zijn bijvoorbeeld de selectie van de verleners van de andere dienst.

In het geval van Star Taxi App stelt de A-G vast dat zij de taxichauffeurs niet hoeft aan te werven en evenmin controle of beslissende invloed uitoefent op de voorwaarden voor het verlenen van de vervoerdiensten door de chauffeurs. In tegenstelling tot andere, soortgelijke diensten (zoals Uber) heeft de door Star Taxi App verrichte dienst enkel betrekking op een reeds bestaande en georganiseerde taxivervoerdienst. De rol van Star Taxi App is beperkt tot die van een externe aanbieder van een nevendienst, die voor de doeltreffendheid van de hoofddienst, wel nuttig maar niet essentieel is.

Wat betreft de vergunningsplicht ingesteld door de gemeenteraad van Boekarest, stelt de A-G dat deze niet in strijd met het EU-recht hoeft te zijn. De richtlijn inzake elektronische handel kent een verbod van vergunningen voor diensten van de informatiemaatschappij, maar dat verbod ziet niet op vergunningstelsels die niet specifiek betrekking hebben op diensten van de informatiemaatschappij. Zo is het een lidstaat toegestaan om een vergunningstelsel in het leven te roepen voor diensten die zowel via de elektronische als niet-elektronische weg worden verricht. Voorwaarden zijn wel dat beide diensten daadwerkelijk economisch gelijkwaardig zijn en dat het vergunningstelsel niet in strijd is met de dienstenrichtlijn ( richtlijn 2006/123/EG ).

Opmerking: een conclusie van een A-G is een advies aan het EU-Hof. Het EU-Hof is volledig vrij daarvan af te wijken. Het is nog niet bekend wanneer de uiteindelijke uitspraak van het EU-Hof zal verschijnen. Dit kan nog enkele maanden duren. De uitspraak van het EU-Hof zal wel bindend zijn.