A-G: Uber is een taxivervoersdienst; een UberPop-verbod hoeft niet te worden aangemeld in Brussel

Contentverzamelaar

A-G: Uber is een taxivervoersdienst; een UberPop-verbod hoeft niet te worden aangemeld in Brussel
Het elektronische platform Uber is een vervoersdienst. Uber kan daarom worden verplicht om te voldoen aan de nationale taxivervoerseisen. Nationale wetgeving die UberPop verbiedt, hoeft niet te worden aangemeld bij de EU om rechtsgeldig te zijn. Dat is het advies van A-G Szpunar aan het EU-Hof.

Het gaat om de conclusies van advocaat-generaal (a-g) Szpunar van 11 mei 2017 in de Spaanse zaak C-434/15 en van 4 juli 2017 in de Franse zaak C-320/16.

Uber is een elektronisch platform waarop via een smartphone met de bijbehorende app een stedelijke vervoersdienst kan worden besteld in de door Uber bediende steden. De app stelt de locatie van de gebruiker vast en vindt beschikbare chauffeurs in de buurt. Wanneer een chauffeur de rit accepteert, geeft de app dit aan de gebruiker door, waarbij hij ook het profiel van de chauffeur krijgt te zien en een prijsindicatie voor het traject naar de door de gebruiker aangegeven bestemming. Na de rit wordt het bedrag automatisch in rekening gebracht via de bankgegevens die de gebruiker bij het accepteren van de app heeft moeten opgeven. De app biedt ook de mogelijkheid om beoordelingen te geven: de chauffeurs kunnen worden beoordeeld door de passagiers, en omgekeerd. Wanneer de beoordelingen gemiddeld beneden een bepaalde drempel uitkomen, kan de chauffeur van het platform worden uitgesloten. Bij de dienst met de naam UberPop wordt het vervoer van de passagiers verricht door particuliere, niet-professionele chauffeurs die daarvoor hun eigen auto gebruiken.

De activiteiten van Uber leveren in verschillende lidstaten geschillen op over de vraag hoe de activiteiten van Uber Unierechtelijk moeten worden bestempeld. Is het een vervoersdienst? Is het een dienst in de zin van de E-Commerce richtlijn of is het een gemengde dienst?

In Spanje heeft een beroepsorganisatie voor taxichauffeurs in Barcelona bij de Spaanse verwijzende rechter gevorderd dat UberPop moet worden verboden wegens oneerlijke mededinging. Naar aanleiding van dit geschil heeft de Spaanse rechter aan het Hof vragen gesteld over het karakter van de activiteiten van Uber Unierechtelijk.
In Frankrijk procedeert een taxichauffeur tegen Uber omdat Uber in strijd met het Franse recht UberPop activiteiten aanbiedt.

De a-g concludeert dat het gaat om één dienst, die gemengd is en uiteenvalt in twee componenten: de bemiddeling en vervolgens het vervoer. Volgens de a-g gaat het niet om een dienst in de zin van de E-Commerce richtlijn omdat de vervoersdienst afhankelijk is van de bemiddelingsdienst en Uber zowel de elektronische dienst als de vervoersdienst verricht. De chauffeurs die binnen het kader van het platform Uber rijden, kunnen geen eigen activiteit uitoefenen die los van dat platform bestaat. Hun activiteiten kunnen juist alleen maar dankzij dit platform bestaan en zouden zonder dat platform geen zin hebben.

Daarbij oefent Uber een beslissende invloed uit op de omstandigheden waaronder die dienst wordt verricht, zodat beide diensten samen een onlosmakelijk geheel vormen. Immers, Uber i) legt de chauffeurs vooraf voorwaarden op om deze activiteiten te kunnen (blijven) uitoefenen; ii) geeft een financiële beloning aan chauffeurs die een groot aantal ritten uitvoeren en geeft de chauffeurs informatie over waar en wanneer de chauffeurs een groot aantal ritten en/of hoge ritprijzen kunnen verwachten (waardoor Uber kan inspelen op schommelingen in de vraag zonder de chauffeurs formele verplichtingen op te leggen); iii) oefent – al is het indirect – invloed uit op de kwaliteit van het werk van de chauffeurs, waarbij het voor de chauffeurs zelfs kan komen tot uitsluiting van het platform, en iv) bepaalt feitelijk de prijs van de dienst.

Al deze kenmerken brengen volgens de a-g mee dat Uber niet uitsluitend kan worden aangemerkt als bemiddelaar tussen de chauffeurs en de passagiers. De door het platform Uber aangeboden dienst moet worden aangemerkt als „dienst op het gebied van vervoer”. Dit betekent dat Uber moet voldoen aan de voorwaarden die in de lidstaten worden gesteld aan taxivervoerders.

De Franse wetgeving die UberPop verbiedt is volgens de a-g geen technisch voorschrift in de zin van de Notificatierichtlijn, dat vóór de inwerkingtreding ervan had moet worden aangemeld bij de EU om rechtsgeldig te zijn. De wetgeving is niet specifiek maar incidenteel van toepassing, namelijk slechts op de totstandbrening van het contract dat betrekking heeft op het illegaal verrichten van de prestatie, aldus de a-g. Een andere conclusie zou volgens hem leiden tot een onredelijke uitbreiding van de kennisgevingsplicht onder de Notificatierichtlijn (“notification creep”).

De conclusies van de a-g zijn adviezen aan het EU-Hof, waaraan het EU-Hof niet is gebonden. De arresten van de Grote Kamer van het EU-Hof kunnen in de tweede helft van 2017 worden verwacht.