Adellijke dame geen ‘fürstin’ in Oostenrijk

Contentverzamelaar

Adellijke dame geen ‘fürstin’ in Oostenrijk
Oostenrijk mag weigeren een Duitse adellijke titel in te schrijven in de burgerlijke stand. In Oostenrijk is de adel afgeschaft, omdat Oostenrijk de gelijkheid van zijn burgers wil verzekeren. Daarom is het gerechtvaardigd om adellijke titels te weigeren, ook al vormt die weigering een belemmering van het vrije personenverkeer. Dat heeft het EU-Hof bepaald.

In Oostenrijk is in 1919 de adel afgeschaft, waaronder het recht om adellijke rangaanduidingen te voeren. De Oostenrijke mevrouw Sayn-Wittgenstein mocht daarom van Oostenrijk niet de naam Fürstin von Sayn-Wittgenstein hanteren. Die naam had zij in Duitsland verkregen nadat zij geadopteerd was door een Duitser. Ook in Duitsland is de adel afgeschaft, maar wordt deze aanduiding toegelaten als onderdeel van de achternaam. De Oostenrijkers accepteerden deze achternaam aanvankelijk, maar besloten later toch haar inschrijving te rectificeren.

Sayn-Wittgenstein doet echter een beroep op haar recht om als EU-burger vrij te reizen en te verblijven in de EU. Het EU-Hof heeft al eens uitgemaakt dat wanneer een EU-burger verplicht wordt om in een andere EU-lidstaat een andere naam te voeren dit recht belemmerd kan worden.

Het feit dat deze vrouw na 15 jaar een andere naam moet voeren is een belemmering van het recht om vrij te reizen en te verblijven in een andere EU-lidstaat. Een naam is van groot belang voor het dagelijks leven (zowel professioneel als privé). Het wijzigen van een achternaam vormt een ernstig ongemak voor de betrokkene. Bovendien geldt de aanduiding ‘fürstin’ in Duitsland als onderdeel van de achternaam en is het geen rangaanduiding.

Doorslaggevend voor het Hof is echter het argument van de Oostenrijkse regering dat op deze manier de gelijkheid van de Oostenrijkse burgers moet worden verzekerd. Oostenrijk heeft er als republikeinse staat voor gekozen om de adel af te schaffen. Het weigeren van adellijke titels, ook als zij in het buitenland zijn verkregen, is een gerechtvaardigd middel. Het Hof bestempelt dit als een reden van openbare orde.