Contentverzamelaar

Advocaat-generaal: Hongaarse wet financiering particuliere organisaties in strijd met EU-recht
De door Hongarije opgelegde beperkingen op de financiering van particuliere organisaties vanuit het buitenland zijn niet in overeenstemming met het EU-recht. Deze beperkingen zijn in strijd met het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal en met een aantal fundamentele rechten. Dat is het advies van advocaat-generaal Campos Sánchez-Bordona aan het EU-Hof in een door de Europese Commissie ingestelde inbreukprocedure.

Het gaat om de conclusie van advocaat-generaal Campos Sánchez-Bordona van 14 januari 2020 in zaak C-78/18, Commissie/Hongarije

In 2017 heeft Hongarije een wet aangenomen om de transparantie te waarborgen van particuliere organisaties die giften uit het buitenland ontvangen. Volgens deze wet moeten dergelijke organisaties zich bij de Hongaarse autoriteiten laten registreren als "organisatie die steun uit het buitenland ontvangt" zodra het bedrag van de donaties die zij in de loop van een jaar hebben ontvangen een bepaalde drempel overschrijdt. Bij de registratie moeten zij ook de namen van de donoren vermelden waarvan de steun 500 000 HUF (ongeveer 1 500 EUR) heeft bereikt of overschreden en het exacte bedrag van de steun. Deze informatie wordt vervolgens gepubliceerd op een openbaar elektronisch platform dat gratis toegankelijk is. Bovendien moeten de betrokken maatschappelijke organisaties op hun homepage en in hun publicaties vermelden dat zij een "organisatie zijn die steun uit het buitenland ontvangt".

De Commissie heeft bij het Hof een beroep wegens niet-nakoming ingesteld tegen Hongarije. Zij betoogt dat de wet inzake de transparantie van organisaties die steun ontvangen uit het buitenland, in strijd is met het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal en met verschillende rechten die worden beschermd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: "het Handvest"): het recht op privacy, het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op vrijheid van vereniging.

In zijn conclusie stelt advocaat-generaal Manuel Campos Sánchez-Bordona dat de overmaking van een schenking uit het buitenland aan een Hongaarse particuliere organisatie een vorm van kapitaalverkeer is. In Hongarije is dit kapitaalverkeer onderworpen aan voorwaarden zoals de verplichting voor bepaalde specifieke maatschappelijke organisaties om zich te registreren als "organisatie die steun uit het buitenland ontvangt" en om bepaalde informatie te publiceren. Deze voorwaarden zijn echter alleen van toepassing op donaties uit het buitenland en hebben daarom veel meer betrekking op onderdanen van andere lidstaten dan op Hongaarse onderdanen.

In dergelijke omstandigheden is de advocaat-generaal van mening dat deze voorwaarden een beperking van het beginsel van het vrije verkeer van kapitaal vormen, zowel ten aanzien van de betrokken organisaties, die te maken kunnen krijgen met financieringsproblemen en beperkingen van de uitoefening van het recht op vrijheid van vereniging, als ten aanzien van hun buitenlandse donoren, die kunnen worden afgeschrikt om donaties te doen, gezien het mogelijke stigmatiserende effect van de publicatie van gegevens over dergelijke transacties, die een ideologische affiniteit vertonen die in de Hongaarse context compromitterend kan zijn.

Wat meer in het bijzonder het recht op vrijheid van vereniging betreft, kunnen de financiële gevolgen van de betrokken regels de levensvatbaarheid en het voortbestaan van de betrokken organisaties aantasten door de verwezenlijking van hun bedrijfsdoelstelling in gevaar te brengen. Bovendien zijn de regels rechtstreeks van invloed op de uitoefening van de vrijheid van vereniging van potentiële donoren, omdat zij een belemmering vormen voor hun economische bijdrage.

Wat het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens betreft, benadrukt de advocaat-generaal dat de enkele mededeling van de naam van de donor op zich volstaat om hem te identificeren en dat deze mededeling binnen de werkingssfeer van de bepalingen van het recht van de Unie inzake de verwerking van persoonsgegevens valt, met name artikel 8 van het EU-Handvest van de Grondrechten en EU-Verordening 2016/679. De advocaat-generaal voegt daaraan toe dat het feit dat gepubliceerde gegevens kunnen worden gebruikt om dat profiel te ontwikkelen, donoren kan ontmoedigen of hen ervan kan weerhouden om bij te dragen aan de ondersteuning van particuliere organisaties. In dit verband is de advocaat-generaal van mening dat de bekendmaking in een voor het publiek toegankelijk register van de namen van natuurlijke personen die vanuit het buitenland een schenking doen aan bepaalde in Hongarije gevestigde verenigingen, en van het bedrag van die schenkingen, een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer van die personen vanuit het oogpunt van de verwerking van hun persoonsgegevens.

De advocaat-generaal is dan ook van mening dat de publicatie van deze gegevens een inbreuk vormt op zowel het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de persoonsgegevens als het recht op vrijheid van vereniging, die alle door het Handvest worden gewaarborgd.

Wat de mogelijke rechtvaardiging van een dergelijke inmenging betreft, erkent de advocaat-generaal dat bepaalde door Hongarije aangevoerde doelstellingen van algemeen belang - zoals de bescherming van de openbare orde en de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme - in beginsel een inmenging in de betrokken rechten kunnen rechtvaardigen. Zij is echter van mening dat de doelstelling van de bescherming van de openbare orde een rechtvaardiging kan vormen voor maatregelen die worden opgelegd aan burgerorganisaties die ervan worden verdacht deze te verstoren, maar zij kan geen algemene regeling rechtvaardigen die de betwiste verplichtingen aan alle verenigingen oplegt als een voorafgaande voorwaarde. Voorts is de advocaat-generaal van mening dat de wettelijke bepalingen van de Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, zoals EU-richtlijn 2015/849, voldoende zijn om een adequate bescherming te waarborgen.

Ten slotte is de advocaat-generaal van mening dat de betrokken maatregelen onevenredig zijn omdat, ten eerste, de drempel van 500 000 HUF buitensporig laag is gezien de ernst van de veroorzaakte inmenging, ten tweede, schenkingen uit andere lidstaten van de Unie op dezelfde wijze worden behandeld als schenkingen van buiten de Unie en, ten derde, de niet-nakoming van de opgelegde verplichtingen kan leiden tot de ontbinding van de overtredende organisatie.

In die omstandigheden stelt de advocaat-generaal het Hof voor om vast te stellen dat de betrokken Hongaarse regeling het vrije verkeer van kapitaal onnodig beperkt, aangezien zij bepalingen bevat die een ongerechtvaardigde inbreuk vormen op de door het Handvest beschermde grondrechten inzake de eerbiediging van het privéleven, de bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid van vereniging.

 

Opmerking: De conclusie van de advocaat-generaal is niet bindend voor het Hof van Justitie. De advocaten-generaal hebben tot taak het Hof in volledige onafhankelijkheid een juridische oplossing voor te stellen voor de zaak die hun is toegewezen. De rechters van het Hof beginnen nu met hun beraadslagingen in deze zaak. De uitspraak zal op een later tijdstip worden gedaan.

Opmerking: Een beroep wegens niet-nakoming dat wordt ingesteld tegen een lidstaat die de krachtens het recht van de Unie op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, kan worden ingesteld door de Commissie of door een andere lidstaat. Indien de inbreuk door het Hof van Justitie wordt vastgesteld, moet de betrokken lidstaat zich zo spoedig mogelijk aan het arrest houden. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de lidstaat zich niet aan het arrest heeft gehouden, kan zij een nieuwe vordering instellen tot het opleggen van financiële sancties. Indien de Commissie echter niet in kennis wordt gesteld van de maatregelen tot omzetting van een richtlijn, kan het Hof van Justitie in het stadium van het eerste arrest sancties opleggen.