Boete van 30 miljoen voor Spanje wegens herhaalde niet-nakoming Hof-arresten

Contentverzamelaar

Boete van 30 miljoen voor Spanje wegens herhaalde niet-nakoming Hof-arresten
Het EU-Hof heeft Spanje een boete opgelegd van 30 miljoen wegens het niet voldoen aan de verplichting onwettig verleende staatsteun terug te vorderen. Deze verplichting tot nakoming was vastgesteld in een eerder arrest van het Hof. Het Hof laat onder andere meetellen dat Spanje al eerder is veroordeeld wegens niet-nakoming van Hof-arresten. Om dit in de toekomst te voorkomen is volgens het Hof een afschrikkende maatregel vereist.

Het gaat om het arrest van het EU-Hof van 13 mei 2014 in de zaak C-184/11, Commissie tegen Spanje.

In 2001 heeft de Commissie een Spaanse staatssteunregeling in strijd met de interne markt verklaard. Deze regeling kende steun toe aan ondernemingen in vorm van een belastingkrediet van 45 % van de investeringen. Hierdoor rustte op Spanje de verplichting alle mogelijke maatregelen te nemen om te voldoen aan de verplichting de steunregeling in te trekken en de onwettig verleende steun terug te vorderen. In 2006 heeft het Hof geoordeeld dat Spanje niet voldaan heeft aan deze verplichting. Omdat Spanje nog steeds niet had voldaan aan haar verplichting de onrechtmatige steun terug te vorderen, verzocht de Commissie het EU-Hof Spanje een dwangsom en een boete op te leggen.

Tijdens het proces werd vastgesteld dat Spanje de staatssteun inmiddels volledig had teruggevorderd en daarom trok de Commissie het verzoek om een dwangsom op te leggen in. De Commissie eist nog wel een boete. Spanje betoogt dat het Hof moet preciseren welke exacte bedragen per beschikking nog niet zijn teruggevorderd. Het Hof echter oordeelt dat Spanje zelf verantwoordelijk is voor nakoming van EU-regelingen en dat de vaststelling van niet-nakoming daarom niet mag afhangen van de interne organisatie van de betrokken lidstaat.

Vervolgens stelt het Hof de hoogte van de boete vast aan de in deze zaak relevante factoren. Allereerst is van belang dat de inbreuk lang heeft geduurd, meer dan 5 jaar. De problemen bij de tenuitvoerlegging waaraan Spanje de vertraging wijdt, hadden al eerder aan de Commissie voorgelegd moeten worden. Uit het feit dat dit niet gedaan is, volgt dat er geen verband bestaat tussen de ondervonden moeilijkheden en de vertraging.

Daarbij hebben de bepalingen inzake staatssteun een belangrijke plaats binnen het EU-recht, omdat het leidt tot verstoring van de mededinging. Met name in deze zaak waar het gaat om een groot bedrag en groot aantal begunstigden is het bijzonder concurrentieverstorend. Ook rekent het Hof Spanje aan dat reeds in verschillende arresten niet-nakoming is vastgesteld. Dat geldt voor het arrest dat tot deze procedure heeft geleid, maar het Hof noemt ook verscheidene andere arresten waarbij dit het geval was. Daarom is het noodzakelijk een afschrikwekkende maatregel op te leggen. Tot slot houdt het Hof rekening met de financiƫle draagkracht van Spanje. Bij elkaar leiden deze factoren tot een boete voor Spanje ter hoogte van 30 miljoen.