Contentverzamelaar

Brexit: Britten stemmen voor vertrek uit de EU
De uitslag van het Britse referendum kan een speciale procedure in gang zetten die in het verdrag van Lissabon is vastgelegd. De 27 leiders van de overige lldstaten hebben inmiddels de contouren van het komende proces geschetst. Nog niet alles is duidelijk. Het ECER zet de belangrijkste punten op een rij.

Op 23 juni 2016 heeft het Verenigd Koninkrijk een referendum gehouden met de volgende vraag:

“Should the United Kingdom remain a member of the European Union or leave the European Union?”

De Britse bevolking heeft met 52% van de stemmen geantwoord dat het VK uit de EU zou moeten vertrekken. Dit betekent niet dat de Britten nu al uit de EU zijn gestapt.

Artikel 50 EU-Verdrag

Voor terugtrekking uit de EU bestaat een procedure, opgenomen in artikel 50 van het EU-Verdrag. De tekst daarvan luidt:

1.   Een lidstaat kan overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen besluiten zich uit de Unie terug te trekken.

2.   De lidstaat die besluit zich terug te trekken, geeft kennis van zijn voornemen aan de Europese Raad. In het licht van de richtsnoeren van de Europese Raad sluit de Unie na onderhandelingen met deze staat een akkoord over de voorwaarden voor zijn terugtrekking, waarbij rekening wordt gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen van die staat met de Unie. Over dat akkoord wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het akkoord wordt namens de Unie gesloten door de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, na goedkeuring door het Europees Parlement.

3.   De Verdragen zijn niet meer van toepassing op de betrokken staat met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na de in lid 2 bedoelde kennisgeving, tenzij de Europese Raad met instemming van de betrokken lidstaat met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

4.   Voor de toepassing van de leden 2 en 3 nemen het lid van de Europese Raad en het lid van de Raad die de zich terugtrekkende lidstaat vertegenwoordigen, niet deel aan de beraadslagingen of aan de besluiten van de Europese Raad en van de Raad die hem betreffen.

De gekwalificeerde meerderheid wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

5.   Indien een lidstaat die zich uit de Unie heeft teruggetrokken, opnieuw om het lidmaatschap verzoekt, is op zijn verzoek de procedure van artikel 49 van toepassing.


Kennisgeving

Deze procedure start met een formele kennisgeving door het VK aan de Europese Raad (alle regeringsleiders van de lidstaten) van het voornemen van terugtrekking. Het moment van de kennisgeving wordt bepaald door de Britse regering.

Onderhandelingen

Na een kennisgeving kunnen de onderhandelingen over een terugtrekkingsakkoord tussen het VK en de EU starten.
De Europese Raad stelt richtsnoeren vast waarbinnen dit terugtrekkingsakkoord gesloten zal worden en wijst een onderhandelaar aan. Deze onderhandelaar zal namens de EU gaan onderhandelen met het VK over de terugtrekking uit de EU.

Akkoord of geen akkoord?

Twee jaar na kennisgeving is een ijkpunt, zo schrijft artikel 50 EU-Verdrag voor. Als er binnen deze termijn een akkoord is gesloten over de terugtrekking, zijn op het moment van inwerkingtreding van dit akkoord de EU Verdragen niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.
Als er binnen twee jaar geen akkoord ligt, zijn de EU Verdragen (en alle onderliggende regelgeving) automatisch niet meer van toepassing. Deze termijn van twee jaar kan nog wel worden verlengd door de Europese Raad met instemming van het VK.

Toekomstige betrekkingen?

Artikel 50 schrijft voor dat bij de onderhandelingen over terugtrekking rekening moet worden gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen tussen de EU en het VK.
Er is nog veel onzeker, zoals de toekomstige handelsrelaties, de positie van EU-burgers die in het VK werken, en die van Britten die in de EU werken.

Verklaring van de EU-27

De leiders van de overige 27 EU-lidstaten hebben op 29 juni 2016 verklaard:

  • Totdat het VK de EU verlaat, blijft de EU-wetgeving van toepassing op en in het VK, zowel wat de rechten als wat de verplichtingen betreft.
  • De terugtrekking van het VK uit de EU moet op ordelijke wijze worden georganiseerd. Artikel 50 van het VEU vormt de rechtsgrondslag voor dit proces. Het is aan de Britse regering de Europese Raad in kennis te stellen van het voornemen van het VK om de EU te verlaten. Dit dient zo snel mogelijk te gebeuren. Er kunnen geen onderhandelingen van enigerlei aard worden gevoerd zolang deze kennisgeving niet heeft plaatsgevonden.
  • Zodra de kennisgeving is ontvangen, zal de Europese Raad richtsnoeren voor de onderhandelingen over een akkoord met het VK aannemen. In het verdere proces zullen de Europese Commissie en het Europees Parlement hun rol volledig spelen overeenkomstig de Verdragen.
  • In de toekomst hopen wij in het VK een hechte partner van de EU te vinden en wij zien ernaar uit dat het VK zijn intenties in dit verband uitspreekt. Elk akkoord dat met het VK als derde land wordt gesloten, zal gebaseerd moeten zijn op een evenwicht tussen rechten en verplichtingen. Toegang tot de eengemaakte markt vereist aanvaarding van alle vier vrijheden.

Meer info: