Brexit: Europese Commissie start vier nieuwe inbreukprocedures tegen het Verenigd Koninkrijk

Contentverzamelaar

Brexit: Europese Commissie start vier nieuwe inbreukprocedures tegen het Verenigd Koninkrijk
De Europese Commissie heeft op 22 juli 2022 vier inbreukprocedures ingeleid tegen het VK. Volgens de Commissie laat het VK na om belangrijke delen van het Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland na te leven. Het VK krijgt twee maanden de tijd om op de brieven van de Commissie te reageren.

Achtergrond

De EU wil een positieve en stabiele relatie met het Verenigd Koninkrijk tot stand brengen. Die relatie moet gebaseerd zijn op de volledige naleving van de juridisch bindende verplichtingen die beide partijen ten aanzien van elkaar zijn aangegaan, op basis van de uitvoering van het Terugtrekkingsakkoord (TA) en de Handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO). Beide partijen hebben over die overeenkomsten onderhandeld en overeenstemming bereikt, en hebben ze geratificeerd.

Na lange en intensieve besprekingen tussen de EU en het VK is met het Protocol Ierland/Noord-Ierland gezamenlijk de beste oplossing gevonden voor de uitdagingen die de Brexit en het door de Britse regering gekozen soort Brexit met zich meebrengen. Het protocol maakt integrerend deel uit van het Terugtrekkingsakkoord. Het vermijdt een harde grens op het Ierse eiland, beschermt het Goede Vrijdagakkoord (akkoord van Belfast) van 1998 in al zijn aspecten en waarborgt de integriteit van de interne markt van de EU.

De EU heeft begrip getoond voor de praktische problemen bij de uitvoering van het protocol en heeft aangetoond dat er binnen het kader van het protocol oplossingen kunnen worden gevonden. Ondanks herhaalde oproepen van het Europees Parlement, de 27 EU-lidstaten en de Europese Commissie om het protocol uit te voeren, heeft de Britse regering dat niet gedaan.

In een geest van constructieve samenwerking heeft de Commissie al ruim een jaar ervan afgezien een inbreukprocedure in te stellen, om ruimte te creëren om samen met het VK naar oplossingen te zoeken. De onwil van het VK om sinds februari een zinvolle discussie aan te gaan en de voortgang van de wet over het Noord-Ierse Protocol door het Britse parlement druist volgens de Commissie echter rechtstreeks tegen die geest in.

In die context heeft de Europese Commissie op 22 juli 2022 besloten om vier nieuwe inbreukprocedures tegen het Verenigd Koninkrijk in te stellen wegens niet-naleving van het Protocol Ierland/Noord-Ierland.

De inbreukprocedures

De Commissie heeft besloten vier nieuwe inbreukprocedures in te stellen tegen het VK met betrekking tot Noord-Ierland wegens:

  • niet-naleving van de toepasselijke douanevoorschriften, toezichtvereisten en risicocontroles op het vervoer van goederen van Noord-Ierland naar Groot-Brittannië . Dit verhoogt het risico op smokkel via Noord-Ierland aanzienlijk. Het biedt handelaren bijvoorbeeld de mogelijkheid om de EU-regels inzake verboden en beperkingen op de uitvoer van goederen naar derde landen te omzeilen, of biedt mogelijkheden voor carrouselhandel in goederen die voor uitvoer in de EU worden aangegeven maar niet via Noord-Ierland het douanegebied verlaten. Op 17 december 2020 heeft het VK een unilaterale verklaring afgelegd om ervoor te zorgen dat Noord-Ierse goederen onbelemmerde toegang tot de markt van het Verenigd Koninkrijk krijgen. De EU is met het VK overeengekomen dat het land via alternatieve middelen “gelijkwaardige” informatie in real time mocht verstrekken. Tot op heden verzamelt het Verenigd Koninkrijk echter niet de relevante gegevens van de aangifte ten uitvoer voor goederen die van Noord-Ierland naar Groot-Brittannië worden vervoerd. Zij verstrekt evenmin informatie aan de EU over deze goederenbewegingen, waardoor toezicht door vertegenwoordigers van de EU onmogelijk is;
  • nalaten kennis te geven van de omzetting van de EU-wetgeving tot vaststelling van algemene EU-regels inzake accijnzen, die met ingang van 13 februari 2023 van toepassing wordt . De lidstaten en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland moesten deze richtlijn omzetten en de Commissie uiterlijk op 31 december 2021 van hun omzettingsmaatregelen in kennis stellen. Tot op heden heeft het Verenigd Koninkrijk dit niet gedaan. Het niet uitvoeren van deze regels vormt een risico voor de begroting van de EU (d.w.z. niet of tegen een later tarief dan in de EU geheven accijnzen) met betrekking tot het verkeer van accijnsgoederen van en naar Noord-Ierland;
  • nalaten kennis te geven van de omzetting van de EU-regels inzake accijnzen op alcohol en alcoholhoudende dranken, op grond waarvan kleine en ambachtelijke producenten onder meer gemakkelijker toegang krijgen tot lagere accijnstarieven . De lidstaten en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland moesten deze richtlijn uiterlijk op 31 december 2021 omzetten. Het niet uitvoeren van deze regels vormt een risico voor de begroting van de EU (d.w.z. niet of tegen een later tarief dan in de EU geheven accijnzen) met betrekking tot accijns die moeten worden betaald op het verkeer van accijnsgoederen van en naar Noord-Ierland. Afwijkingen van de geharmoniseerde accijnzen van de EU verstoren ook de concurrentie bij de levering van die goederen op de interne markt;
  • niet-uitvoering van de EU-regels inzake belasting over de toegevoegde waarde (btw) voor e-handel, namelijk het éénloketsysteem voor invoer (IOSS). Het IOSS is een bijzondere regeling die bedrijven sinds 1 juli 2021 kunnen gebruiken om aan hun btw-verplichtingen voor afstandsverkopen van ingevoerde goederen te voldoen. Hiermee kunnen leveranciers en elektronische interfaces die ingevoerde goederen van maximaal 150 euro aan afnemers in de EU verkopen, de btw aangeven en betalen via de belastingautoriteiten van één lidstaat, in plaats van zich te moeten registreren in elke lidstaat waarin zij handelen. Voor EU-consumenten betekent het vooral meer transparantie: bij de koop bij verkopers of platformen, binnen of buiten de EU, die in het éénloketsysteem zijn geregistreerd, maakt de btw deel uit van de prijs die aan de verkoper wordt betaald. Tot op heden heeft het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland nog niet de nodige IT-maatregelen genomen om het IOSS te implementeren. Dit vormt derhalve een risico voor de begroting van de EU.

Volgende stappen

In de brieven aan het VK wordt het verzocht zijn autoriteiten snel corrigerende maatregelen te doen treffen zodat weer aan de voorwaarden van het protocol wordt voldaan. Het Verenigd Koninkrijk heeft twee maanden de tijd om op de brieven te antwoorden, waarna de Commissie klaar staat om verdere maatregelen te nemen.

Meer informatie: