C-068/13 Weiss

Contentverzamelaar

C-068/13 Weiss
Prejudiciële Hofzaak C-068/13 Weiss
 

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  28 maart 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  14 april 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  14 mei 2013
Trefwoorden: compensatie luchtvaartpassagiers

Onderwerp:
Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91.

Verzoeker is de Oostenrijker Markus Weiss. Hij boekt bij verweerster Kondor Flugdienst (DUI) een vlucht van München naar Fuerteventura, een vlucht van zo’n 4½ uur. De vlucht loopt meer dan drie uur vertraging op hetgeen volgens Kondor te wijten is aan een vogelaanvaring de dag ervoor waardoor het toestel dat verzoekers vlucht zou uitvoeren niet (tijdig) beschikbaar was.

De verwijzende DUI rechter beschouwt deze vogelaanvaring als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Vo. 261/2004. Maar of dat van invloed mag zijn op een vlucht die 24 uur later uitgevoerd moet worden is de vraag, ook gezien de tegenspraak die volgens de rechter blijkt uit de punten 14 en 15 van de considerans van de Vo. Hij vraagt zich dus af of buitengewone omstandigheden direct de geboekte vlucht moeten (be)treffen dan wel of een relevante causaliteit ook kan worden gevonden in vorige vluchten en in voorkomend geval binnen welke tijdslimiet. Hij stelt daartoe het Hof de volgende vragen over artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004:
a) Moeten buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5, lid 3, van de verordening direct de geboekte vlucht betreffen?
b) Indien de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord: hoeveel vorige vluchten met het voor de geplande vlucht ingezette vliegtuig zijn relevant wanneer sprake kan zijn van buitengewone omstandigheden? Bestaat er een tijdslimiet waarbinnen buitengewone omstandigheden tijdens vorige vluchten in aanmerking kunnen worden genomen? Zo ja, hoe moet die worden berekend?
c) Indien ook buitengewone omstandigheden tijdens vorige vluchten voor een latere vlucht relevant zijn: moeten de door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, volgens artikel 5, lid 3, van de verordening te treffen redelijke maatregelen alleen ertoe strekken buitengewone omstandigheden te voorkomen dan wel ook beogen een langere vertraging te vermijden?

Specifiek beleidsterrein: IenM

Gerelateerde documenten