C-074/13 GSV

Contentverzamelaar

C-074/13 GSV
Prejudiciële Hofzaak C-074/13 GSV

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  2 april 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  19 april 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  19 mei 2013
Trefwoorden:douaneindeling; antidumping

Onderwerp:
- V
erordening (EU) nr. 138/2011 van de Commissie van 16 februari 2011 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China;
- Uitvoeringsverordening (EU) nr. 791/2011 van de Raad van 3 augustus 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China

Verzoekster krijgt van de douaneAut toestemming om producten uit glasvezels in het vrije verkeer te brengen. Zij krijgt een tariefcode verstrekt ; goederen uit deze groep vallen onder een voorlopig antidumpingrecht. Zij krijgt dan ook het verzoek om het antidumpinggeld te voldoen. Verzoekster maakt echter bezwaar tegen de tariefindeling en geeft zelf een andere code die volgens haar meer van toepassing is op de betreffende goederen. Maar de douaneAut blijven bij hun besluit, waarop verzoekster in beroep gaat.
Partijen zijn het eens dat de betreffende goederen niet kunnen worden omschreven als in de Vo. wordt aangegeven (zie ook de voetnoten in de verwijzingsbeschikking over het begrip „szitaszövet” dat zowel in Vo. 138/2011 van de Commissie als in de uitvoeringsverordening 791/2011 wordt gebruikt, en in het NL wordt vertaald met “open weefsels”). Dat  houdt in dat de door verweerster aangegeven tariefcode niet kan worden gebruikt. Maar verweerster stelt dat de HON vertaling van de tariefpost waarschijnlijk onjuist is omdat de Engelstalige versie wel houvast biedt om een HON equivalent aan te wijzen.

De verwijzende HON rechter herinnert dat volgens het CILFIT-arrest teksten van gemeenschapsrecht in verschillende talen gelijkelijk authentiek zijn. Voor de beslechting van onderhavig geschil heeft hij verduidelijking nodig over de betreffende tariefpost. Hij stelt dan ook de volgende vragen aan het HvJEU:
1. Kan materiaal dat
•    wit is,
•    een rechthoekige vorm heeft,
•    geweven is,
•    vervaardigd door binding van gevlochten draad,
•    waarbij de inslagen uit twee draden bestaan
•    die elkaar kruisen en de kettingen omranden,
•    met openingen van 4 mm x 4 mm,
•    met afmetingen van 100 cm x 201 cm,
•    waarvan de vezels van glas zijn en met styreen-acrylaatcopolymeerplastic zijn bekleed,
•    dat niet is vervaardigd met rovings,
•    met een gewicht van 136 g/m2,
•    met een kettingdichtheid van 415 tex
•    en een inslagdichtheid van 132 tex,
geacht worden te voldoen aan de eigenschappen die worden genoemd in punt 14 van de considerans en artikel 1, lid 1, van verordening (EU) nr. 138/2011 van de Commissie van 16 februari 2011 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde open weefsels van glasvezels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, namelijk
•    open weefsels
•    van glasvezels,
•    met een celgrootte van meer dan 1,8 mm in zowel lengte als breedte,
•    en met een gewicht van meer dan 35 g/m2,
zodat Taric-code 7019 59 00 10 aldus moet worden uitgelegd dat het hierboven beschreven materiaal als zodanig daaronder valt, daarbij ook rekening houdend met de tariefindeling en de verschillende taalversies van het gemeenschapsrecht?
2. Zo ja, kan dan krachtens het gemeenschapsrecht vrijstelling van betaling van het antidumpingrecht worden verleend aan een natuurlijke of rechtspersoon die zich verlaat op de tekst van de verordening zoals deze is gepubliceerd in zijn nationale taal – zonder zich ervan te vergewissen dat er geen betekenisverschillen met andere taalversies zijn – en, op basis van de algemeen gangbare betekenis van de bewoordingen van de regeling in zijn taal, in de Europese Unie een buiten de Europese Unie vervaardigd product invoert dat volgens de hem bekende taalversie geen product is waarvoor het antidumpingrecht geldt, ook al kan uit een vergelijking van de verschillende taalversies van de gemeenschapsregeling worden afgeleid dat het product naar gemeenschapsrecht wel aan het antidumpingrecht is onderworpen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-524/11 Lowlands; C-558/11 Kurcums Metal
Specifiek beleidsterrein: FIN
Mede BZ-BEB

Gerelateerde documenten