C-088/21 Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerija

Contentverzamelaar

C-088/21 Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerija

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     16 april 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     2 juni 2021

Trefwoorden : Schengeninformatiesysteem; registratie voertuigen

Onderwerp :

-           Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen;

-           Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toegang tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) voor de instanties die in de lidstaten belast zijn met de afgifte van kentekenbewijzen van voertuigen;

-           Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II);

-           Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1528 van de Commissie van 31 augustus 2017 tot vervanging van de bijlage bij uitvoeringsbesluit 2013/115/EU tot vaststelling van het Sirene-handboek en andere uitvoeringsmaatregelen voor het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II);

-           Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Feiten:

D.R. heeft op 13-11-2015 in Duitsland een motorvoertuig gekocht van A.M. transportas UAB. Toen het voertuig op 22-02-2016 in Litouwen zou worden geregistreerd, bleek het in het SIS te zijn gesignaleerd: op 23-12-2015 was in Bulgarije de melding ingevoerd dat het voertuig werd gezocht. Een gerechtelijk vooronderzoek werd gestart, maar stopgezet nadat bleek dat geen strafbare feiten waren gepleegd. Daarop is het voertuig teruggegeven aan D.R., die te goeder trouw had gehandeld. De verantwoordelijke Bulgaarse autoriteiten hebben de signalering van het voertuig echter niet uit het SIS verwijderd. Op 20-02-2019 heeft D.R. de regionale afdeling van het VĮ Regitra verzocht het voertuig te registreren, maar dat verzoek is afgewezen. A.M. transportas UAB is tevergeefs tegen dit besluit opgekomen. De regionale afdeling van VĮ Regitra weigerde registratie o.g.v. punt 14 van de regels voor de motorvoertuigenregistratie, omdat uit het Schengeninformatiesysteem bleek dat het voertuig werd gezocht. A.M. transportas UAB heeft beroep ingesteld tegen de besluiten.

Overweging:

De rechter vraagt zich af of in een situatie zoals die in het onderhavige geval – waarin de staat die een voertuig in SIS heeft gesignaleerd in kennis is gesteld dat het voertuig is gevonden en de eigenaar van het gestolen voertuig hiervan in kennis is gesteld en alle gegevens heeft ontvangen van de koper te goeder trouw, maar de signalering toch in het systeem blijft staan – mag worden aangenomen dat de reden voor die signalering is vervallen. Eveneens rijst de vraag of een wettelijke maatregel kan voorzien in uitzonderingen die autoriteiten het recht verlenen om andere handelingen met een gevonden voertuig uit te voeren dan die met het oog op inbeslagneming of gebruik als bewijsmiddel, bijvoorbeeld het recht om het voertuig te registreren. Ten derde rijst de vraag of een wettelijk voorschrift kan voorzien in uitzonderingen op het verbod op registratie van voertuigen die zijn gesignaleerd, nadat maatregelen zijn genomen de signalerende lidstaat te informeren over de vondst.

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 39 van besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II), en meer bepaald artikel 39, lid 3, aldus worden uitgelegd dat het een verplichting inhoudt, de registratie te verbieden van voertuigen die in het Schengeninformatiesysteem zijn gesignaleerd ondanks het feit dat de reden voor die signalering is vervallen (het voertuig is gevonden; de strafrechtelijke procedure is stopgezet in de lidstaat waar het voertuig is gevonden omdat in die lidstaat geen strafbaar feit is gepleegd; de signalerende lidstaat is in kennis gesteld, maar treft geen maatregelen om de signalering uit het systeem te verwijderen)?

2. Moet artikel 39 van besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II), en meer bepaald artikel 39, lid 3, aldus worden uitgelegd dat het de lidstaat waarin een voorwerp is gevonden dat op grond van artikel 38, lid 1, van dat besluit stond gesignaleerd, verplicht nationale voorschriften vast te stellen die andere handelingen met het gevonden voorwerp dan die welke dienen ter verwezenlijking van een doelstelling van artikel 38 (inbeslagneming of gebruik als bewijsmiddel in een strafprocedure) verbieden?

3. Moet artikel 39 van besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II), en meer bepaald artikel 39, lid 3, aldus worden uitgelegd dat het de lidstaten toestaat wettelijke voorschriften vast te stellen die voorzien in uitzonderingen op het verbod op het registreren van voertuigen die overeenkomstig artikel 38 van dat besluit in het SIS zijn gesignaleerd, nadat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat maatregelen hebben genomen om de staat die de signalering heeft aangebracht te informeren over het feit dat het voorwerp is gevonden?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: I&W, J&V