C-132/13 Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs

Contentverzamelaar

C-132/13 Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs
Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzignsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  6 mei 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  22 mei 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  22 juni 2013
Trefwoorden:

Onderwerp: Richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen.

Verweerster is ILME , een dochter van een ITA bedrijf in onder andere meerpolige connectoren, en levert deze zowel als afzonderlijke onderdelen, als in geassembleerde toestand. Omdat klanten zelf het product samenstellen heeft verweerster geen invloed op eventuele veiligheidsrisico’s in de zin van artikel 2 van RL 2006/95.
De producten dragen de CE-markering conform Vo. (EG) 765/2008 (en de daarop gebaseerde nationale regelgeving, de Produktsicherheitsgesetz). Deze heeft overigens uitsluitnd betrekking op de behuizing, en niet op de gehele connector.
Verzoekster stelt dat in dit geval de verkoop van de behuizing met CE-markering in strijd is met de DUI regelgeving omdat behuizing als bestanddeel van meerpolige connectoren voor industriële toepassingen niet van een CE-merkaring voorzien mag zijn. De Europese Commissie heeft in “richtsnoeren inzake de toepassing van richtlijn 2006/95/EG (…) “in voetnoot 8 ingegaan op de uitlegging van het begrip „elektrisch materiaal” dat, omdat het niet omschreven is moet worden uitgelegd volgens de internationaal erkende betekening ervan in het “Internationale elektrotechnische woordenboek’ van de International Electrotechnical Commission IEC.

De verwijzende DUI rechter constateert dat er geen eenduidig resultaat uit deze aanwijzingen voortkomt en vindt het noodzakelijk het HvJEU de volgende vraag te stellen:
„Dienen de artikelen 1, 8 en 10, alsmede de bijlagen II, IV en III van richtlijn 2006/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen aldus te worden uitgelegd dat behuizingen als bestanddeel van meerpolige connectoren voor industriële toepassing niet dienen te zijn voorzien van een CE-markering?”

Specifiek beleidsterrein: EZ

Gerelateerde documenten