C-133/22 LACD

Contentverzamelaar

C-133/22 LACD

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    28 april 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    14 juni 2022

Trefwoorden : consumentenrechten; overeenkomsten; garantiebewijs;

Onderwerp :

•          Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten;

•          Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen;

Feiten:

Verzoekster verkoopt sport- en fitnessartikelen. Verweerster distribueert via de detailhandel en onlinehandelaars sport- en fitnessartikelen onder de merknaam ‘LACD’ en voorziet haar T-shirts van labels waarop een tekst was gedrukt: “Every LACD product comes with our own lifetime guarantee. If you are not completely satisfied with any of our products, please return it to your specialist dealer from whom you purchased it. Alternatively, you can return it to ‚LACD’ directly but remember to tell us where and when you bought it.” Verzoekster kocht via een mysteryshopper bij een onlinehandelaar twee T-shirts van verweerster. De T-shirts waren voorzien van de labels met bovenstaande tekst. Verzoekster voert aan dat de informatie niet voldeed aan de wettelijke vereisten die aan een garantieverklaring worden gesteld.

Overweging:

Ten aanzien van de eerste vraag blijkt uit de bewoordingen van de richtlijn niet duidelijk of de vereisten betrekking moeten hebben op objectieve feitelijke omstandigheden van het verkochte product, dan wel of zij ook betrekking kunnen hebben op de subjectieve houding van de consument tegenover het gekochte product. De verwijzende rechter is geneigd de tweede vraag ontkennend te beantwoorden. Er is ook sprake van een garantieaanspraak wanneer de verkoper of producent niet aan de hand van objectieve omstandigheden kan nagaan of de goederen achterblijven bij de subjectieve eisen van de koper. Dit maakt het voor de consument echter gemakkelijker om de rechten uit hoofde van de garantie af te dwingen onder het voorwendsel van een garantieaanspraak. Het gevolg is dat de consument de rechten uit hoofde van de garantie naar eigen goeddunken kan uitoefenen, ook al zijn de voorwaarden voor een garantieaanspraak – in dit geval zijn persoonlijke ontevredenheid over het verkochte product – niet daadwerkelijk vervuld.

Prejudiciële vraag:

1) Kan er sprake zijn van enig/een ander vereiste dat geen verband houdt met de conformiteit in de zin van artikel 2, punt 14, van richtlijn 2011/83/EU en van artikel 2, punt 12, van richtlijn 2019/771, indien de verplichting van de garant samenhangt met omstandigheden die in de persoon van de consument zijn gelegen, in het bijzonder met diens subjectieve houding ten opzichte van het verkochte product (in casu: de aan het vrije oordeel van de consument overgelaten tevredenheid over het verkochte product), zonder dat deze persoonlijke omstandigheden verband hoeven te houden met de staat of de kenmerken van het verkochte product?

2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: Moet het niet beantwoorden aan vereisten die betrekking hebben op omstandigheden die in de persoon van de consument zijn gelegen (in casu diens tevredenheid over de gekochte goederen), kunnen worden vastgesteld aan de hand van objectieve omstandigheden?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: ICI (C-264/96); Verband Sozialer Wettbewerb (C-19/15);

Specifiek beleidsterrein: EZK;