C-138/13 Dogan

Contentverzamelaar

C-138/13 Dogan
Prejudiciële Hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  7 mei 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  23 mei 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  23 juni 2013
Trefwoorden: associatieakkoord EEG-Turkije; verblijfsvergunning (gezinshereniging); taaltoets

Onderwerp: Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (Pb L 251, blz. 12)

Verzoekster Naime Dogan woont in Turkije en zij is gehuwd met Seydi Dogan, ook van TUR afkomst maar sinds 1998 woonachtig in DUI. Seydi huwde een 17 jaar oudere DUI maar dat huwelijk hield maar tot 2006 stand en het bleef kinderloos. Seydi heeft dan wel alle benodigde papieren voor een vestigingsvergunning.
In 2007 is het stel officieel getrouwd, maar uit het al eerder gesloten moslimhuwelijk zijn vier kinderen geboren. Januari 2011 vraagt verzoekster bij de DUI ambassade in Ankara een visum voor gezinshereniging voor haarzelf en twee van de kinderen. De (mondelinge) taaltest heeft verzoekster met een voldoende gehaald, maar het schriftelijke deel is voor een analfabete een te moeilijke opgave. Het verwijt is dan ook dat zij de krappe voldoende niet op eerlijke wijze heeft gehaald. Haar aanvraag wordt afgewezen en verzoekster komt daar niet tegenop. Enkele maanden later (juli 2011) vraagt zij opnieuw een visum aan, nu enkel voor zichzelf, maar ook die aanvraag wordt afgewezen op grond van ontoereikende taalkennis. Tegen dit laatste besluit stelt verzoekster wel beroep in op de grond dat het associatieverdrag verslechtering verbiedt. Daarnaast meent zij dat zij wel voldoende taalkennis heeft en toont zij aan dat er voor het gezin voldoende bestaansmiddelen zijn.

De verwijzende DUI-rechter memoreert dat de regeling dat een nieuwe immigrant zich in eenvoudig Duits verstaanbaar moet kunnen maken vóór binnenkomst onder meer is ingegeven door de overweging van de DUIaut om met name vrouwen een betere start te geven. Gebrek aan kennis van de taal kan door schoonfamilies gebruikt worden om de nieuweling te isoleren. Daarnaast mag voor zo’n grote stap om (duurzaam) te emigreren naar een (ver) gastland een zorgvuldige voorbereiding gevraagd worden.
De taaltoets zou een ‘nieuwe beperking’ die inbreuk maakt op de ‘standstillbepaling’ inhouden (artikel 41, lid 1, Aanvullend Protocol) maar in deze casus is besluit 1/80 niet van toepassing omdat de echtgenoot van verzoekster geen werknemer is in de zin van artikel 13. Hij werkt als zelfstandige.

De rechter legt de volgende vragen voor aan het HvJEU:
1. Staat artikel 41, lid 1, van het Aanvullend Protocol van 23 november 1970 bij de Overeenkomst van 12 september 1963 waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije voor de overgangsfase van de associatie (Aanvullend Protocol) in de weg aan een nationale regeling die eerst na de inwerkingtreding van deze bepaling is ingevoerd en voor de eerste toegang van een gezinslid van een Turkse staatsburger die de rechtspositie als neergelegd in artikel 41, lid 1, Aanvullend Protocol geniet, als voorwaarde stelt dat het gezinslid vóór de toegang bewijst dat hij zich in eenvoudig Duits verstaanbaar kan maken?
2. Staat artikel 7, lid 2, eerste alinea, van richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (Pb L 251, blz. 12) in de weg aan de in de eerste vraag bedoelde nationale regeling?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-92/07 CIE/NL; C-300/09 Toprak; C-155/11 PPU Imran; C-256/11 Dereci
Specifiek beleidsterrein: VenJ en VenJ/DMB

Gerelateerde documenten