C-168/13 PPU F

Contentverzamelaar

C-168/13 PPU F
Prejudiciële Hofzaak C-168/13 PPU F
 

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  25 april 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  25 april 2013 (voor NL n.v.t. = Franse PPU)
Mondelinge behandeling:                     7 mei 2013 (Tweede kamer - 14.00 uur)
Trefwoorden: EAB; overlevering

Onderwerp:
Kaderbesluit nr. 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten

Verzoeker Jeremy F. heeft het Hof van Cassatie gevraagd naar de verenigbaarheid van de vierde alinea van artikel 695/46 van het WSv met de door de grondwet gegarandeerde rechten en vrijheden. Wat F op zijn kerfstok heeft en verdere omstandigheden blijven onbesproken. De verwijzingsbeschikking telt ook slechts vier bladzijden waarop de kern van het probleem (verenigbaarheid van de FRA beroepsregeling in overleveringszaken) in ‘overwegingen’ is uiteengezet.

Het Hof van Cassatie heeft de vraag voorgelegd aan de Franse constitutionele Raad die op zijn beurt een vraag voorlegt aan het HvJEU:
“Moeten de artikelen 27 en 28 van kaderbesluit nr. 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de lidstaten voorzien in een beroepsmogelijkheid waarbij de uitvoering wordt opgeschort van de beslissing van de rechterlijke instantie die uitspraak doet binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek, hetzij om haar toestemming te geven voor het vervolgen, veroordelen of in hechtenis houden van een persoon met het oog op de uitvoering van een tot vrijheidsbeneming strekkende straf of maatregel, wegens een strafbaar feit dat is gepleegd vóór zijn overlevering krachtens een Europees aanhoudingsbevel, niet zijnde het strafbare feit waarvoor zijn overlevering is gevraagd, hetzij om een persoon krachtens een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd wegens een vóór zijn overlevering gepleegd strafbaar feit, over te leveren aan een andere lidstaat dan de lidstaat van uitvoering?”

Specifiek beleidsterrein: VenJ

Gerelateerde documenten