C-170/13 Huawei Technologies

Contentverzamelaar

C-170/13 Huawei Technologies
Prejudiciële Hofzaak
 

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:  27 mei 2013
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:  13 juni 2013
Schriftelijke opmerkingen:                  13 juli 2013
Trefwoorden: intellectueel eigendom (octrooi); Europees Octrooiverdrag EOV

Onderwerp: VWEU artikel 102 (misbruik machtspositie)

Huawei (verzoekster) is in een octrooi-inbreukzaak verwikkeld met ZTE Corp. en ZTE Deutschland GmbH (verweersters). Verzoekster stelt een vordering tot staking in en eist schadevergoeding. Zij is houdster van een Europees octrooi op het gebied van mobiele telecommunicatietechnologie. In maart 2009 heeft zij het European Telecommunication Standards Institute (ETSI) op de hoogte gesteld van haar aanvraag, en aangegeven dat zij zich verbindt om licenties aan derden te verlenen onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (zgn ‘FRAND’-voorwaarden). Met verweersters kan zij echter niet tot overeenstemming komen; verweersters willen geen royalties afdragen, waarna het tot een rechtszaak komt.

De verwijzende DUI rechter constateert dat verzoekster recht heeft op de door haar ingestelde stakingsvordering op grond van het EOV, maar moet verweersters’ verwijt dat verzoekster zo misbruik maakt van haar machtspositie. Hij stelt het HvJEU de volgende vragen:
1) Maakt de houder van een standaard-essentieel octrooi die tegenover een standaardisatieorganisatie heeft verklaard bereid te zijn elke derde een licentie te verlenen onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, misbruik van zijn machtspositie wanneer hij tegen een inbreukmaker een stakingsvordering heeft ingesteld, hoewel de inbreukmaker zich bereid heeft verklaard te onderhandelen over een dergelijke licentie, of is er pas sprake van misbruik van machtspositie wanneer de inbreukmaker de houder van het standaard-essentiële octrooi een ondertekeningsklaar en onvoorwaardelijk voorstel voor het afsluiten van een licentieovereenkomst heeft gedaan dat de octrooihouder niet kan afwijzen zonder de inbreukmaker op ongeoorloofde wijze te belemmeren of het discriminatieverbod te schenden, en de inbreukmaker vooruitlopend op de te verlenen licentie voor reeds gemaakt gebruik de krachtens die overeenkomst op hem rustende verplichtingen nakomt?
2) Voor zover misbruik van machtspositie reeds als gevolg van de bereidheid van de inbreukmaker tot onderhandelen dient te worden aangenomen: Stelt artikel 102 VWEU bijzondere kwalitatieve en/of temporele eisen aan de bereidheid tot onderhandelen? Kan een dergelijke bereidheid in het bijzonder reeds worden verondersteld wanneer de inbreukmaker louter op algemene wijze (mondeling) heeft verklaard bereid te zijn te onderhandelen, of moet de inbreukmaker reeds aan het onderhandelen zijn, waarbij hij bijvoorbeeld concrete voorwaarden vermeldt waaronder hij bereid is een licentieovereenkomst af te sluiten?
3) Voor zover slechts sprake is van misbruik van machtspositie wanneer een ondertekeningsklaar en onvoorwaardelijk voorstel voor het afsluiten van een licentieovereenkomst is overgelegd: Stelt artikel 102 VWEU bijzondere kwalitatieve en/of temporele eisen aan dit voorstel? Moet het voorstel alle bepalingen bevatten die gewoonlijk zijn opgenomen in licentieovereenkomsten op het betrokken technische gebied? Mag in het bijzonder het voorstel worden gedaan op voorwaarde dat het standaard-essentiële octrooi daadwerkelijk wordt gebruikt en/of geldig blijkt te zijn?
4) Voor zover slechts sprake is van misbruik van machtspositie wanneer de inbreukmaker de verplichtingen nakomt die voor hem voortvloeien uit de te verlenen licentieovereenkomst:
Stelt artikel 102 VWEU bijzondere eisen met betrekking tot de handelingen die worden verricht ter nakoming van die verplichtingen? Is de inbreukmaker met name gehouden, met betrekking tot vroeger gebruik inzage in de boeken te geven en/of royalty’s te betalen? Kan een verplichting tot betaling van royalty’s in voorkomend geval ook worden nagekomen door middel van het stellen van een zekerheid?
5) Gelden de voorwaarden waaronder misbruik van machtspositie door de houder van een standaard-essentieel octrooi aangenomen dient te worden, ook voor het instellen van de andere vorderingen (inzage in de boeken, terugroeping van producten, schadevergoeding) wegens octrooi-inbreuk?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-418/01 IMS Health
Specifiek beleidsterrein: VenJ
Mede EZ en BZ-BEB

Gerelateerde documenten