C-190/20 DocMorris

Contentverzamelaar

C-190/20 DocMorris

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 juli 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     18 augustus 2020

Trefwoorden: geneesmiddelen; kansspelen; mededinging

Onderwerp :

Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik;

 

Feiten:

Verzoekster is de beroepsorganisatie van de apothekers in Noordrijn-Westfalen en heeft tot taak te controleren of apothekers hun beroepsverplichtingen nakomen. Verweerster is een in Nederland gevestigde postorderapotheek die receptplichtige geneesmiddelen aan klanten in Duitsland levert. In maart 2015 maakte verweerster met een flyer in heel Duitsland reclame voor een “groot kansspel”. De hoofdprijs was een tegoedbon voor een elektrische fiets (€2.500,-) en als tweede t/m tiende prijs konden elektrische tandenborstels worden gewonnen. Voorwaarde voor de deelname aan de loterij was het insturen van een recept. Verzoekster acht deze reclame mededingingsbeperkend en vordert dat verweerster wordt verboden een kansspel als in casu aan eindverbruikers in Duitsland aan te bieden. Verzoekster vordert voorts veroordeling van verweerster tot betaling van de buitengerechtelijke aanmaningskosten (€2.348,94) vermeerderd met rente. De rechter in eerste aanleg heeft de vordering afgewezen. De rechter in hoger beroep heeft verweerster veroordeeld conform de eis. Met het door de rechter in hoger beroep toegestane beroep tot Revision vordert verweerster dat het vonnis van de rechter in eerste aanleg wordt herbevestigd.

 

Overweging:

Of het beroep tot Revision zal slagen, hangt af van de uitlegging van het Unierecht. De vraag rijst of een op §7(1) HWG (Duitse wet betreffende reclame voor geneesmiddelen) gebaseerd verbod op de litigieuze kansspelreclame bij de verkoop van receptplichtige geneesmiddelen verenigbaar is met de doelstellingen van richtlijn 2001/83 en van de artikelen 86 t/m 90 daarvan, in het bijzonder artikel 87(3). Zonder beantwoording van de prejudiciële vraag kan niet definitief worden beoordeeld of verzoekster gerechtigd is om tegen verweerster een verbodsactie in te stellen.

 

Prejudiciële vraag:

Is het in overeenstemming met het bepaalde in titel VIII en inzonderheid met artikel 87, lid 3, van richtlijn 2001/83/EG dat een nationale bepaling [in casu: § 7, lid 1, eerste zin, van het Heilmittelwerbegesetz (Duitse wet betreffende reclame voor geneesmiddelen; hierna: „HWG”)] aldus wordt uitgelegd dat het een in een andere lidstaat gevestigde postorderapotheek niet is toegestaan om met het aanbieden van een kansspel klanten te werven, als de deelname aan het kansspel is gekoppeld aan het insturen van een recept voor een enkel op recept verkrijgbaar geneesmiddel voor menselijk gebruik, de in het vooruitzicht gestelde prijs geen geneesmiddel, maar een ander voorwerp is (hier: een elektrische fiets met een waarde van EUR 2.500 en elektrische tandenborstels), en niet hoeft te worden gevreesd dat een irrationeel of buitensporig gebruik van geneesmiddelen wordt aangemoedigd?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-374/05; C-316/09; C-148/15;

Specifiek beleidsterrein: VWS; JenV; EZK