C-194/15 Baudinet ea

Contentverzamelaar

Terug C-194/15 Baudinet ea

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   25 juni 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   11 juli 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   11 augustus 2015
Trefwoorden: belastingen (dividend); verdrag tussen ITA en FRA ter voorkoming van dubbele belastingheffing; vrij kapitaalverkeer

Onderwerp
- Verdrag van 05-10-1989 tussen ITA en FRA ter voorkoming van dubbele belastingheffing;
- VWEU artikel 63 (vrij kapitaalverkeer)

Verzoekers (Veronique Baudinet en niet met name genoemde anderen) hebben een reeks naheffingen belasting over 2007 en 2008 ontvangen van de ITA belastingdienst (verweerster). Het gaat om inkomsten uit gekwalificeerde aandelenparticipaties in de in FRA gevestigde FRA SA Paul Ricard. Op de dividenden is, zoals in het ITA/FRA belastingverdrag is bepaald, al aan de bron een heffing ingehouden. Verzoekers hebben in ITA steeds aangifte gedaan voor de inkomstenbelasting. Zij hebben daarbij echter de gehele in FRA geheven bronbelasting in mindering gebracht op de in ITA verschuldigde belasting. Hierdoor profiteren zij van een belastingkrediet van buitenlandse herkomst, en aangezien verweerster dit onrechtmatig acht wordt het verschil verrekend. Verzoekers zijn het daar niet mee eens en starten een procedure.
De verwijzende ITA rechter (belastingrechter Torino) twijfelt of de ITA regeling in overeenstemming is met EURrecht. Ook al is dividenduitkering op zich geen kapitaalverkeer, het is wel het gevolg ervan. In een eerdere (slechts ten dele vergelijkbare) zaak heeft de ITA cassatierechter de ITA regeling buiten toepassing gelaten. Om uit te sluiten dat hier sprake is van strijd met het beginsel van vrij verkeer van kapitaal stelt hij de volgende vraag aan het HvJEU:
“Staan de artikelen 63 en 65 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in de weg aan een regeling van een lidstaat krachtens welke dubbele belastingheffing, in geval van een ingezetene van die staat die aandeelhouder is van een vennootschap met zetel in een andere lidstaat en dividenden ontvangt die in beide staten worden belast, niet wordt tegengegaan door verrekening in de woonstaat van een belastingkrediet dat ten minste gelijk is aan het bedrag aan belasting dat is voldaan in de staat van de uitkerende vennootschap?”

Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten