C-205/15 Toma

Contentverzamelaar

Terug C-205/15 Toma

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de vewijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   20 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   06 augustus 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   06 september 2015
Trefwoorden: handvest grondrechten; toegang tot de rechter; gelijke behandeling

Onderwerp
- VEU artikel 4 lid 3 (loyale samenwerking)
- handvest grondrechten artikel 20 (gelijkheid voor de wet); artikel 21 (non-discriminatie); artikel 47 (effectieve rechtsbescherming

Een civielrechtelijke zaak tussen verzoekster/debiteur, de DG Openbare Financiën die wordt vertegenwoordigd door het regionaal bestuur voor openbare financiën (AJFP) te Sibiu, en verweerder/crediteur Vasile Toma tezamen met gerechtsdeurwaarderskantoor Biroul Executorului Judecătoresc Horațiu-Vasile Cruduleci.
Toma heeft teruggave verzocht van de door hem (ten onrechte) betaalde milieuheffing voor inschrijving van een voertuig in ROE dat eerder in een andere EULS geregistreerd is geweest. Volgens de ROE regeling moet een verzoek tot teruggaaf worden ingediend bij de belastingdienst welke dienst vervolgens de wettelijke plicht heeft het teveel betaalde binnen 45 dagen terug te betalen. In zijn zaak is een vonnis gewezen (16-10-2012, na beroep inmiddels onherroepelijk 22-10-2013) waaruit mag worden afgeleid dat het niet helemaal goed is verlopen. Toma vraagt gedwongen tenuitvoerlegging waarvoor hij toestemming krijgt (24-03-2014). Verzoekster gaat in verzet tegen de gedwongen tenuitvoerlegging; zij vraagt ook om nietigverklaring van de executiehandelingen (betalen zegelrecht, storten garantie), omdat debiteur/verzoekster niet verplicht is tot betaling daarvan vooraf aan de procedure. Verweerder Toma concludeert tot verwerping van het verzet (juli 2014); in november stelt hij bij wege van exceptie dat een artikel van het spoeddecreet indruist tegen het grondwettelijk geregelde vrije toegang tot de rechter en recht op eerlijk proces. De betreffende bepaling zou niet voldoen aan de vereisten van duidelijkheid, nauwkeurigheid en voorzienbaarheid zoals voor wetteksten vereist is. Hoewel artikel 20 van het Handvest de gelijkheid tussen alle personen (daaronder dus begrepen de gelijkheid tussen natuurlijke en privaat- of publiekrechtelijk rechtspersonen) tot regel verheft, voorziet artikel 16 van de ROE Gw in een minder sterke waarborg, doordat daarin wordt gesteld dat de burgers gelijk zijn en niet dat burgers en andere rechtspersonen gelijk zijn. Op 13-01-2015 dient verweerder opmerkingen in bij de verwijzende ROE rechter waarin hij vordert dat verzoekster zegels aanbrengt op haar verzet tegen de executie en dat zij de garantie voor de opschorting van de gedwongen tenuitvoerlegging stelt. Hij stelt dat de ROE regeling op grond waarvan verzoekster is vrijgesteld van betaling van zegelrechten in strijd is met EURrecht (artikelen 20, 21 en 47 Handvest). De verwijzende rechter vraagt zich dan ook af of de ROE regelingen verenigbaar zijn met EURrecht en legt de volgende vraag voor aan het HvJEU:
“Kunnen artikel 4, lid 3, VEU en de artikelen 20, 21 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een wettelijke regeling zoals artikel 16 van de grondwet en artikel 30 van spoeddecreet nr. 80/2013 van de regering, die de gelijkheid voor de wet enkel tot regel verheft tussen burgers, die natuurlijke personen zijn, en niet tussen deze burgers en publiekrechtelijke rechtspersonen, en die publiekrechtelijke rechtspersonen a priori vrijstelt van de betaling van het zegelrecht en van het garantiebedrag voor de toegang tot de rechter, maar tegelijkertijd de toegang tot de rechter voor natuurlijke personen afhankelijk stelt van de betaling van zegelrechten en garantiebedragen?”

Specifiek beleidsterrein: VenJ

Gerelateerde documenten