C-217/21 AGRO – EKO 2013

Contentverzamelaar

C-217/21 AGRO – EKO 2013

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     11 juni 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     28 juli 2021

Trefwoorden : steun; landbouwbeleid; plattelandsontwikkeling; stilzwijgende weigering;

Onderwerp :

Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

Feiten:

Verzoekster heeft een steunaanvraag voor het seizoen 2018 ingediend, waarover de autoriteit (nationaal landbouwfonds, verweerder) geen schriftelijk besluit heeft genomen, en met betrekking tot maatregel 10 is geen betaling verricht. Verweerder heeft geen bestuurshandeling vastgesteld waarbij de opschorting van de naar aanleiding van de aanvraag ingeleide administratieve procedure of de uitvoering van vereiste aanvullende controles zou zijn gelast. Partijen twisten over de vraag of verweerder de steun voor het seizoen 2018 stilzwijgend heeft geweigerd. Volgens verzoekster heeft verweerder de steunaanvraag met betrekking tot maatregel 10 „agromilieu- en klimaatmaatregel” stilzwijgend afgewezen. Volgens verzoekster dient het besluit te worden genomen binnen de termijn van artikel 75(1) van verordening 1306/2013, aangezien verzoekster niet is meegedeeld dat er naast de bij haar ter plaatse verrichte inspecties nog verdere aanvullende controles vereist zijn. Verweerder stelt dat er geen sprake is van een stilzwijgende afwijzing wanneer er een verplichting bestaat om een afzonderlijke bestuurshandeling vast te stellen. De fictie van een stilzwijgende afwijzing is ook ontoelaatbaar omdat er geen termijn is vastgesteld waarbinnen de administratieve autoriteit haar besluit dient te nemen.

Overweging:

Volgens de verwijzende rechter is de rechtspraak van de hoogste Bulgaarse bestuursrechter over de vraag of het uitblijven van een besluit van de bevoegde autoriteit over de steunaanvraag van de eigenaar van een landbouwbedrijf een stilzwijgende afwijzing vormt, niet uniform. Aangezien de autoriteit de begrippen „autorisatie”, „goedkeuring” en „betaling” gebruikt als afzonderlijke onderdelen van de procedure voor de definitieve behandeling van steunaanvragen, terwijl in verordening 1306/2013 niet is bepaald dat de procedure voor het onderzoek van aanvragen voor betalingsrechten moet worden afgesloten met de vaststelling van een afzonderlijke bestuurshandeling, is de verwijzende rechter van oordeel dat de aard van de in artikel 75(1) van verordening 1306/2013 vastgestelde termijn en het daarin gebezigde begrip „betaling” moeten worden verduidelijkt.

Prejudiciële vragen:

1) Impliceert het begrip „betaling” als bedoeld in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat de naar aanleiding van een betalingsaanvraag ingeleide procedure is afgerond?

2) Staat de daadwerkelijke ontvangst van het door de eigenaar van een landbouwbedrijf aangevraagde bedrag gelijk aan een positief besluit van het betaalorgaan over de aanvraag tot activering van de betalingsrechten, respectievelijk impliceert het feit dat de betrokkene geen geldsommen ontvangt terwijl publiekelijk wordt bekendgemaakt dat betalingen op grond van de betreffende maatregel plaatsvinden, dat de aangevraagde betalingsrechten zijn afgewezen, wanneer aan de betrokkene niet is meegedeeld dat de procedure wordt voortgezet doordat nieuwe controles worden uitgevoerd?

3) Houdt de in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde termijn in dat de lidstaten verplicht zijn om de toetsing aan de subsidialiteitsvoorwaarden vóór het verstrijken van die termijn te verrichten en kan die toetsing enkel bij wijze van uitzondering worden voortgezet?

4) Vormt de niet-naleving van de in artikel 75, lid 1, van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vastgestelde termijn een stilzwijgende afwijzing van de betaling van steun, wanneer aan de eigenaar van een landbouwbedrijf niet is meegedeeld dat er aanvullende controles worden uitgevoerd en daarover geen enkel schriftelijk document bestaat?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; LNV;