C-222/15 Hőszig

Contentverzamelaar

Terug C-222/15 Hőszig

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   03 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   19 juli 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   19 augustus 2015
Trefwoorden: EEX; Rome I-Vo.; forumkeuzebeding

Onderwerp
- Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo.);
– Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)

Verzoekster is een HON rechtspersoon; de rechtsvoorganger van verweerster (Alstom Power Thermal Services) is een in FRA gevestigde onderneming die investeert in elektriciteitscentrales in FRA. Verzoekster dient op verzoek van verweersters rechtsvoorganger offertes in op een aanbesteding (2008). Partijen sluiten daarop (‘op afstand’) diverse overeenkomsten voor het vervaardigen van metalen constructiewerken in HON, bestemd voor elektriciteitscentrales in FRA. De eerste wordt op 16-12-2010 geaccepteerd. In latere overeenkomsten zijn nog aanvullende bepalingen opgenomen over de werkwijze. FRA recht wordt van toepassing verklaard en het VN-verdrag inzake internationale koopovereenkomsten zal geen toepassing vinden. Er ontstaat een geschil over de uitvoering van de overeenkomsten en verzoekster start een procedure voor de verwijzende rechter op grond van de Rome I-Vo. (plaats prestatie dienstverlener). Omdat de hele fabricage tot moment van levering in HON heeft plaatsgevonden stelt zij dat HON recht van toepassing is. Volgens HON recht maken de algemene voorwaarden van verweersters rechtsvoorganger geen deel uit van de tussen partijen gesloten overeenkomsten. De HON rechter is dan ook bevoegd volgens artikel 5 van de EEX-Vo (plaats uitvoering verbintenis). Ook het forumkeuzebeding stelt zij aan de kaak omdat dit verwijst naar ‘de gerechten van Parijs’ en Parijs geen lidstaat is.
Verweerster werpt de exceptie van onbevoegdheid op en beroept zich op de algemene voorwaarden van haar rechtsvoorganger. Zij acht de keus voor FRA recht redelijk omdat verzoekster onderaannemer is van verweerster en het in de handel gebruikelijk is dat het recht van de afnemer van toepassing is. Voor wat het forumkeuzebeding betreft verwijt zij verzoekster een enge interpretatie.

De verwijzende HON rechter (Algemene Rb Pécs) moet allereerst nagaan of de algemene voorwaarden onderdeel zijn van de overeenkomsten, en zo ja of het forumkeuzebeding voldoet aan de eisen van de EEX-Vo. Aangezien het HvJEU nog niet heeft uitgesproken over de uitleg van de voor het geding geldende artikelen legt hij de volgende vragen aan het HvJEU voor:
I – Met betrekking tot verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) [hierna: „Rome I-verordening”]:
1. Kan de nationale rechter de in artikel 10, lid 2, van de Rome I-verordening gebruikte woorden „uit de omstandigheden blijkt” aldus uitleggen dat bij de beoordeling van de omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden om te bepalen of het redelijk is dat geen toestemming is verleend volgens het recht van het land waar een partij haar gewone verblijfplaats heeft, dient te worden gekeken naar de omstandigheden van de sluiting, het onderwerp en de uitvoering van de overeenkomst?
1.1. Moeten de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevolgen van de in punt 1 beschreven situatie aldus worden uitgelegd dat wanneer, op basis van het door een partij gedane beroep [op het recht van het land waar zij haar gewone verblijfplaats heeft], uit de in aanmerking te nemen omstandigheden blijkt dat het verlenen van toestemming met betrekking tot het ingevolge artikel 10, lid 1, toepasselijke recht niet redelijkerwijs voortvloeit uit het gedrag van die partij, de rechter het bestaan en de geldigheid van de contractsbepaling dient te beoordelen volgens het recht van het land waar de partij die dat beroep heeft gedaan haar gewone verblijfplaats heeft?
2. Kan de nationale rechter artikel 10, lid 2, van de Rome I-verordening aldus uitleggen dat hij de discretionaire bevoegdheid heeft om – rekening houdend met alle omstandigheden van het geval – te beoordelen of het verlenen van toestemming met betrekking tot het ingevolge artikel 10, lid 1, toepasselijke recht, in het licht van de in aanmerking te nemen omstandigheden, niet redelijkerwijs voortvloeit uit het gedrag van de betrokken partij?
3. Indien een partij zich, voor het bewijs dat zij haar toestemming niet heeft verleend, krachtens artikel 10, lid 2, van de Rome I-verordening beroept op het recht van het land waar zij haar gewone verblijfplaats heeft, moet de nationale rechter dan rekening houden met dat recht voor zover op grond daarvan het door die partij verlenen van toestemming met betrekking tot het krachtens de overeenkomst toepasselijke recht, gelet op de genoemde omstandigheden, niet is aan te merken als redelijk gedrag?
3.1. Verzet het [Unierecht] zich er in dat geval tegen dat de nationale rechter een zodanige uitlegging geeft dat bij de beoordeling van de omstandigheden om te bepalen of het redelijk is dat [Or. 2] geen toestemming is verleend, dient te worden gekeken naar de omstandigheden van de sluiting, het onderwerp en de uitvoering van de overeenkomst?
II – Met betrekking tot verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken [hierna: „executieverordening”]:
1. Verzet artikel 23, lid 1, van de executieverordening zich ertegen dat de nationale rechter een zodanige uitlegging geeft dat precies moet worden aangegeven welk gerecht bevoegd is, of is het, gelet op overweging 14 van deze verordening, voldoende dat de wil of bedoeling van partijen duidelijk blijkt uit de bewoordingen van de overeenkomst?
1.1 Is het verenigbaar met artikel 23, lid 1, van de executieverordening dat de nationale rechter een zodanige uitlegging geeft dat een in de algemene voorwaarden van één van de partijen opgenomen forumkeuzebeding, op grond waarvan partijen zijn overeengekomen dat geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met de geldigheid, uitvoering of afhandeling van de opdracht en die tussen partijen niet in der minne worden opgelost, uitsluitend en definitief worden beslecht door de gerechten van een bepaalde stad in een lidstaat (namelijk de gerechten van Parijs), voldoende duidelijk is omdat de wil of bedoeling van partijen met betrekking tot de aangewezen lidstaat, gelet op overweging 14 van de executieverordening, ondubbelzinnig blijkt uit de bewoordingen van het forumkeuzebeding?

Specifiek beleidsterrein: VenJ

Gerelateerde documenten