C-225/20 Euro Delta Danube

Contentverzamelaar

C-225/20 Euro Delta Danube

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     3 augustus 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     20 september 2020

Trefwoorden : landbouw; visserij; subsidies;

Onderwerp :

Gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden

 

Feiten:

Euro Delta Danube (verzoekster) is een Roemeense rechtspersoon die vis kweekt en graan verbouwt. Verzoekster heeft twee arealen in concessie gedeeltelijk voor landbouw gebruikt en heeft een enkele betalingsaanvraag ingediend voor 288,37 ha. De verwerende partij (APIA) heeft een betalingsbesluit vastgesteld en daaruit blijkt dat het geconstateerde areaal 100,58 ha was t.o.v. het aangegeven areaal van 288,37 ha. Verweerster stelde daarom een bedrag vast voor 100,58 ha en daarnaast ook extra sancties voor de te hoge aangifte. Het bestuurlijke bezwaar tegen deze beschikking is afgewezen. De rechter in eerste aanleg heeft het beroep van verzoekster ongegrond verklaard. Daarom heeft de vennootschap hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter. Verzoekster vraagt de rechter vast te stellen dat het niet voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria voor het gehele areaal waarvoor betaling wordt gevraagd (wegens ontbreken van bewijs dat de grond gebruikt wordt voor de landbouwproductie) geen grond is om meerjarige sancties op te leggen wegens het opgeven van te grote verbouwde arealen.

Verweerster betoogt dat het areaal dat voor visteelt in concessie is gegeven maar als landbouwgrond wordt gebruikt, zonder toestemming van de concessiegever en zonder de bij wet vastgelegde stappen te volgen voor de wijziging van de gebruikscategorie, niet subsidiabel is, zodat er op correcte wijze sancties wegens te hoge aangifte zijn opgelegd.

 

Overweging:

In deze omstandigheden is het nuttig om vast te stellen of de definitie van “te hoge aangifte” in de nationale wetgeving overeenkomt met het Unierecht en of het door de autoriteiten “geconstateerde areaal” door uitsluiting van als niet-subsidiabel beschouwde arealen in het geval van te hoge aangifte overeenkomt met het areaal dat is geconstateerd op basis van het begrip “geconstateerd areaal” uit het nationale en Unierecht. Aangezien de rechter twijfelt over de verschillende toepassingswijzen van de nationale wetgeving in identieke gevallen (namelijk uitsluiting van betaling van een areaal dat niet aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voldoet tegenover uitsluiting van betaling met oplegging van een sanctie), acht hij het nuttig om in de onderhavige zaak een prejudiciële vraag aan het Hof te stellen.

 

Prejudiciële vraag:

Verzetten artikel 2, punt 23, en artikel 19 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden, zich tegen een nationale regeling die, in omstandigheden zoals die in het hoofdgeding, aan landbouwers administratieve sancties oplegt vanwege een te hoge aangifte omdat deze niet voldoet aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor het areaal dat als teveel aangegeven wordt beschouwd, op grond dat deze een voor de visteelt ingericht areaal exploiteert krachtens een concessieovereenkomst, zonder aan te tonen dat de concessiegever heeft ingestemd met het gebruik van de grond voor landbouwdoeleinden?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-304/2019

Specifiek beleidsterrein: LNV