C-227/22 Regionalna direktsia Avtomobilna administratsia Pleven

Contentverzamelaar

C-227/22 Regionalna direktsia Avtomobilna administratsia Pleven

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    27 mei 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    13 juli 2022

Trefwoorden: rijbewijs, verklaring van psychologische geschiktheid, boetebeschikking

Onderwerp: Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs

Feiten:

IL is houder van een rijbewijs voor de categorieën A, A1, А2, АМ, В, В1, ВЕ, С, CE, C1, C1E, D, DE, D1, D1E en Tkt (trekkers op wielen). Zijn rijbewijs is geldig gedurende de periode van 28-11-2019 tot 28-11-2024. Op 04-08-2021 bestuurde hij een trekker met daaraan vastgekoppeld een oplegger, waarmee hij diensten van openbaar goederenvervoer verrichtte. Bij een controle werd vastgesteld dat hij geen geldige verklaring van psychologische geschiktheid kon overleggen. De laatste verklaring van psychologische geschiktheid waarover hij beschikte, was afgegeven op 07-10-2017 en was geldig tot 7-10-2020. Omdat de bestuurder volgens de verbalisant niet beschikte over een geldige verklaring van psychologische geschiktheid, schreef deze een bekeuring uit wegens overtreding van artikel 8, lid 1, van verordening nr. 36. Tegen deze boetebeschikking heeft IL beroep ingesteld bij de rechter in eerste aanleg en daartoe in wezen aangevoerd dat artikel 8, lid 1, van verordening nr. 36 en de boetebepaling van artikel 178c, lid 5, ZDvP in strijd zijn met richtlijn 2006/126.

Overweging:

De verwijzende rechter is van oordeel dat de bepalingen van richtlijn 2006/126 onduidelijk en in zekere zin innerlijk tegenstrijdig zijn en bijgevolg door het Hof officieel moeten worden uitgelegd. Enerzijds moeten bestuurders van een voertuig dat bestemd is voor het vervoer van personen of goederen volgens overweging 9 van de richtlijn het bewijs dat zij voldoen aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, leveren op het ogenblik van de afgifte van het rijbewijs en vervolgens periodiek, waarbij (zoals aan het slot uitdrukkelijk wordt aanbevolen) de medische onderzoeken dienen samen te vallen met de verlenging van het rijbewijs en het tijdstip ervan dus wordt bepaald door de geldigheidsduur van het rijbewijs. Anderzijds biedt punt 4 van bijlage III bij de richtlijn de lidstaten de mogelijkheid om in hun nationale wetgeving de periodieke terugkeer van de medische onderzoeken voor bestuurders van groep 2 naar eigen goeddunken vast te stellen, waarbij deze periodiciteit zeer wel kan verschillen van de geldigheidsduur van het rijbewijs. Het is aan het Hof om een duidelijk antwoord te geven op de vraag of de bepalingen van richtlijn 2006/126 de lidstaten toestaan om van bestuurders van voertuigen van de categorieën С, CE, C1, CIE, D, DE, D1, D1E te verlangen dat zij zich onderwerpen aan medische onderzoeken om hun psychische en geestelijke geschiktheid te laten vaststellen, met tussenpozen die korter zijn dan de geldigheidsduur van het rijbewijs, en om in dat verband een afzonderlijk document (naast het rijbewijs) te verlangen waaruit die geschiktheid blijkt, dan wel of het bezit van een geldig rijbewijs voor de genoemde categorieën tevens de psychische en geestelijke geschiktheid van de bestuurder bewijst, aangezien deze geschiktheid reeds bij de eerste afgifte of verlenging van het rijbewijs is vastgesteld?

Prejudiciële vraag:

Staat richtlijn 2006/126 de lidstaten toe om van bestuurders van voertuigen van de categorieën С, CE, C1, CIE, D, DE, D1, D1E te verlangen dat zij met tussenpozen die korter zijn dan de geldigheidsduur van het rijbewijs medische onderzoeken ondergaan om hun psychische en geestelijke geschiktheid te laten vaststellen, en om in dit verband een afzonderlijk document (naast het rijbewijs) te verlangen waaruit die geschiktheid blijkt? Of bewijst het bezit van een geldig rijbewijs voor de genoemde categorieën tevens de psychische en geestelijke geschiktheid van de bestuurder, aangezien deze geschiktheid reeds bij de eerste afgifte of verlenging van het rijbewijs is vastgesteld?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW