C-234/22 Roheline Kogukond e.a. 

Contentverzamelaar

C-234/22 Roheline Kogukond e.a. 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    17 juni 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    3 augustus 2022

Trefwoorden: milieu-informatie, gegevens, permanente proefvlakken, statistische bosinventarisatie

Onderwerp:

Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad

Feiten:

Op 12-03-2021 hebben meerdere milieuorganisaties (verzoekers) – bij het milieuagentschap (verweerder) een verzoek om informatie ingediend dat betrekking had op de aan de statistische bosinventarisatie (SBI) ten grondslag liggende gegevens (basisgegevens), de voor de analyse daarvan vereiste aanvullende gegevens en de coördinaten van de permanente proefvlakken. Volgens de beschrijving op verweerders website is de SBI een steekproefonderzoek waarbij informatie wordt verzameld over de bossen in Estland. Op 19-03-2021 heeft verweerder de SBI-basisgegevens gedeeltelijk, dat wil zeggen zonder de coördinaten van de permanente proefvlakken, ter beschikking gesteld. Hij heeft betoogd dat de coördinaten van de permanente proefvlakken beperkt toegankelijke gegevens zijn. Op 07-12-2020 heeft de autoriteit voor gegevensbescherming verweerder gelast om het verzoek om informatie opnieuw te beoordelen teneinde zekerheid te verkrijgen over de grondslag voor de beperking van de toegang, en om de gevraagde informatie beschikbaar te stellen. De verzoekers hebben bij de bestuursrechter beroep ingesteld teneinde verweerder te doen veroordelen tot inwilliging van hun verzoek om informatie. Verzoekers betogen dat de coördinaten van de permanente proefvlakken vallen onder milieu-informatie in de zin van overweging 10 en artikel 2, punt 1, van de milieu-informatierichtlijn.

Overweging:

De rechter is van oordeel dat een uitlegging van het Unierecht noodzakelijk is voor een correcte beslissing in de onderhavige zaak. De toegang tot milieu-informatie wordt geregeld bij de milieu-informatierichtlijn en het Verdrag van Aarhus, zodat deze in aanmerking moeten worden genomen. Ten eerste hebben verzoekers zich met betrekking tot de vraag of de gevraagde informatie moet worden aangemerkt als milieu-informatie beroepen op artikel 2, punt 1, onder a) of b), van de milieu-informatierichtlijn. Voor de beslechting van het geding moet worden nagegaan of de bewuste informatie de inhoudelijke kenmerken van het begrip „milieu-informatie” als bedoeld in artikel 2, punt 1, onder a), van de milieu-informatierichtlijn vertoont. Indien het standpunt wordt ingenomen dat de gevraagde informatie milieu-informatie in de zin van de milieu-informatierichtlijn is, rijst de vraag of verweerders weigering in overeenstemming was met de milieu-informatierichtlijn en het Verdrag van Aarhus. De bepaling kan aldus ook worden uitgelegd dat de gevraagde informatie niet als milieu-informatie in de zin van de milieu-informatierichtlijn dient te worden aangemerkt. Uit overweging 20 en artikel 8, leden 1 en 2, van de milieu-informatierichtlijn kunnen twee conclusies worden getrokken. Ten eerste kan de methode die wordt gebruikt om de milieu-informatie te verzamelen, niet zonder meer worden gelijkgesteld met de milieu-informatie zelf. Ten tweede wordt in de richtlijn benadrukt dat de staat verplicht is om ervoor te zorgen dat de milieu-informatie actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is. Artikel 8 en overweging 20 doen de vraag rijzen hoe gedetailleerd de lidstaten informatie over methoden voor de analyse openbaar moeten maken. Voor de rechter is het onduidelijk hoe de milieu-informatierichtlijn in deze situatie dient te worden uitgelegd. Een ander probleem bij de uitlegging van artikel 8, lid 2, van de milieu-informatierichtlijn is dat deze bepaling ziet op een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn, dat wil zeggen een verzoek betreffende emissies. De vraag rijst echter hoe artikel 8 dient te worden toegepast wanneer wordt verzocht om informatie als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van de richtlijn. Indien de informatie over de procedures voor de analyse niet kan worden gelijkgesteld met milieu-informatie, rijst de vraag op welke gronden een verzoek om informatie als bedoeld in artikel 8, lid 2, van de milieu-informatierichtlijn kan worden geweigerd. Zijn de in artikel 4 genoemde uitzonderingen van toepassing? Tevens rijst de vraag of de niet-openbaarmaking van informatie kan worden verzacht door andere maatregelen, zoals het verlenen van toegang aan onderzoeks- en ontwikkelingsinstellingen tot de gegevens over de locatie van de permanente proefvlakken ten behoeve van bosbouwkundig onderzoek, op basis van een overeenkomst over het gebruik van die gegevens.

Prejudiciële vragen:

1.1. Moeten gegevens als die welke betrekking hebben op de locatie van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie, worden aangemerkt als milieu-informatie in de zin van artikel 2, punt 1, onder a) of b), van de milieu-informatierichtlijn?

1.2. Indien het antwoord op vraag 1.1 luidt dat er sprake is van milieuinformatie:

1.2.1. Moet artikel 4, lid 1, onder d), van de milieu-informatierichtlijn dan aldus worden uitgelegd dat ook gegevens over de locatie van de permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie onder „nog onvoltooid materiaal” of „onvoltooide documenten of gegevens” vallen?

1.2.2. Moet artikel 4, lid 2, onder a), van de milieu-informatierichtlijn aldus worden uitgelegd dat aan de in deze bepaling gestelde voorwaarde dat bij de wet is voorzien in het vertrouwelijke karakter van de informatie in kwestie, is voldaan wanneer de vertrouwelijkheid niet bij de wet is voorgeschreven voor een specifieke soort informatie, maar voortvloeit uit de uitlegging van een bepaling van een rechtshandeling van algemene strekking, zoals de wet betreffende openbare informatie of de wet betreffende overheidsstatistieken?

1.2.3. Moet voor de toepassing van artikel 4, lid 2, onder b), van de milieuinformatierichtlijn worden vastgesteld dat de openbaarmaking van de gevraagde informatie daadwerkelijk afbreuk doet aan de internationale betrekkingen van de betrokken staat, of is het voldoende dat het risico daarop bestaat?

1.2.4. Rechtvaardigt de in artikel 4, lid 2, onder h), van de milieuinformatierichtlijn genoemde grond „bescherming van het milieu waarop [de betreffende] informatie betrekking heeft” dat de toegang tot milieuinformatie wordt beperkt om de betrouwbaarheid van de overheidsstatistieken te waarborgen?

1.3. Indien het antwoord op vraag 1.1 luidt dat gegevens als die welke betrekking hebben op de locatie van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie, geen milieuinformatie zijn, moet een verzoek om informatie dat ziet op dergelijke gegevens, dan worden aangemerkt als een verzoek om informatie in de zin van artikel 2, punt 1, onder b), van de milieu-informatierichtlijn, dat overeenkomstig artikel 8, lid 2, moet worden behandeld?

1.4. Ingeval vraag 1.3 bevestigend wordt beantwoord: Moeten gegevens als die welke betrekking hebben op de locatie van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie, dan worden aangemerkt als informatie over de bij het samenstellen van de informatie gebruikte methoden voor analysering, monstername en voorbehandeling van de monsters in de zin van artikel 8, lid 2, van de milieuinformatierichtlijn?

1.5.1. Ingeval vraag 1.4 bevestigend wordt beantwoord: Kan de toegang tot dergelijke informatie op grond van artikel 8, lid 2, van de milieuinformatierichtlijn dan worden beperkt om een gewichtige reden die uit het nationale recht voortvloeit?

1.5.2. Kan de weigering om de informatie op grond van artikel 8, lid 2, van de milieu-informatierichtlijn openbaar te maken worden verzacht door andere maatregelen, zoals het verlenen van toegang tot de gevraagde informatie aan onderzoeks- en ontwikkelingsinstellingen of aan de rekenkamer ten behoeve van een audit?

1.6. Kan de weigering om gegevens openbaar te maken als die welke betrekking hebben op de locatie van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie, worden gerechtvaardigd door het doel om de kwaliteit van de milieu-informatie in de zin van artikel 8, lid 1, van de milieu-informatierichtlijn te waarborgen?

1.7. Vormt overweging 21 van de milieu-informatierichtlijn een rechtsgrondslag voor het verstrekken van gegevens over de locatie van de permanente proefvlakken van de statistische bosinventarisatie?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Bayer CropScience en Stichting De Bijenstichting (C-442/14)

Specifiek beleidsterrein: IenW