C-243/20 Trapeza Peiraios

Contentverzamelaar

C-243/20 Trapeza Peiraios

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     12 augustus 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     29 september 2020

Trefwoorden : oneerlijke bedingen; consumenten; kredietovereenkomst

Onderwerp :

Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

 

Feiten:

Verzoekers hebben op 03-09-2004 een hypotheekovereenkomst voor €100.000,- afgesloten met een totale looptijd van 30 jaar bij verweerster (kredietverstrekker). Op 26-03-2007 stelden partijen een akte van wijziging van de kredietovereenkomst vast, waarbij de valuta waarin de overeenkomst was uitgedrukt werd gewijzigd van euro’s in Zwitserse franken. Op 25-06-2007 werd de overeenkomst opnieuw gewijzigd en werd overeengekomen dat het op openstaande bedrag op 17-07-2007 zou worden omgezet in Zwitserse franken volgens de nader omschreven voorwaarden en afspraken. Volgens verzoekers hadden zij ter aflossing van de lening €98.298,62 betaald, toen verweerster hen op 17-04-2018 informeerde dat, wegens de toepassing van de beschreven clausules en de verplichting om de termijnen te voldoen volgens de telkens geldende wisselkoers, alleen al de verschuldigde hoofdsom nog €87.858,78 bedroeg. Daarom stelden verzoekers een vordering in bij de districtsrechter in eerste aanleg waarin zij onder meer de nietigverklaring van de akten tot wijziging van de kredietovereenkomst vorderden op grond dat deze oneerlijk waren. Verzoekers betogen dat zij door verweerster vóór noch tijdens het sluiten van de overeenkomst in kennis waren gesteld van het wisselkoersrisico, en dat zij niet beschikten over de vereiste kennis om dit zelf te begrijpen. Indien zij door de ondergeschikten van verweerster geïnformeerd waren geweest over de afwenteling van het wisselkoersrisico en de gevolgen daarvan, zouden zij de litigieuze overeenkomst niet gesloten hebben

 

Overweging:

In de Griekse rechtspraak zijn de meningen verdeeld over de vraag of artikel 1(2) van richtlijn 93/13, al is het niet uitdrukkelijk in het Griekse recht opgenomen, door uitlegging geacht kan worden wel te zijn opgenomen. Dit zou betekenen dat niet onderzocht kan worden of een beding in een kredietovereenkomst waarbij een wettelijke bepaling is overgenomen, oneerlijk is. In de onderhavige zaak moet derhalve worden uitgemaakt of de verwijzende rechter het oneerlijke karakter van de bedoelde clausules kan onderzoeken.

 

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 8 van richtlijn 93/13/EEG, dat de lidstaten de mogelijkheid biedt om ter verhoging van het beschermingsniveau van de consument strengere bepalingen aan te nemen, aldus worden uitgelegd dat een lidstaat kan besluiten om artikel 1, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG niet in het nationale recht om te zetten en de rechter toe te staan ook bedingen te onderzoeken waarin wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van dwingend of regelend recht zijn overgenomen?

2) Kan artikel 1, lid 2, eerste en tweede alinea, van richtlijn 93/13/EEG, ook al is het niet uitdrukkelijk in het Griekse recht opgenomen, geacht worden daarin indirect te zijn opgenomen door de inhoud van artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 1, van de richtlijn, zoals deze is omgezet in artikel [2] lid [6] van wet 225[1]/1994?

3) Omvat het begrip „oneerlijke bedingen” en de werkingssfeer daarvan, zoals omschreven in artikel 3, lid 1, en 4, lid 1, van richtlijn 93/13 ook de uitzondering van artikel 1, lid 2, eerste en tweede alinea, van richtlijn 93/13?

4) Is het beding in een kredietovereenkomst tussen een consument en een kredietinstelling dat de inhoud van een bepaling van regelend recht van de lidstaat weergeeft, onderworpen aan het onderzoek naar het oneerlijke karakter van de algemene contractvoorwaarden in de zin van richtlijn 93/13/EEG, wanneer over dat beding niet afzonderlijk is onderhandeld?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; FIN; JenV