C-249/15 Wind 1014 et Daell

Contentverzamelaar

Terug C-249/15 Wind 1014 et Daell

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   21 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   07 augustus 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   07 september 2015
Trefwoorden: belasting; leasecontract; vrij verkeer diensten

Onderwerp: VWEU artikel 56 (vrij verkeer diensten)

Kurt Daell woont in DEN is leasingnemer van een auto van medeverzoeker, de DUI firma Wind 1014. Verzoeker heeft de(zelfde) auto twee keer eerder geleased. Toen zat er een DUI consultant tussen verzoekende partijen en werd de procedure (betaling registratiebelasting) binnen één à twee dagen na de aanvraag die verzoeker voor rekening van zijn vennootschap indiende door de DENaut afgewikkeld. In de ene overeenkomst (2008) staat Dael als leasingnemer geboekt, in die van 2009 zijn bedrijf Harald Nyborg. In beide gevallen is medeverzoeker Wind de leasinggever. Op 09-06-2010 dient Wind een nieuwe aanvraag in om registratiebelasting op het voertuig te mogen betalen. Daarbij wordt het leasecontract overgelegd dat Daell als leasingnemer vermeldt, voor een periode 15-06 – 15-11-2010. Op grond van eigen berekening van het te betalen bedrag wordt een cheque bijgevoegd en het verzoek aan de belastingdienst (verweerster) om contact op te nemen voor het afhalen van de nummerplaten. Omdat er in 2008 een wetwijziging is geweest waarbij de mogelijkheid om proportionele registratiebelasting te betalen is uitgebreid tot leasingovereenkomsten die zijn gesloten met DEN leasingmaatschappijen, besloot de DEN belastingadministratie om de verzoeken grondiger te onderzoeken om fraude en misbruik van de regeling te voorkomen. Wind wordt vervolgens om aanvullende informatie gevraagd (laatste jaarrekening, financiële plannen als ook de basis voor de berekende leasingvergoeding). Verweerster laat op 12-07-2010 weten dat de zaak in behandeling is. Daell vraagt nog dezelfde dag een regeling om het voertuig tijdens behandeling van het verzoek te gebruiken. Verzoeker krijgt op 13 juli te horen dat er naar verwachting binnen een maand een voorstel voor een besluit komt. Verzoekers stappen 16 juli 2010 naar de rechter om een verklaring voor recht te verkrijgen dat Daell het voertuig onmiddellijk in DEN mag gebruiken. Pas op 21 oktober wijst verweerster Winds betalingsverzoek af, met name op de grond dat niet is gebleken dat Wind eigenaar is van het voertuig en er twijfels bestaan over Winds commerciële activiteiten als leasemaatschappij. De nationale fiscale Rb doet 29-06-2011 uitspraak waarbij verzoekers in het ongelijk worden gesteld. In de procedure voor de verwijzende rechter stellen verzoekers dat de (nieuwe) DEN regeling in strijd is met het vrij verkeer van diensten: de tijdelijke invoer van leaseauto’s wordt verhinderd of bemoeilijkt. De strengere regelgeving en de door verweerster ingestelde regeling ‘grote klanten’ gelden alleen voor in DEN gevestigde bedrijven en is dan ook discriminerend tegenover buitenlandse partijen. Het HvJEU is nog niet in de gelegenheid gesteld om te beoordelen of de DEN praktijk verenigbaar is met EUrecht. Verweerster stelt dat er geen strijd is met VWEU artikel 56. (fraudebestrijding).

De verwijzende DEN rechter (Østre Landsret) stelt vast dat het HvJEU zich nog niet heeft uitgesproken over de door de door DEN in casu gestelde eisen inzake leasecontracten. Hij twijfelt over de correcte uitleg van VWEU artikel 56, en legt het HvJEU de volgende vragen voor:
1) Is het in overeenstemming met het Unierecht, in het bijzonder met artikel 56 VWEU, dat een voertuig waarover een leasingovereenkomst is gesloten tussen een in een lidstaat gevestigde leasingmaatschappij en een in een andere lidstaat woonachtige of gevestigde leasingnemer, in beginsel (zie hieronder, vraag 2) niet op het wegennet van laatstgenoemde lidstaat in gebruik kan worden genomen zolang de administratie een verzoek behandelt tot betaling van proportionele registratiebelasting voor dit voertuig voor de periode waarin de leasingnemer het in deze lidstaat wenst te gebruiken?
2) Is het verenigbaar met het Unierecht, in het bijzonder met artikel 56 VWEU, dat een nationale maatregel als voorwaarde voor de registratie/proportionele betaling van de belasting voor een voertuig voor louter tijdelijk, niet-permanent gebruik een voorafgaande goedkeuring vereist, of inhoudt dat
(i) de administratie de onmiddellijke ingebruikname afhankelijk stelt van de volledige betaling van de Deense registratiebelasting en dat het verschil tussen de volledige belasting en de berekende proportionele belasting wordt terugbetaald, vermeerderd met rente, indien achteraf goedkeuring wordt verleend, en/of dat
(ii) de administratie de onmiddellijke ingebruikname afhankelijk stelt van de volledige betaling van de registratiebelasting en dat deze niet wordt aangepast en het overschot niet wordt terugbetaald wanneer het tijdelijk gebruik wordt beëindigd, indien geen goedkeuring wordt verleend?

Specifiek beleidsterrein: FIN en EZ

Gerelateerde documenten