C-255/15 Mennens

Contentverzamelaar

Terug C-255/15 Mennens

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   16 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   02 augustus 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   02 september 2015
Trefwoorden: luchtvaart; compensatieregeling luchtvaartpassagiers

Onderwerp
Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91

Verzoeker Steef Mennens (NL) heeft via verweerster Emirates een reis geboekt van Düsseldorf naar Tokio (via Dubai op 26 en 27-07-2013) en terug vanaf Singapore via Dubai naar Frankfurt op 23 en 24-08-2013. Hij heeft een e-ticket eerste klas, kosten totaal € 2.471,92. Op het traject Düsseldorf-Dubai wordt hij verplaatst naar de businessclass. Hij heeft daarvoor € 376 van verweerster ontvangen. Maar verzoeker meent dat hij recht heeft op terugbetaling van 75% van de totale prijs = € 1.853,94 en baseert zich daarbij op artikel 10 lid 2 onder c van Vo. 261/2004. Verweerster stelt dat het alleen om het segment van de reis gaat waarvoor de reiziger in een lagere klasse is geplaatst en worden ook de belastingen en heffing buiten beschouwing gelaten.
De relevante bepaling van artikel 10, lid 2, onder c), van verordening (EG) nr. 261/2004 luidt:
“Indien de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert een passagier in een lagere klasse plaatst dan die waarvoor een ticket is gekocht, vindt er, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 3, binnen zeven dagen terugbetaling plaats van 75 % van de prijs van het ticket voor alle vluchten die niet onder a) of b) vallen, met inbegrip van vluchten tussen het Europees grondgebied van de lidstaten en de Franse overzeese departementen.”

De verwijzende DUI rechter (Rb Düsseldorf) twijfelt over de uitleg van de Vo. aangezien het HvJEU heeft bepaald dat de retourvlucht een aparte vlucht is waarop Vo. 261/2004 in deze zaak niet van toepassing zou zijn. Het HvJEU gaat niet uit van het begrip ‘rondvlucht’ zoals in het Verdrag van Montreal maar splitst een reis als onderhavige op in delen (C-173/07). Over onderhavige vraag is nog geen (DUI) rechtspraak voorhanden. Hij heeft dan ook een uitspraak nodig van het HvJEU over de relevante bepalingen van verordening (EG) nr. 261/2004 en legt de volgende vragen voor:
I. Dient artikel 10, lid 2, juncto artikel 2, onder f), van verordening (EG) nr. 261/2004 aldus te worden uitgelegd dat onder „ticket” wordt verstaan het document op grond waarvan de reiziger (mede) recht heeft op vervoer door middel van de vlucht waarvoor hij in een lagere klasse is geplaatst, ongeacht of in dit document nog andere vluchten zijn vermeld zoals aansluitende vluchten of retourvluchten?
II. a. Indien vraag I bevestigend wordt beantwoord:
Dient artikel 10, lid 2, juncto artikel 2, onder f), van verordening (EG) nr. 261/2004 verder aldus te worden uitgelegd dat onder „prijs van het ticket” wordt verstaan het bedrag dat de reiziger voor alle op het ticket vermelde vluchten heeft betaald, ook indien hij voor slechts één van de vluchten in een lagere klasse is geplaatst?
b. Indien vraag I ontkennend wordt beantwoord: Dient voor de vaststelling van het bedrag dat de grondslag vormt voor de terugbetaling overeenkomstig artikel 10, lid 2, van verordening (EG) nr. 261/2004
aa. te worden uitgegaan van de prijs die de airline heeft bekendgemaakt voor het vervoer in de geboekte klasse op het gedeelte waarvoor de downgrade heeft plaatsgevonden?
of
bb. het quotiënt van de afstand van het gedeelte waarvoor de downgrade heeft plaatsgevonden en de totale vluchtafstand te worden berekend en met de totale prijs van de vlucht te worden vermenigvuldigd?
III. Dient artikel 10, lid 2, van verordening (EG) nr. 261/2004 verder aldus te worden uitgelegd dat onder „prijs van het ticket” enkel wordt verstaan de prijs van uitsluitend de vlucht exclusief belastingen en heffingen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-173/07 Emirates Airlines
Specifiek beleidsterrein: IenM mede EZ

Gerelateerde documenten