C-263/22 Ocidental – Companhia Portuguesa de Seguros de Vida

Contentverzamelaar

C-263/22 Ocidental – Companhia Portuguesa de Seguros de Vida

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    14 juni 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    31 juli 2022

Trefwoorden: verzekeringsovereenkomst, medische gegevens, oneerlijke bedingen

Onderwerp: Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

Feiten:

LP heeft tegen Ocidental – Companhia Portuguesa de Seguros de Vida, S.A. een vordering ingesteld strekkende tot veroordeling van verweerster o.a. tot betaling aan de kredietinstelling waarmee verzoekster en haar echtgenoot een leningsovereenkomst hadden gesloten, van het gedeelte van het geleende kapitaal dat verschuldigd was op de datum waarop de blijvende arbeidsongeschiktheid van verzoekster werd erkend.  Ter ondersteuning van haar vordering heeft verzoekster de niet-naleving aangevoerd van de collectieve verzekeringsovereenkomst waartoe zij was toegetreden en die was gesloten tussen de verwerende verzekeringsmaatschappij en de kredietinstelling waarmee verzoekster en haar echtgenoot een leningsovereenkomst hadden gesloten. Verweerster heeft aangevoerd dat de verzekeringsovereenkomst nietig was op grond dat deze was gesloten op basis van valse of onvolledige verklaringen over de gezondheidstoestand van verzoekster ten tijde van de sluiting ervan. In antwoord op de door verweerster aangevoerde middelen heeft verzoekster erop gewezen dat de medische gegevens in het voorstel voor de toetreding tot de overeenkomst waren ingevuld door de bankbediende die haar de overeenkomst ter ondertekening had voorgelegd, dat zij geen medische vragenlijst had ingevuld en dat zij zich ertoe had beperkt het voorstel te ondertekenen zonder dat enig beding tot uitsluiting van de dekking van de gesloten verzekering aan haar was voorgelezen.

Overweging:

De Portugese wetgeving levert de volgende moeilijkheden op: voor zover artikel 4, lid 1, van besluit met kracht van wet nr. 176/95 de verzekeringnemer van de collectieve verzekering verplicht de verzekerden informatie te verstrekken over de bedingen van de verzekeringsovereenkomst, rijst de vraag of deze normatieve keuze in de weg staat aan de toepassing van de wettelijke regeling betreffende bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. De niet-toepassing van de wettelijke regeling betreffende bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, heeft tot gevolg dat de verzekeringsdekking niet van kracht is en dat de verzekeringsmaatschappij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de niet-naleving van de verzekeringsovereenkomst. Voor de niet-naleving van de plichten tot kennisgeving en informatieverstrekking over de bedingen kan enkel de verzekeringnemer – indien hij voor de rechter is gedaagd – aansprakelijk worden gesteld. De Portugese rechtspraak biedt geen eensluidende oplossing voor het probleem dat uit de bewoordingen van deze wetsteksten voortvloeit. Volgens een bepaalde lijn in de rechtspraak is de regeling van besluit met kracht van wet nr. 176/95 een bijzondere regeling die de toepassing van de regeling met betrekking tot bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, uitsluit. Volgens een andere lijn in de rechtspraak sluit de regeling van besluit met kracht van wet nr. 176/95 niet uit dat de regeling met betrekking tot bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld wordt toegepast, en moet – gelet op de aard en de structuur van de collectieve verzekering met bijdrageplicht – worden aangenomen dat de verzekeringsmaatschappij onderworpen is aan de in deze regeling vastgestelde plichten tot kennisgeving en informatieverstrekking over de bedingen of, in voorkomend geval, dat de niet-naleving door de verzekeringnemer van deze verplichtingen kan worden tegengeworpen aan de verzekeringsmaatschappij. Er heerst echter twijfel of de eerste lijn in de rechtspraak verenigbaar is met de nuttige werking van richtlijn 93/13/EEG.

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 5 van richtlijn 93/13/EEG, dat bepaalt dat ,aan de consument voorgestelde bedingen [...] steeds duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld’, in het licht van de twintigste overweging van deze richtlijn aldus worden uitgelegd dat de consument steeds de mogelijkheid moet hebben om kennis te nemen van alle bedingen?

2) Moet artikel 4, lid 2, van richtlijn 93/13/EEG, dat bepaalt dat de toetsing van bedingen betreffende het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst is uitgesloten indien ,die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd’, aldus worden uitgelegd dat de consument steeds de mogelijkheid moet hebben om kennis te nemen van deze bedingen?

3) In het kader van een nationale regeling die voorziet in de mogelijkheid van een rechterlijke toetsing van het oneerlijke karakter van bedingen waarover niet afzonderlijk is onderhandeld en die betrekking hebben op de bepaling van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst: i) staat artikel 3, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG, gelezen in samenhang met punt i) van de indicatieve lijst als vermeld in lid 3 van dat artikel, eraan in de weg dat de verzekeringsmaatschappij wanneer het gaat om een collectieve verzekeringsovereenkomst met bijdrageplicht, aan de verzekerde een beding tot uitsluiting of beperking van het verzekerde risico kan tegenwerpen waarvan hem geen kennis is gegeven en waarvan hij bijgevolg geen kennis heeft kunnen nemen; ii) is dit ook het geval indien, bij niet-naleving van de plicht tot kennisgeving en informatieverstrekking over de bedingen, op grond van de nationale wettelijke regeling de verzekeringnemer aansprakelijk wordt gesteld voor de vergoeding van de door de verzekerde geleden schade, maar deze verzekerde daardoor niet in de situatie wordt gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de verzekeringsdekking van kracht was geweest?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Commissie/Nederland (C-144/99), Caja de Ahorros y Monte de Piedad de Madrid (C-484/08),  RWE Vertrieb (C-92/11)

Specifiek beleidsterrein: EZK