C-270/20 Austrian Airlines

Contentverzamelaar

C-270/20 Austrian Airlines

Prejudiciële hofzaak  

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     13 augustus 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     30 september 2020

Trefwoorden : compensatie luchtreizigers;

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers  bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91;

 

Feiten:

Verzoekers hebben verweersters vlucht geboekt van Wenen naar Caïro op 24-06-2017. De geplande vertrektijd was 22:15, maar deze vlucht werd geannuleerd. Verzoekers kregen de mogelijkheid om hun vlucht om te boeken naar een vliegverbinding met een geplande vertrektijd op 24-06-2017 om 10:20. Verweerster heeft aan elke verzoeker buitengerechtelijk €200,- betaald. Verzoekers vorderen ieder €200,- extra omdat zij aanzienlijk vroeger zijn aangekomen dan gepland, en daarmee in dezelfde mate zijn geraakt als bij een aanzienlijk vertraagde aankomst. Bij de rechter in eerste aanleg werd de vordering afgewezen waarna verzoekers hoger beroep in hebben gesteld bij de verwijzende rechter.

 

Overweging:

De kernvraag is of artikel 7(2) van de verordening - op grond waarvan de compensatiebedragen bij wijze van uitzondering kunnen worden verlaagd - teleologisch moet worden uitgelegd dat deze bepaling ook alleen toepasselijk is wanneer de vliegtijden van de andere vlucht vóór de desbetreffende tijden van de geannuleerde vlucht liggen. Aangezien deze vraag in de rechtspraak van het Hof – voor zover de verwijzende rechter kan nagaan – nog niet is verduidelijkt en er evenmin beslissingen van nationale rechters bekend zijn waarin deze vraag diende te worden verduidelijkt, diende de rechter over te gaan tot een prejudiciële verwijzing.

 

Prejudiciële vraag:

Moet artikel 7, lid 2, onder b), van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers  bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 aldus worden uitgelegd dat een luchtvaartmaatschappij het volgens artikel 7, lid 1, onder b),van die verordening te betalen compensatiebedrag ook kan verlagen wanneer aan de passagiers ten gevolge van de annulering van de geboekte vlucht een andere vlucht wordt aangeboden waarvan de geplande vertrektijd en de geplande aankomsttijd beide 11 uur en 55 minuten vóór de vliegtijden van de geannuleerde vlucht liggen?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW