C-276/22 Edil Work 2 et S.T. 

Contentverzamelaar

C-276/22 Edil Work 2 et S.T. 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    22 juni 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    8 augustus 2022

Trefwoorden: vennootschap, beperkte aansprakelijkheid, beheershandeling

Onderwerp: artikelen 49 en 54 VWEU

Feiten:

In 2004 heeft de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (s.r.l.) Agricola Torcrescenza, waarvan het vermogen en de activiteit uitsluitend bestonden uit het gebouwencomplex Castello di Tor Crescenza in Rome, haar maatschappelijke benaming veranderd in STA s.r.l. en haar zetel verplaatst naar  Luxemburg, waar zij haar naam heeft veranderd in STE s.a.r.l.  In 2010 is in Luxemburg een buitengewone vergadering van de vennootschap gehouden, waarin S.B. is benoemd tot enig bestuurder. Bij die gelegenheid heeft S.B. F.F., een persoon die geen banden met de vennootschap had, benoemd tot haar algemeen gevolmachtigde. In 2012 heeft de gevolmachtigde F.F. de Castello di Tor Crescenza ingebracht in de Italiaanse vennootschap ST s.r.l., die zich er eerst, bij een voorovereenkomst, toe had verbonden het gebouwencomplex aan M.M. te verkopen en het vervolgens heeft ingebracht in de Italiaanse vennootschap Edil Work 2 s.r.l. In 2013 heeft STE s.a.r.l. voor de Tribunale di Roma (Italiaanse rechter in eerste aanleg) een procedure ingeleid tegen ST s.r.l. en Edil Work 2 s.r.l., strekkende tot nietigverklaring van de twee inbrengovereenkomsten op grond dat de toekenning van bevoegdheden aan F.F. door haar bestuurder niet rechtsgeldig was. De Tribunale di Roma, die zich niet heeft uitgesproken over het toepasselijke recht, heeft de vordering afgewezen. In tweede aanleg heeft de Corte d’appello di Roma het beroep toegewezen. De Corte d’appello heeft bovenal bevestigd dat het Italiaanse recht van toepassing was. Hiertegen hebben Edil Work 2 s.r.l. en ST s.r.l. bij de Corte di cassazione beroep ingesteld, waarbij zij bovenal hebben aangevoerd dat het tweede deel van artikel 25, lid 1, van wet nr. 218/1995 niet van toepassing is op grond dat de appelrechter er geen rekening mee heeft gehouden dat zowel de betekenis als de strekking van deze bepaling ingrijpend is gewijzigd door het Europese recht, dat de niet-toepassing ervan voorschrijft wanneer er een uitlegging aan wordt gegeven die onverenigbaar is met het Europese recht. De wederpartij STE s.a.r.l. heeft verweer gevoerd en er met name op gewezen dat, aangezien de hoofdactiviteit van de vennootschap zich in Italië bevindt, de rechtsgeldigheid van de aan F.F. verleende bevoegdheden en de geldigheid van de latere inbrengen in de verzoekende vennootschappen moeten worden onderzocht op basis van het Italiaanse recht.

Overweging:

Er moet worden vastgesteld of de vrijheid van vestiging ertoe leidt dat een vennootschap die haar belangrijkste activiteit in de staat van oorsprong blijft verrichten, onderworpen is aan het recht van de staat van ontvangst, niet alleen wat haar oprichting betreft, maar ook wat betreft het interne en externe beheer ervan, aangezien het in casu gaat om de toekenning van beheersbevoegdheden aan een derde zonder banden met de vennootschap, die een beslissende invloed op de activiteit van de vennootschap heeft gehad. Er zijn aanwijzingen in het Europese recht dat de bepalingen inzake de werking en het beheer van een vennootschap die haar zetel heeft verplaatst, onder het recht van de staat van ontvangst vallen. Omdat het in casu gaat om een beheershandeling van de vennootschap die gevolgen heeft voor haar activiteit, die wordt verricht in Italië – de staat van oorsprong ten aanzien waarvan de vennootschap haar rechtspersoonlijkheid heeft behouden – blijft volgens de verwijzende rechter evenwel twijfel bestaan of de betrokken beheershandeling moet worden beoordeeld in het licht van het recht en de uitlegging in de rechtspraak van de Italiaanse rechtsorde, dan wel van de Luxemburgse rechtsorde.

Prejudiciële vraag:

Verzetten de artikelen 49 en 54 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zich ertegen dat een lidstaat waarin een vennootschap (een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) oorspronkelijk is opgericht, de bepalingen van nationaal recht betreffende de werking en het beheer van vennootschappen op die vennootschap toepast, wanneer zij, na haar zetel te hebben verplaatst en opnieuw te zijn opgericht als een vennootschap naar het recht van de lidstaat van ontvangst, haar belangrijkste activiteit daadwerkelijk in de lidstaat van oorsprong blijft verrichten en de betrokken beheershandeling beslissende gevolgen heeft voor de activiteit van de vennootschap?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: (C-212/97), (C-208/00), (C-167/01), (C-411/03), (C-196/04), (C-210/06), (C-371/10), VALE (C-378/10), (C-106/16)

Specifiek beleidsterrein: EZK