C-288/15 MIS

Contentverzamelaar

Terug C-288/15 MIS

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   31 juli 2015
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   17 augustus 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   17 september 2015
Trefwoorden: douane-indeling; Gecombineerde Nomenclatuur (GN)

Onderwerp
- Uitvoeringsverordening (EU) nr. 298/2012 van de Commissie van 2 april 2012 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (Pb L 99 van 5 april 2012; hierna: „indelingsverordening”)
- Uitvoeringsverordening (EU) nr. 927/2012 van de Commissie van 9 oktober 2012 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief

Verzoekster Medical Imaging Systems GmbH voert in maart 2013 stralingsbeschermende kleding in uit de VS en geeft dit bij de douaneAut München (verweerster) aan onder GN-code 6211 33 10 00 0 (tarief 12%). Verweerster aanvaardt dit en legt de overeenkomstige invoerrechten aan verzoekster op. Verzoekster maakt bezwaar dat wordt afgewezen. De beschermende kleding is bestemd om te worden gedragen tijdens werkzaamheden met röntgenstralen. Verzoekster maakt bezwaar omdat zij meent dat er geen rechtsgrondslag is om de kleding onder 6211 33 10 in te delen. Het dominante bestanddeel is antimoon. Zonder dit aandeel kan het kledingstuk zijn functie niet vervullen. Het uiterlijk van het product is voor de indeling niet relevant. De juiste indeling volgens verzoekster zou dan ook GN 8110 90 00 moeten zijn. Uit verschillende bestanddelen samengestelde goederen moeten volgens verzoekster volgens de beginselen van algemene regel 3 b worden ingedeeld. Het metaalaandeel is hier kenmerkend. Het textiel is niet meer dan ‘verpakking’. Verweerster stelt dat het litigieuze product op de wezenlijke punten overeenstemt met het in de indelingsVo. beschreven goed en hiervan slechts onwezenlijk afwijkt. Indeling hoort onder 6211 omdat het om werk- en bedrijfskleding gaat. De EURCIE gaat er juist vanuit dat geen sprake is van samenloop die met behulp van regel 3 moet worden opgelost.

De verwijzende DUI rechter (Finanzgericht München) haalt de vaste rechtspraak van het HvJEU aan over de criteria voor tariefindeling. Hij meent dat het door verzoekster ingevoerde product qua objectieve eigenschappen en uiterlijk, alsmede de aan het product inherente gebruiksbestemming, voldoet aan de tekst van GN 6211 33 10 00 0. Die indeling wordt bevestigd door Vo. 298/2012 waarbij een soortgelijk product eveneens is ingedeeld onder dezelfde GN-code. De Commissie argumenteerde in dat verband onder meer dat gelet op het algemene uiterlijk van het artikel, de vorm en het textielmateriaal van de twee buitenste lagen, indeling op grond van de binnenste laag was uitgesloten. Principieel gelden indelingsverordeningen altijd alleen maar voor het onderzochte product dat de aanleiding was voor de Vo. Anderzijds benadrukt het HvJEU dat de toepassing van een indelingsVo. op goederen die overeenstemmen met de door die Vo. bestreken goederen een coherente uitlegging van de GN en de gelijke behandeling van de economische actoren bevordert. De verwijzende rechter twijfelt aan de juiste indeling vanwege de samenstelling uit verschillende materialen en de binnenste laag buiten beschouwing blijft, alhoewel de bescherming tegen straling juist wordt geboden door het vullingsmateriaal, dat vooral uit antimoon bestaat. Hij legt de volgende vraag voor aan het HvJEU:
“Is met het oog op de indeling onder postonderverdeling 6211 33 10 00 0 „werk- en bedrijfskleding” van de gecombineerde nomenclatuur uitsluitend het uiterlijk of de gebruiksbestemming doorslaggevend, dan wel dient met toepassing van algemene regel 3 b) in aanmerking te worden genomen aan welke bestanddelen een product zijn wezenlijke karakter ontleent?”

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-119/99 Hewlitt Packard
Specifiek beleidsterrein: FIN

Gerelateerde documenten