C-292/21 CNAE e.a.

Contentverzamelaar

C-292/21 CNAE e.a.

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     2 juli 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     18 augustus 2021

Trefwoorden : diensten; aanbesteding; cursus rijbewijspunten; verkeersveiligheid

Onderwerp :

Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;

Feiten:

De nationale verkeersdienst heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor cursussen die bestuurders moeten volgen om de rijbewijspunten terug te krijgen die zij als gevolg van verkeersovertredingen zijn kwijtgeraakt. De opdracht werd aanbesteed in de vorm van een concessieovereenkomst voor openbare diensten. Het nationale grondgebied – behalve Catalonië en Baskenland – werd daarvoor onderverdeeld in vijf  zones. De aankondiging van de opdracht is door Audica aangevochten bij het centraal bestuursorgaan dat de klacht heeft afgewezen. Audica heeft vervolgens bestuursrechtelijk beroep ingesteld tegen dat besluit. Het OM heeft zich aangesloten bij de stelling van verzoekster dat de gunning van bewustmakings- en herscholingscursussen op het gebied van rijveiligheid door middel van een concessieovereenkomst voor openbare diensten niet kan worden gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van de vrijheid van dienstverrichting, en heeft de verwijzende rechter verzocht een prejudiciële vraag te stellen. Bij arrest van 28-11-2018 heeft de Audiencia Nacional het beroep van Audica toegewezen en het besluit van het bestuursorgaan bevoegd voor zaken op het gebied van overheidsopdrachten en de aankondiging van de opdracht nietig verklaard. Tegen dit arrest zijn cassatieberoepen ingesteld door de Spaanse nationale overheid, de nationale confederatie van autoscholen (CNAE), en het tijdelijk samenwerkingsverband van ondernemingen (UTE). Verweerders in cassatie zijn het Spaanse openbaar ministerie en de vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van autoscholen.

Overweging:

In artikel 3 van de Spaanse wet is „dienst” gedefinieerd als „elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, zoals bedoeld in artikel 50 van het EGVerdrag”. Hieruit kan volgen dat de toegang tot de activiteit op dit gebied in beginsel vrij is, dat wil zeggen dat richtlijn 2006/123/EG en wet 17/2009 – die deze richtlijn heeft omgezet in Spaans recht – eraan in de weg staan dat de betrokken bewustmakings- en herscholingscursussen worden gegund door middel van een concessieovereenkomst en de uitoefening van die activiteit aldus wordt voorbehouden aan de concessiehouder. De bijzondere kenmerken van de betreffende curssusen zouden de toepassing van de in wet 17/2009 neergelegde uitzondering kunnen rechtvaardigen. Deze activiteit draagt een „dwingende reden van algemeen belang” in de zin van artikel 9 van richtlijn 2006/123/EG en van artikel 5 van wet 17/2009 in zich, te weten de relevantie ervan voor de verkeersveiligheid.

Prejudiciële vraag:

Is de nationale regeling volgens welke bewustmakings- en herscholingscursussen op het gebied van rijveiligheid met het oog op het terugkrijgen van rijbewijspunten moeten worden gegund door middel van een concessieovereenkomst voor openbare diensten verenigbaar met richtlijn 2006/123/EG of, in voorkomend geval, met andere bepalingen of beginselen van het Unierecht?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK; BZK; IenW