C-300/14 Imtech Marine Belgium

Contentverzamelaar

C-300/14 Imtech Marine Belgium

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie

Termijnen: Motivering departement:   14 november 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   30 november 2014
Schriftelijke opmerkingen:                   31 december 2014
Trefwoorden: EEX; rechtstreekse werking

Onderwerp
- VWEU artikel 288 (rechtshandelingen van de Unie)
- Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Pb 2001, L 12, blz. 1) (EEX-verordening)
- Verordening (EG) 805/2004 van 21 april 2004 van het Europees parlement en de Raad tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen

Verzoekster heeft een vordering op de in GRI zetelende firma Radio Helenica SA (verweerster) van € 23.506,99 voor verleende diensten. Verweerster komt haar betalingsverplichting niet na. Verzoekster daagt verweerster in maart 2013 en vordert een executoriale titel op grond van Vo. 805/2004. Verweerster wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van het bedrag plus diverse onkosten (rente, gerechtskosten). Verzoekster krijgt echter niet de gevraagde executoriale titel omdat de BEL wetgeving daartoe geen ruimte biedt. Verzoekster gaat tegen het vonnis in beroep bij de verwijzende rechter.

Het Hof heeft naar aanleiding van de verwijzingsbeschikking de BEL rechter nadere vragen gesteld, met name over de BEL regelgeving, en de toepasselijkheid van de heroverwegingsprocedure van Vo. 805/2004. Wat betreft de vijfde vraag merkt het Hof op dat hij uit de verwijzingsbeslissing kan opmaken dat verzoekster wel om waarmerking van het vonnis heeft verzocht in de gedinginleidende akte (dit wordt door de verwijzende rechter bevestigend beantwoord).
Wat betreft de toepasselijkheid van de heroverwegingsprocedure (die een geïntimeerde kan instellen indien hij bewijst dat hij de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn wil antwoordt de verwijzende rechter dat de BELaut van mening waren dat in de bestaande wetgeving voldoende middelen voorhanden waren (gewoon verzet en herroeping) om aan de vereisten van Vo. 805/2004 te voldoen. In 2008 is alsnog een wetsvoorstel ingediend waarmee ‘heroverweging’ mogelijk wordt gemaakt.

De verwijzende BEL rechter (Hof van Beroep Antwerpen) memoreert de voorwaarden voor waarmerking als Europese executoriale titel en de twijfel en onzekerheid die in de BEL rechtspraak en rechtsleer bestaat over de vraag of het BEL recht voldoet aan de minimumnormen van heroverweging. De rechter in eerste aanleg oordeelde dat de BEL wetgeving niet voorziet in een heroverwegingsprocedure conform de Vo. Ondanks de rechtstreekse werking van verordeningen zijn BEL rechtbanken terughoudend om vonnissen te waarmerken als Europees uitvoerbare titel. De verwijzende rechter besluit dan ook het HvJEU de volgende vragen voor te leggen:
1) Maakt het niet rechtstreeks toepassen van Verordening (EG)nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen een schending uit van artikel 288 (geconsolideerde versie) van het Verdrag van 25 maart 1957 betreffende het verdrag van de werking van de Europese Unie doordat
• de Belgische Wetgever heeft nagelaten om voormelde Verordening om te zetten in Belgische Wetgeving en
• de Belgische Wetgever nagelaten heeft - niettegenstaande het verzet en hoger beroep voorzien is in Belgische Wetgeving een heroverwegingsprocedure in te voegen?
2) In ontkennend geval, aangezien een Verordening (EG) rechtstreekse werking heeft, wat wordt er verstaan onder "heroverweging van een beslissing" in artikel 19.1 Verordening (EG)nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen? Moet er enkel in een heroverwegingsprocedure worden voorzien indien de betekening of kennisgeving van een dagvaarding / geding inleidende akte gebeurd is op een in artikel 14 van Verordening (EG)nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen bedoelde wijze, met andere woorden zonder bewijs van ontvangst? Biedt de Belgische Wetgeving geen voldoende garanties om te voldoen aan het criteria van "heroverwegingsprocedure" voorzien in artikel 19.1 Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen met het verzet conform artikel 1047 e.v. Belgisch Gerechtelijk Wetboek en hoger beroep conform artikel 1050 e.v. Belgisch Gerechtelijk Wetboek?
3) Biedt artikel 50 van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek, dat toelaat om de In artikel 860, tweede lid, 55 en 1048/ Belgisch Gerechtelijk Wetboek vermelde vervaltermijnen te verlengen in geval van overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten de wil van de betrokkenen voldoende bescherming in de zin van artikel 19, b van Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen?
4) Is de waarmerking als Europees Executoriale Titel voor niet-betwiste schuldvorderingen een rechtsprekende handeling die gevorderd moet worden in de inleidende akte? In bevestigend geval dient de rechter de beslissing te waarmerken als Europees Executoriale Titel en dient de griffier het bewijs van waarmerking af te leveren?
In ontkennend geval: kan het de taak zijn van een griffier om de beslissing te waarmerken als Europese Executoriale Titel?
5) In het geval dat de waarmerking als Europees Executoriale Titel geen rechtsprekende handeling is, kan de verzoeker - die niet de inleidende akte heeft aangewend om een Europese Executoriale Titel te vorderen - achteraf, na het definitief worden van de beslissing, de griffier verzoeken om de beslissing te waarmerken als Europese Executoriale Titel?".

Specifiek beleidsterrein: VenJ

Gerelateerde documenten