C-303/20 Ultimo Portfolio Investment

Contentverzamelaar

C-303/20 Ultimo Portfolio Investment

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     8 september 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     25 oktober 2020

Trefwoorden : consumenten; kredietovereenkomsten; strafrecht

Onderwerp :

Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake  kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad;

 

Feiten:

Kredietgever Aasa Polska en verweerster KM hebben een overeenkomst inzake een lening gesloten. KM had op de datum van sluiting van de overeenkomst verplichtingen uit hoofde van 23 lening- en kredietovereenkomsten (totaalbedrag 261.850,- PLN). De echtgenoot van KM (AB) was op de datum van sluiting van de overeenkomst gebonden aan verplichtingen uit hoofde van 24 lening- en kredietovereenkomsten (totaalbedrag 457.830,00 PLN). Op de datum van sluiting van de overeenkomst werkte KM in loondienst op grond van een arbeidsovereenkomst die voorzag in een nettoloon van 2.300,- PLN. KMs echtgenoot had wegens ziekte geen inkomsten. Voorafgaand aan de sluiting van de overeenkomst heeft de kredietgever verzuimd vaststellingen met betrekking tot de vermogenssituatie van KM en de door haar verschuldigde bedragen te doen. De schuldvordering uit hoofde van de leningovereenkomst is overgedragen aan Ultimo Portfolio Investment (Luxembourg). De rechtsopvolger van de kredietgever heeft de verwijzende rechter verzocht KM te veroordelen tot betaling van een bedrag van 7.139,76 PLN, vermeerderd met de wettelijke vertragingsrente. KM heeft geconcludeerd tot verwerping van de vordering in haar geheel.

 

Overweging:

Lidstaten kunnen volgens de richtlijn sancties vaststellen voor kredietgevers die nalaten de kredietwaardigheid van de consument te beoordelen voordat de kredietovereenkomst wordt gesloten. Volgens de nationale rechter voldoet de Poolse sanctie (geldboete van 20 - 5.000 PLN) niet aan de vereisten van de richtlijn; doeltreffend evenredig en afschrikkend. De nationale rechter is van oordeel dat het stellen van de onderhavige prejudiciële vraag noodzakelijk is om de hierboven uiteengezette twijfels weg te nemen en om in deze zaak de juiste beslissing te nemen. Het antwoord op deze vraag is rechtstreeks relevant voor de beoordeling van de gevolgen van de niet-nakoming van de verplichting tot het beoordelen van de kredietwaardigheid van de consument en zal bovendien, zowel in deze zaak als in andere zaken die feitelijk en rechtens identiek of vergelijkbaar zijn, een referentiepunt vormen. Het antwoord is nodig omdat het Hof zich nog niet rechtstreeks over de in de vraag uiteengezette kwesties heeft uitgesproken, en gelet op de hierboven geschetste niet-nakoming van de verplichting tot het beoordelen van de kredietwaardigheid van de consument, een praktijk die de verwezenlijking van de doelstellingen van de richtlijn volgens de nationale rechter negatief beïnvloedt en de doeltreffendheid van het gemeenschapsrecht in aanzienlijke mate in gevaar brengt.

 

Prejudiciële vraag:

Is de in artikel 138c, lid 1, van de Poolse kodeks wykroczeń (wetboek overtredingen) in het vooruitzicht gestelde sanctie van aansprakelijkheid voor een overtreding in het geval van de niet-nakoming van de verplichting om de kredietwaardigheid van de consument te beoordelen bedoeld in artikel 8, lid 1, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake  kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad een adequate en toereikende tenuitvoerlegging van het vereiste in artikel 23 van deze richtlijn om in het nationale recht van de lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor niet-nakoming door een kredietgever van de genoemde verplichting?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: LCL Le Crédit Lyonnais C-565/12;

Specifiek beleidsterrein: EZK; FIN; JenV