C-315/20 Regione Veneto

Contentverzamelaar

C-315/20 Regione Veneto

Prejudiciële hofzaak C-315/20 Regione Veneto

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     27 augustus 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     13 oktober 2020

Trefwoorden : afvalstoffen; overbrenging;

Onderwerp :

-           Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;

-           Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen;

 

Feiten:

Het geding betreft de voorafgaande toestemming die de vervoersonderneming Plan-Eco (verweerder) bij de Regione Veneto (verzoeker) had aangevraagd voor het overbrengen van behandelde afvalstoffen naar een cementfabriek in Slovenië om te worden gebruikt voor gezamenlijke verbranding. De onderneming die de afvalstoffen heeft behandeld, heeft daaraan Euralcode 19.12.12 toegekend op basis van de Europese afvalstoffenlijst. Partijen zijn het eens over de indeling. Het geschil is gerezen omdat de Regione Veneto toestemming voor de uitvoer heeft geweigerd. Tegen deze weigering heeft Plan-Eco beroep ingesteld bij de bestuursrechter in eerste aanleg (hierna: TAR) die het beroep heeft toegewezen. De Regione Veneto heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij de verwijzende rechter, de hoogste bestuursrechter. De Regione Veneto heeft haar weigering van toestemming voor grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen naar een Europees land gebaseerd op de stelling dat voor het verkeer van afvalstoffen, ongeacht de toegekende Euralcode, de kwalificatie daarvan als gemengd stedelijk afval relevant moet worden geacht indien de mechanische verwerking van de oorspronkelijke afvalstoffen de oorspronkelijke eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd. Dit was in casu het geval.

 

Overweging:

Ten aanzien van deze feitelijke situatie vraagt de verwijzende rechter zich af wat beslissend moet worden geacht: a) de indeling (Euralcode 19.12.12) van de over te brengen afvalstoffen, die terecht is toegekend aangezien zij het resultaat zijn van een mechanische verwerking in een installatie, waarbij niet relevant is of de gebruikte mechanische verwerking de eigenschappen van de afvalstof, die oorspronkelijk gemengd stedelijk afval was, al dan niet heeft veranderd; of b) hoe dan ook de oorspronkelijke aard van de aan de verwerking onderworpen afvalstof, zodat de indeling naar Euralcode slechts relevant is indien zij de oorspronkelijke eigenschappen van de afvalstof hebben verloren. De oplossing van het vraagstuk vergt een uitlegging van de uitdrukkelijk in de prejudiciële vraag genoemde bepalingen van Unierecht, zodat de zaak met het oog op een prejudiciële beslissing naar het Hof moet worden verwezen.

 

Prejudiciële vragen:

in een situatie waarin geen gevaarlijk afval bevattend, gemengd stedelijk afval mechanisch door een installatie is behandeld voor energieterugwinning (handeling R1/R12 als bedoeld in bijlage C bij de Italiaanse milieuwet), en na afloop daarvan in theorie blijkt dat de behandeling de oorspronkelijke eigenschappen van het gemengd stedelijk afval niet wezenlijk heeft veranderd, doch daaraan Euralcode 19.12.12 is toegekend, wat niet door partijen is betwist;

met het oog op de beoordeling van de rechtmatigheid van de bezwaren van het land van herkomst tegen het verzoek om voorafgaande toestemming voor de overbrenging van het behandelde afval naar een Europees land naar een productieinstallatie waar het wordt gebruikt voor gezamenlijke verbranding, of hoe dan ook voor energieopwekking, welke bezwaren de bevoegde autoriteit van het land van herkomst heeft ingediend op grond van de beginselen van richtlijn 2008/98/EG, en inzonderheid de rechtmatigheid van bezwaren die, zoals in de onderhavige zaak, zijn gebaseerd op:

-           het beginsel van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu (artikel 13);

-           de beginselen van zelfvoorziening en nabijheid als bedoeld in artikel 16, lid 1, waarin is bepaald: ,De lidstaten nemen passende maatregelen, in samenwerking met andere lidstaten wanneer zulks noodzakelijk of raadzaam is, om een adequaat geïntegreerd netwerk tot stand te brengen van afvalverwijderingsinstallaties en van installaties voor de nuttige toepassing van gemengd stedelijk afval, ingezameld van particuliere huishoudens, ook indien die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, rekening houdend met de beste beschikbare technieken ʼ ;

-           het in artikel 16, lid 2, laatste volzin, vastgestelde beginsel, dat als volgt luidt: ,De lidstaten kunnen tevens transport naar het buitenland van afval om milieuredenen beperken, zoals bepaald in verordening (EG) nr. 1013/2006 ʼ ; overweging 33 van deze richtlijn, waarin staat te lezen: ,Voor de toepassing van verordening (EG) nr. 1013/2006 [...] betreffende de overbrenging van afvalstoffen blijft gemengd stedelijk afval als bedoeld in artikel 3, lid 5, van die verordening, gemengd stedelijk afval, zelfs wanneer het een afvalverwerkingsoperatie heeft ondergaan dat de eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd ʼ ,

[a)] maken de Europese afvalstoffenlijst (inzonderheid Euralcode 19.12.12, afval van mechanische afvalverwerkingsinstallaties voor handelingen van nuttige toepassing R1/R12) en de indelingen daarvan inbreuk op de [Unie]regeling inzake de overbrenging van afvalstoffen die vóór de mechanische behandeling gemengde stedelijke afvalstoffen waren, en zo ja, in hoeverre?

[b)] meer in het bijzonder, hebben de genoemde bepalingen van artikel 16 van richtlijn 2008/98/EG en overweging 33 daarvan, die uitdrukkelijk de overbrenging van afvalstoffen betreffen, met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen die het resultaat zijn van de behandeling van gemengd stedelijk afval, voorrang op de indeling in de Europese afvalstoffenlijst?

[c)] en, kan het Hof, indien het dat raadzaam en nuttig acht, specificeren of deze lijst van regelgevende aard is of daarentegen louter een technische certificering vormt waarmee alle afvalstoffen kunnen worden getraceerd?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW