C-342/20 Veronsaajien oikeudenvalvontayksikkö

Contentverzamelaar

C-342/20 Veronsaajien oikeudenvalvontayksikkö

Prejudiciële hofzaak C-342/20  Veronsaajien oikeudenvalvontayksikkö

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     6 oktober 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     22 november 2020

Trefwoorden : beleggingsfondsen; inkomstenbelasting;

Onderwerp :   Artikelen 49, 63 en 65 VWEU;

 

Feiten:

Verzoekster is een beleggingsfonds naar Frans recht dat de vorm heeft van een vennootschap met veranderlijk kapitaal en investeert in vastgoed in Frankrijk en de eurozone. Verzoekster wordt vertegenwoordigd door een andere vennootschap, die overeenkomstig de wet en haar statuten namens verzoekster alle beslissingen neemt en tevens het fonds beheert. Verzoekster kan zelf geen rechtshandelingen verrichten. Geen van beide vennootschappen heeft in Finland kantoren of enig andere vestiging van waaruit – al was het maar gedeeltelijk – het beheer of besluitvorming plaatsvindt voor de Finse vastgoedinvesteringen. De vennootschap verantwoordelijk voor beslissingen beheert de Finse beleggingen volledig vanuit Frankrijk. Op grond van de tuloverolaki (Finse wet inzake inkomstenbelasting) en het tussen Finland en Frankrijk gesloten belastingverdrag blijkt duidelijk dat verzoekster in beginsel in Finland belastingplichtig is. Aangezien een Fins beleggingsfonds een van inkomstenbelasting vrijgestelde instelling is, moet worden uitgemaakt of, in het licht van het beginsel van vrij verkeer van kapitaal van het VWEU en de EER-Overeenkomst, de belastingvrijstelling ook kan worden toegepast op met Finse beleggingsfondsen vergelijkbare niet-ingezeten fondsen. De bepalingen van de Finse belastingwet zorgen enkel op basis van de lidstaat van vestiging van het beleggingsfonds voor een verschil in belastingheffing in Finland tussen een Fins en een Frans beleggingsfonds. Verzoekster meent dat zij een met een Fins beleggingsfonds vergelijkbare marktdeelnemer is, die in Finland niet belastingplichtig is. Verzoekster vertoont kenmerken die volgens de rechtspraak van het Hof in wezen objectief vergelijkbaar zijn met die van een Fins beleggingsfonds.

 

Overweging:

In deze zaak dient te worden uitgelegd of het bepaalde in § 20a van de belastingwet in strijd is met de artikelen 49, 63 en 65 VWEU, omdat volgens deze wettelijke bepaling uitsluitend bij overeenkomst geregelde niet-ingezeten open-end beleggingsfondsen worden gelijkgesteld met een van inkomstenbelasting vrijgesteld Fins beleggingsfonds, waardoor bijvoorbeeld een beleggingsfonds in de vorm van een vennootschap als verzoekster niet kan worden gelijkgesteld met een Fins van inkomstenbelasting vrijgesteld beleggingsfonds. Volgens de Finse wetgeving inzake beleggingsfondsen kunnen beleggingsfondsen uitsluitend bij overeenkomst worden opgericht.

 

Prejudiciële vragen:

Dienen de artikelen 49, 63 en 65 VWEU aldus te worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een  nationale regeling volgens welke uitsluitend bij overeenkomst geregelde niet-ingezeten open-end beleggingsfondsen kunnen worden gelijkgesteld met een Fins van inkomstenbelasting vrijgesteld beleggingsfonds, waardoor niet-ingezeten beleggingsfondsen die, gelet op hun rechtsvorm, niet bij overeenkomst zijn geregeld, in Finland onderworpen zijn aan bronbelasting, ook al is er geen ander belangrijk objectief verschil tussen de situatie van deze fondsen en die van de Finse beleggingsfondsen?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Aberdeen Property Fininvest Alpha Oy (C-303/07); Santander Asset Management (C-338/11 – C-347/11); Emerging Markets Series of DFA Investment Trust Company (C-190/12); Köln-Aktienfonds Deka (C-156/17);

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal