C-353/20 Skeyes

Contentverzamelaar

C-353/20 Skeyes

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     1 oktober 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     17 november 2020

Trefwoorden : luchtruim; stakingen; mededinging; dienst

Onderwerp :

-           Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim;

-           Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim;

 

Feiten:

Skeyes is een “autonoom overheidsbedrijf” dat het monopolie heeft op het beheer en de controle van het Burgerluchtvaartverkeer in België. Ryanair opereert in België vanaf de luchthavens van Charleroi en Brussel. Skeyes heeft tussen februari en mei 2019 meermaals het Belgische luchtruim gesloten wegens een gebrek aan beschikbaar personeel vanwege stakingen en acties. Ryanair stelt dat de luchtvaartmaatschappijen in de meeste gevallen niet tijdig zijn geïnformeerd en dus niet in staat zijn geweest de negatieve gevolgen van deze acties voor de passagiers te beperken. Bij de laatste actie van 16-05-2019 heeft Ryanair een uiterst spoedeisend verzoekschrift ingediend bij de verwijzende rechter. De verwijzende rechter heeft dit op dezelfde dag toegewezen door Skeyes te gelasten: “de dienst waarvan zij het monopolie heeft uit te voeren, zodat het luchtverkeer normaal kan plaatsvinden, op straffe van een dwangsom van €250.000,- per uur waarin het Belgische luchtruim als gevolg van de staking van luchtverkeersleiders gesloten blijft”. De rechtsgevolgen van deze beschikking waren beperkt tot de periode van 16 tot 24 mei 2019. Bij deurwaardersexploot van 21-06-2019 heeft Skeyes derdenverzet tegen de beschikking van 16-05-2019 aangetekend.

 

Overweging:

Het is aan de verwijzende rechter om na te gaan of, ondanks de aan Skeyes verleende discretionaire bevoegdheid, die tot gevolg heeft dat alleen deze onderneming in het algemeen belang kan beoordelen welke beslissingen zij moet nemen, Ryanair uit hoofde van de subjectieve rechten waarvan zij de bescherming vordert Skeyes kan dwingen verantwoording af te leggen over de omstandigheden waarin deze discretionaire bevoegdheid wordt uitgeoefend. De verwijzende rechter merkt op dat de arresten van het Hof van Cassatie waarin de grenzen van de discretionaire bevoegdheid van de administratieve overheid zijn onderzocht, betrekking hebben op het vreemdelingenrecht dat voornamelijk nationaalrechtelijke normen kent. In dit geval betreft het geding specifieke Europese normen, die bij voorrang voor elk van de staten van de Unie gelden. Daarom is de verwijzende rechter van mening dat hij – om de eventuele grenzen van de aan de Europese luchtvaartexploitanten toegekende discretionaire bevoegdheid vast te stellen – de prejudiciële vragen aan het Hof moet voorleggen.

 

Prejudiciële vraag:

1. Moet verordening nr. 550/2004, en met name artikel 8 daarvan, aldus worden uitgelegd dat zij de lidstaten de mogelijkheid biedt om gestelde niet-nakomingen van de verplichting tot dienstverrichting door de verlener van luchtverkeersdiensten te onttrekken aan toetsing door de rechterlijke instanties van die lidstaat, dan wel moet zij aldus worden uitgelegd dat zij de lidstaten verplicht om, gelet op de aard van de te verrichten diensten, te voorzien in een doeltreffend beroep tegen gestelde niet-nakomingen?

2. Moet verordening nr. 550/2004, aangezien hierin wordt verduidelijkt dat „[h]et verlenen van luchtverkeersdiensten als bedoeld in deze verordening, [...] samen[hangt] met het uitoefenen van overheidsbevoegdheden die geen economisch karakter hebben dat de toepassing van de mededingingsregels van het Verdrag zou kunnen rechtvaardigen”, aldus worden uitgelegd dat zij niet alleen de eigenlijke mededingingsregels uitsluit, maar ook alle andere regels die gelden voor op een markt voor goederen en diensten opererende overheidsbedrijven en indirect betrekking hebben op de mededinging, zoals die welke de belemmeringen van de vrijheid van ondernemerschap en van dienstverrichting verbieden?

 

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: IenW; EZK