C-388/20

Contentverzamelaar

C-388/20

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     13 oktober 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     29 november 2020

Trefwoorden : levensmiddelen; voedselinformatie; consumenten

Onderwerp :

Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, richtlijn 90/496/EEG van de Raad, richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie;

Feiten:

Verweerster produceert o.a. het voorverpakte levensmiddel “Dr. Oetker Vitalis Knuspermüsli Schoko + Keks”. De smalle zijkant van de verpakking bevat onder het opschrift “Voedingswaarde-informatie” vermeldingen die enerzijds betrekking hebben op 100 gram van het product zoals dit wordt verkocht en anderzijds op een portie van het levensmiddel na bereiding, bestaande uit 40 gram van dit product en 60  milliliter melk met een vetgehalte van 1,5%. Op de voorkant van de verpakking worden de vermeldingen  die betrekking hebben op een portie van 100 gram van het levensmiddel na bereiding (40 gram van het product en 60 milliliter melk) herhaald. Verzoeker (federatie van consumentenorganisaties) is van mening dat de presentatie van verweersters product in strijd is met de bepalingen van de verordening aangezien op de voorkant van de verpakking niet de energetische waarde wordt vermeld die betrekking heeft op 100 gram van het product zoals dit wordt verkocht, maar de energetische waarde die betrekking heeft op 100 gram van het levensmiddel na bereiding. Omdat een sommatie niets had opgeleverd, heeft verzoeker een vordering ingesteld waarmee hij verzocht verweerster te veroordelen om in het kader van commerciële activiteiten voor “Vitalis Müsli” geen reclame te (laten) maken op deze wijze. Bovendien heeft verzoeker verzocht om vergoeding van de forfaitaire kosten ten bedrage van €214,- vermeerderd met rente. De rechter in aanleg heeft de vordering toegewezen, het hoger beroep van verweerster leidde tot afwijzing van de vordering. Met zijn door de appelrechter toegestane beroep tot Revision handhaaft verzoeker zijn vorderingen. Verweerster vordert verwerping van het beroep tot Revision.

Overweging:

Of het beroep tot Revision slaagt, hangt af van de uitlegging van artikel 31(3) en artikel 33(2) van de verordening. De vraag rijst of artikel 31(3) tweede alinea van de verordening aldus moet worden uitgelegd dat deze regeling uitsluitend geldt voor levensmiddelen die moeten worden bereid en waarvan de bereidingswijze is aangegeven (eerste prejudiciële vraag). Indien de eerste prejudiciële vraag ontkennend wordt beantwoord, rijst de vraag of met de uitdrukking “per 100 g” in artikel 33(2) tweede alinea van de verordening uitsluitend 100 gram van het product zoals dit wordt verkocht wordt bedoeld of – in ieder geval ook – 100 gram van het voor consumptie geschikt gemaakte levensmiddel (tweede prejudiciële vraag). Daarom dient de behandeling van de zaak voordat over dit beroep wordt beslist  te worden geschorst en dient het Hof te worden verzocht om een prejudiciële beslissing.

Prejudiciële vragen:

1) Moet artikel 31, lid 3, tweede alinea, van verordening nr. 1169/2011 aldus worden uitgelegd dat deze regeling uitsluitend geldt voor levensmiddelen die moeten worden bereid en waarvan de bereidingswijze is aangegeven?

2) Indien de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord, wordt dan met de uitdrukking „per 100 g” in artikel 33, lid 2, tweede alinea, van verordening nr. 1169/2011 uitsluitend 100 gram van het product zoals dit wordt verkocht bedoeld of – in ieder geval ook – 100 gram van het levensmiddel na bereiding?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-20/17; C-658/17;

Specifiek beleidsterrein: VWS; EZK