C-391/22 Tuke Busz  

Contentverzamelaar

C-391/22 Tuke Busz  

Prejudiciële hofzaak    

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    9 augustus 2022
Schriftelijke opmerkingen:                    26 september 2022

Trefwoorden: belastingen, personenvervoer, accijns

Onderwerp:

•            Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad

•            Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit

Feiten:

In de onderzochte periode (2017) verrichtte verzoekster op grond van een openbare-dienstcontract personenvervoer. In het kader van die activiteit heeft zij om teruggaaf verzocht van de accijns op commerciële gasolie. De belastingdienst heeft vastgesteld dat verzoekster haar recht op teruggaaf van accijns niet alleen had uitgeoefend voor de gasolie die zij nodig had voor het door haar uitgevoerde personenvervoer als zodanig, maar ook voor de gasolie die zij had gebruikt om de exploitatie van de voertuigen te verzekeren (reparatie, onderhoud, tanken). Bijgevolg heeft de belastingdienst het bedrag van de accijns op energieproducten voor de maanden januari tot en met december 2017 verhoogd met het bedrag van de accijns dat verzoekster had teruggevorderd met betrekking tot de brandstof die was vermeld op de reisbladen betreffende de herstellings- en onderhoudsperioden. Verweerster verwees in de zaak naar eerdere rechterlijke uitspraken. In het licht van het voorgaande komt de praktijk van de belastingdienst er derhalve op neer dat de dienstverlener weliswaar recht heeft op aftrek van accijns voor bepaalde transporten, maar niet voor ritten die worden gemaakt voor het onderhoud van bussen, voor reparaties van technische problemen of voor het tanken. Om de hierboven uiteengezette redenen heeft verweerster in haar besluit het standpunt ingenomen dat het verzoek van verzoekster om terugbetaling van de accijns voor de met het oog op herstelling en onderhoud gemaakte ritten, onrechtmatig is.

Overweging:

Verzoekster heeft om de inleiding van een prejudiciële procedure verzocht met het betoog dat zij geen enkel arrest van het Hof heeft aangetroffen dat de juridische uitlegging zou kunnen vergemakkelijken. Zij heeft de verwijzende rechter derhalve voorgesteld om een dergelijke procedure in te leiden om een einde te maken aan de rechtsonzekerheid over de uitlegging van de bewoordingen van de regel. Een andere reden om een dergelijke procedure in te leiden is dat, voor zover haar bekend is, alle Hongaarse ondernemingen voor personenvervoer over de weg zonder uitzondering op dezelfde wijze handelen als zij bij de vervulling van hun fiscale verplichtingen (ook die welke eigendom zijn van de staat), hetgeen dus de gehele sector in onzekerheid laat over deze kwestie. Onder verwijzing naar § 113, lid 3, van de nieuwe accijnswet voert zij aan dat deze bepaling de teruggaaf van accijns mogelijk maakt voor gas dat wordt gebruikt voor de activiteit (d.w.z. niet alleen tijdens ritten voor personenvervoer) van bussen die op aardgas rijden en dat het derhalve niet gerechtvaardigd was om een andere regel vast te stellen voor de teruggaaf van accijns op gasolie.

Prejudiciële vraag:

Zijn het besluit dat de Nemzeti Adó- és Vámhivatal (nationale belasting- en douanedienst) in de onderhavige zaak heeft genomen en de door deze dienst gevolgde praktijk, volgens welke ,,geregeld personenvervoer niet het aantal kilometers omvat dat moet worden gereden met het oog op het onderhoud en het bijtanken van vervoermiddelen die voor geregeld personenvervoer worden gebruikt”, verenigbaar met richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal