C-392/21 Inspectoratul General pentru Imigrari

Contentverzamelaar

C-392/21 Inspectoratul General pentru Imigrari

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     25 augustus 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     11 oktober 2021

Trefwoorden : veiligheid beeldschermapparatuur, correctiemiddelen, corrigerende brillen,

Onderwerp :

Artikel 9 van richtlijn 90/270 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid mbt het werken met beeldschermapparatuur. Moet de uitdrukking ‘speciale correctiemiddelen’ zo worden uitgelegd dat hieronder ook corrigerende brillen vallen?

Feiten:

Verzoeker was werkzaam bij de migratiedienst van de provincie Cluj. Hij heeft deze dienst verzocht om de kosten voor een correctiemiddel, in de zin van speciale bril, de glazen het montuur en de arbeidskosten, aan hem te vergoeden. Daarbij heeft hij aangevoerd dat hij vanwege zijn functie genoodzaakt was om zijn werkzaamheden te verrichten voor een beeldscherm met verschillende risicofactoren. Deze factoren hebben er bij hem toe geleid dat zijn gezichtsvermogen achteruit is gegaan. Als gevolg hiervan heeft hij op advies van een medisch specialist zijn bril vervangen.

Hij kan deze kosten niet op grond van het nationale socialezekerheidsstelsel vergoed krijgen.

Volgens verweerster heeft verzoeker niet aangetoond dat zijn gezichtsproblemen niet met normale middelen konden worden verholpen. Verder heeft de wetgever weliswaar bepaald dat werknemers een gezichtscorrectiemiddel moesten krijgen, maar niet dat de waarde daarvan moest worden vergoed.

Overweging:

De verwijzende rechter merkt op dat er geen definitie in de richtlijn

van de begrippen „speciale correctiemiddelen” en „normale correctiemiddelen” is, zodat niet kan worden beoordeeld welke speciale apparatuur ter correctie van het gezichtsvermogen tot de categorie van door de werkgever te verstrekken correctiemiddelen kan worden gerekend. Daarom moet worden vastgesteld of de uitdrukking al dan niet ook corrigerende brillen kan omvatten.

Deze rechter acht het bovendien nuttig te verduidelijken of het speciale gezichtscorrectiemiddel als bedoeld in artikel 9 van richtlijn 90/270 uitsluitend op de werkplek of bij het verrichten van arbeidstaken mag worden gebruikt of ook daarbuiten.

Richtlijn 90/270 spreekt van de rechten van de werknemers en de verplichtingen van de werkgevers in het licht van het resultaat van het oftalmologische onderzoek dat aan het begin en in de loop van de arbeidsverhouding wordt uitgevoerd. Bijgevolg zou een mogelijke uitlegging zijn dat, voor zover artikel 9 van de richtlijn een aspect van de arbeidsverhoudingen regelt, het verstrekte correctiemiddel altijd verband moet houden met de arbeidsverhouding, wat impliceert dat het enkel op de werkplek mag worden gebruikt. Er bestaan echter gezichtscorrectiemiddelen, zoals corrigerende brillen (waarvan in casu sprake is), die zowel op de werkplek als daarbuiten kunnen worden gebruikt. Op basis daarvan kan worden geoordeeld dat het relevant is dat het correctiemiddel op de werkplek wordt gebruikt, ongeacht of het daarbuiten ook wordt gebruikt.

Ook is er onduidelijkheid of het correctiemiddel door de werkgever moet worden verstrekt of dat de werkgever de kosten van aanschaf door de werknemer dient te vergoeden.

Prejudiciële vragen:

1) Moet de uitdrukking „speciale correctiemiddelen” in artikel 9 van richtlijn 90/270/EEG van de Raad van 29 mei 1990 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid met betrekking tot het werken met beeldschermapparatuur aldus worden uitgelegd dat corrigerende brillen daar niet onder kunnen vallen?

2) Moet de uitdrukking „speciale correctiemiddelen” in artikel 9 van richtlijn 90/270/EEG van de Raad aldus worden uitgelegd dat zij enkel betrekking heeft op middelen die uitsluitend op de werkplek of bij het verrichten van arbeidstaken worden gebruikt?

3) Heeft de in artikel 9 van richtlijn 90/270/EEG van de Raad neergelegde verplichting om een speciaal correctiemiddel te verstrekken enkel betrekking op de aankoop van het middel door de werkgever of kan zij ruim worden uitgelegd, in die zin dat zij ook de situatie omvat waarin de werkgever de kosten draagt die de werknemer maakt om het middel aan te schaffen?

4) Is het verenigbaar met artikel 9 van richtlijn 90/270/EEG van de Raad dat de werkgever deze kosten dekt in de vorm van een algemene salarisverhoging, die permanent wordt uitgekeerd als een „verhoging in verband met belastende arbeidsomstandigheden”?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: SZW.