C-396/20 CHEP Equipment Pooling 

Contentverzamelaar

C-396/20 CHEP Equipment Pooling 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     15 oktober 2020
Schriftelijke opmerkingen:                     1 december 2020

Trefwoorden : btw; teruggaaf; fiscale neutraliteit

Onderwerp :

-           Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn;

Feiten:

Verzoekster, een in België opgerichte onderneming, is eigenaar van het Europese palletbedrijf CHEP. Verzoekster heeft als in een andere EU-lidstaat gevestigde belastingplichtige op 28-09-2017 een verzoek ingediend tot teruggaaf van voorbelasting die zij over door haar tussen in 2016 in Hongarije verworven goederen en diensten had betaald. De belastingautoriteit in eerste aanleg verzocht om documenten en een verklaring over 143 facturen. Na ontvangst van de aanvullende gegevens heeft de belastingautoriteit in eerste aanleg het verzoek gedeeltelijk ingewilligd. De gedeeltelijke afwijzing had er mee te maken dat het gevorderde bedrag reeds (gedeeltelijk) was terugbetaald en omdat de teruggaaf van een hoger btw-bedrag dan op de factuur is vermeld niet mogelijk is. Verweerster heeft de beslissing van de autoriteit in eerste aanleg bevestigd. In het door haar ingestelde beroep in rechte heeft verzoekster om herziening van de beslissing van verweerster gevraagd. De rechter in eerste aanleg heeft het beroep van verzoekster verworpen. Volgens de motivering van dat vonnis zijn het recht op teruggaaf, de inleiding van een procedure en de bepaling van het voor teruggaaf in aanmerking komend btw-bedrag in handen van de aanvraagster/verzoekster. Verweerster kan slechts om aanvullende gegevens verzoeken wanneer deze noodzakelijk zijn om een gefundeerde beslissing te nemen of wanneer relevante informatie ontbreekt, waarvan in het onderhavige geval geen sprake was. Met haar cassatieberoep vraagt verzoekster om vernietiging van het vonnis in eerste aanleg en om toewijzing van haar verzoek. Zij betoogt dat dat vonnis in strijd is met het beginsel van fiscale neutraliteit. De rechter in eerste aanleg heeft geen rekening gehouden met het algemene beginsel van waarborg van de belastingprocedure door uitsluitend te onderzoeken of voldaan was aan de technische regels van de teruggaafprocedure.

Overweging:

In verband met de richtlijn rijst de uitleggingsvraag of de nationale belastingautoriteit zich in geval van een verschil ten nadele van de belastingplichtige op het standpunt kan stellen dat zij alle dienstige informatie heeft ontvangen om een gefundeerde beslissing over de teruggaaf te kunnen nemen, ook indien zij de belastingplichtige niet om aanvullende gegevens heeft gevraagd. Met andere woorden, of een geconstateerde afwijking tussen de in het verzoek en op de facturen vermelde bedragen geen dienstige informatie is waarover de belastingautoriteit aanvullende gegevens moet opvragen, zodat zij niet verplicht is om de aandacht op deze gebreken in het verzoek te vestigen.

Prejudiciële vraag:

Dient artikel 20, lid 1, van richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn aldus te worden uitgelegd dat de lidstaat van teruggaaf tot de slotsom kan komen dat het niet noodzakelijk is om aanvullende gegevens op te vragen en dat hij alle dienstige informatie heeft ontvangen om met betrekking tot het teruggaafverzoek een beschikking te kunnen geven, ook wanneer er ten nadele van de belastingplichtige onmiskenbare kwantitatieve verschillen bestaan tussen het teruggaafverzoek en de factuur, en evenredige toerekening niet aan de orde is?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: /

Specifiek beleidsterrein: FIN-fiscaal