C-396/21 FTI Touristik

Contentverzamelaar

C-396/21 FTI Touristik

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     20 augustus 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     6 oktober 2021

Trefwoorden : heersende ziekte op plaats bestemming alsmede wereldwijd, non conformiteit

Onderwerp : artikel 14, eerste lid van richtlijn 2015/2302 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen 

Feiten:

Verzoekende partijen zijn tijdens een vakantiereis in hotelcomplex geconfronteerd met verschillende maatregelen, zoals zwembadsluiting, om de Covid 19 pandemie te beteugelen.

Volgens verzoekers hebben zij om die reden recht op een verlaging van een evenredig deel van de reissom.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat er sprake was van de verwezenlijking van het algemene levensrisico waarvoor zij niet aansprakelijk is.

Overweging:

Op grond van artikel 14 van richtlijn 2015/2302 zien de lidstaten erop toe dat de reiziger recht heeft op een passende prijsverlaging voor iedere periode waarin er sprake was van non-conformiteit, tenzij de organisator bewijst dat de non-conformiteit aan de reiziger toe te schrijven is.

De verwijzende rechter wijst er op dat in de actuele rechtswetenschappelijke literatuur met betrekking tot de nieuwe regeling op grond van artikel 14, lid 1, van richtlijn (EU) 2015/2302 de met het algemene levensrisico verband houdende beperking nog steeds wordt aanvaard, maar voor de gevolgen van de Covid-19-pandemie uitgesloten [omissis].

In overweging 31 van richtlijn (EU) 2015/2302 wordt bij wijze van voorbeeld van onvermijdbare en buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 12, lid 2, eerste volzin, van die richtlijn de uitbraak van een ernstige ziekte op de reisbestemming genoemd.

Volgens de verwijzende rechter zou kunnen worden aangenomen dat bij de opstelling van de richtlijn geen rekening is gehouden met het geval van een pandemie.

Prejudiciële vragen:

Vormen beperkingen in verband met een op de plaats van bestemming heersende besmettelijke ziekte ook een geval van non-conformiteit in de zin van artikel 14, lid 1, van richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en van richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van richtlijn 90/314/EEG van de Raad, wanneer die beperkingen wegens de wereldwijde verspreiding van die besmettelijke ziekte zowel in de woonplaats van de reiziger als in andere landen zijn opgelegd?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie:

Specifiek beleidsterrein: EZK