C-407/20 Österreichische Apothekerkammer 

Contentverzamelaar

C-407/20 Österreichische Apothekerkammer 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    29 oktober 2020
Schriftelijke opmerkingen:                    15 december 2020

Trefwoorden : vrij verkeer goederen; kwantitatieve beperkingen; medische hulpmiddelen

Onderwerp :

-           Richtlijn 98/79/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek;

-           Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van richtlijn 98/79/EG en besluit 2010/227/EU van de Commissie;

Feiten:

Verweerster - met zetel in Duitsland - exploiteert een apotheek in Duitsland en verkoopt ook geneesmiddelen via een webshop. Via deze webshop verkoopt zij ook “hiv-tests voor persoonlijk gebruik”. Het gaat daarbij telkens om medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek ter vaststelling van de hiv-status die door de fabrikant zijn bestemd om door leken in een thuissituatie te kunnen worden gebruikt. Deze hiv-zelftests worden door verweerster ook aan klanten in Oostenrijk verkocht en geleverd. Verzoeker (de Oostenrijkse beroepsvereniging van apothekers) vordert dat verweerster wordt gelast niet langer hiv-tests voor persoonlijk gebruik tests op afstand aan te bieden dan wel via postorderverkoop te leveren. Hiermee zou verweerster inbreuk maken op het verbod dat is neergelegd in §2 van het besluit van de federale minister van Arbeid, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Consumentenbescherming inzake de levering van hiv-tests voor persoonlijk gebruik. De handelsrechter heeft de vordering in eerste aanleg afgewezen en de argumenten van verweerster in wezen onderschreven. Verzoekster is tegen deze beslissing opgekomen bij de verwijzende rechter. Verzoeker stelt dat de doelstelling om de verspreiding van hiv tegen te gaan, in gevaar komt wanneer niet alle vereiste maatregelen worden genomen om te voorkomen dat hiv-zelftests voor persoonlijk gebruik verkeerd worden uitgevoerd / verkeerde diagnosen opleveren. Het algemeen belang is er in hoge mate bij gebaat dat hiv-zelftests op gecontroleerde wijze en in het kader van een persoonlijk adviesgesprek worden afgegeven door adequaat opgeleid zorgpersoneel. Verweerster voert daartegen aan dat het verbod op postorderverkoop aan te merken is als een maatregel van gelijke werking in de zin van artikel 34 VWEU. Dit verbod kan niet worden gerechtvaardigd uit hoofde van de bescherming van de gezondheid in de zin van artikel 36 VWEU, aangezien het algehele verbod op postorderverkoop niet evenredig is en minder ingrijpende maatregelen denkbaar zijn die de nagestreefde doelen evengoed kunnen bereiken.

Overweging:

Het is voor de verwijzende rechter onduidelijk of het verbod op postorderverkoop, zoals ingesteld bij het besluit van de federale minister van Arbeid, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Consumentenbescherming inzake de levering van hiv-tests voor persoonlijk gebruik, kan worden gerechtvaardigd op grond van artikel 36 VWEU. Het antwoord op deze prejudiciële vraag is doorslaggevend voor de beslechting van het onderhavige geding

Prejudiciële vraag:

Moet artikel 36 VWEU aldus worden uitgelegd dat een nationaal verbod op de postorderverkoop van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek ter vaststelling van de hiv-status die door de fabrikant zijn bestemd om door leken in een thuissituatie te kunnen worden gebruikt, – dus een maatregel van gelijke werking als bedoeld in artikel 34 VWEU – gerechtvaardigd is ter bescherming van de gezondheid en het leven van personen?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: Ker-Optika C-108/09; Deutscher Apothekerverband C-322/01; Commissie / Oostenrijk C-497/03; Parkinson Vereinigung C-148/15;

Specifiek beleidsterrein: EZK; VWS