C-419/21 X 

Contentverzamelaar

C-419/21 X 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     21 september 2021
Schriftelijke opmerkingen:                     7 november 2021

Trefwoorden : handelstransactie; betalingsachterstand;

Onderwerp :

Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties;

Feiten:

Verweerder (ziekenhuis Z) heeft in het kader van een overheidsopdracht een overeenkomst gesloten met verzoeker (verkoper X) voor de levering van medische producten. De hoeveelheid van de partij goederen is vastgesteld in een bijlage bij de overeenkomst, en konden worden verminderd afhankelijk van de reële behoeften van het ziekenhuis. De verkoper had dan geen recht op schadevergoeding van het ziekenhuis. Daarom zijn opeenvolgende leveringen overeengekomen en is afgesproken dat het ziekenhuis de precieze leveringstijden mocht vaststellen door opeenvolgende „bestellingen” te plaatsen. In de overeenkomst is uitdrukkelijk vastgesteld dat deze „bestellingen” louter technische en organisatorische handelingen waren en voor het ziekenhuis geen enkele verplichting inhielden. De  brutowaarde van de overeenkomst en de prijs van de verschillende goederen konden gedurende de uitvoering van de overeenkomst niet worden verhoogd. Tevens is overeengekomen dat de betalingen achtereenvolgens voor elke opeenvolgende levering binnen een termijn van 60 dagen zouden plaatsvinden. Verweerder heeft bij twaalf deelbetalingen uit hoofde van twaalf zogenoemde „opeenvolgende leveringen” betalingsachterstand opgelopen. Verzoeker is van mening dat hij recht heeft op twaalf vaste bedragen uit hoofde van de twaalf te late betalingen, naar aanleiding waarvan vertragingsrente verschuldigd is. Verweerder stelt dat de verkoper slechts recht heeft op één vast bedrag, aangezien alle te late betalingen met een enkele handelstransactie verband houden.

Overweging:

Indien het Hof van oordeel is dat het Unierecht de betaling van een vergoeding voor elke te late betaling vereist of dat elk van de leveringen uit hoofde van de door de partijen gesloten overeenkomst volgens het Unierecht een transactie is, zal de nationale rechter een veelvoud van het vaste vergoedingsbedrag toekennen aan de schuldeiser. In het geval van een ontkennend antwoord zal hij de vordering afwijzen voor zover deze het enkelvoudige vergoedingsbedrag te boven gaat.

Prejudiciële vragen:

1. Moet artikel 6, lid 1, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties aldus worden uitgelegd dat in het geval van een overeenkomst waarin de partijen zijn overeengekomen dat er meerdere goederenleveringen zullen plaatsvinden en elke levering binnen een bepaalde daaropvolgende termijn wordt betaald, minstens een vast bedrag van 40 EUR verschuldigd is voor achterstand bij elke afzonderlijke betaling voor de verschillende leveringen, of vereist het Unierecht slechts dat de schuldeiser in dat geval een vast bedrag van 40 EUR moet kunnen invorderen uit hoofde van de volledige handelstransactie die uit meerdere leveringen bestaat, ongeacht het aantal te late betalingen voor de verschillende leveringen?

2. Is een overeenkomst die de levering van goederen als voorwerp heeft en die de leverancier ertoe verplicht om een bepaalde hoeveelheid goederen tegen een overeengekomen prijs te leveren aan de opdrachtgever en tegelijkertijd de opdrachtgever het recht toekent om eenzijdig te beslissen over de leveringstijden en de te leveren deelhoeveelheden, met inbegrip van de mogelijkheid om af te zien van een deel van de overeengekomen goederen zonder dat dit nadelige gevolgen met zich brengt, en de opdrachtgever ertoe verplicht elk van de deelleveringen te betalen binnen een termijn die ingaat wanneer de betreffende deellevering is ontvangen, een handelstransactie in de zin van artikel 2, punt 1, van richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, of is uit hoofde van deze richtlijn elk van deze deelleveringen naar aanleiding van de door de opdrachtgever te kennen gegeven behoefte een afzonderlijke handelstransactie, ook al vormt deze geen afzonderlijke overeenkomst in de zin van het nationale recht?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-199/19 RL

Specifiek beleidsterrein: JenV