C-437/21 Liberty Lines 

Contentverzamelaar

C-437/21 Liberty Lines 

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:     20 september 2021
Schriftelijke opmerkingen:                      6 november 2021

Trefwoorden : overheidsopdrachten; zeevervoer; onderhandse gunning; staatssteun

Onderwerp :

•          Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

•          Verordening (EEG) nr. 3577/1992 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten;

•          Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de  Raad van    23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad;

•          Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG.

Feiten:

In het kader van een aanbesteding door het Italiaanse ministerie van Infrastructuur en Vervoer (hierna: MIV) werd aan Liberty Lines een dienst gegund voor een snelle zeeverbinding voor personenvervoer tussen de havens van Messina en Reggio Calabria van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2018. Liberty Lines wilde de gunning op grond van de overeenkomst nog met een jaar verlengen, maar het MIV had de zeedienst al toevertrouwd aan Blueferries. Blueferries behoort volledig toe aan RFI en is ook al belast met de zeedienst tussen Messina en Villa San Giovanni. Liberty Lines heeft de rechter verzocht om het besluit tot gunning van de dienst aan Blueferries nietig te verklaren. Liberty Lines motiveerde dit verzoek met het argument dat de onderhandse gunning van de dienst, zonder voorafgaande aanbesteding, onwettig was omdat er geen sprake van een (nood)situatie zoals bedoeld in artikel 47, lid 11 bis van het Wetsbesluit nr. 50 van 24 april 2017. De rechter heeft Liberty Lines in het ongelijk gesteld. Vervolgens heeft Liberty Lines beroep ingesteld bij de verwijzende rechter.

Overweging:

De verwijzende rechter heeft ernstige twijfels over de verenigbaarheid van artikel 47, lid 11 bis van Wetsbesluit nr. 50/2017 met het EU-recht. De rechter baseert zich op drie gronden. Ten eerste onttrekt dat artikel de gunning van de dienst voor een snelle zeeverbinding voor personenvervoer tussen de havens van Messina en Reggio Calabria op ongerechtvaardigde wijze aan de markt en aan de regels inzake openbare aanbestedingen, hetgeen in strijd is met verordening 3577/1992. Ten tweede lijkt dat artikel een bijzonder of exclusief recht op de exploitatie van de snelle zeeverbinding tussen Messina en Reggio Calabria toe te kennen aan RFI, de vennootschap die werd opgericht door de concessiehouder die de nationale spoorweginfrastructuur exploiteert. Tenslotte lijkt dat artikel een staatssteunmaatregel in het leven te roepen die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen. Met name omdat dat artikel geen grenzen stelt aan de tijd die kan worden genomen om de financiële middelen te verkrijgen die nodig zijn om de openbare aanbesteding voor de betreffende gunning uit te schrijven.

Prejudiciële vragen:

Verzet het [Unie]recht, en met name de beginselen van vrij verkeer van diensten en maximale openstelling voor mededinging in het kader van openbare aanbestedingen van diensten, zich tegen een bepaling als artikel 47, lid 11 bis, van wetsbesluit nr. 50 van 24 april 2017, omgezet in wet nr. 96 van 21 juni 2017, die:

– het snelle personenvervoer over zee tussen de haven van Messina en die van Reggio Calabria gelijkstelt met het spoorvervoer over zee tussen het schiereiland en Sicilië, als bedoeld in artikel 2, onder e), van besluit nr. 138 T van 31 oktober 2000 van het Ministero dei Trasporti e della Navigazione (ministerie van Vervoer en Scheepvaart), of ten minste toestaat dat zij wettelijk worden gelijkgesteld;

– een voorbehoud creëert of lijkt te kunnen creëren ten gunste van Rete Ferroviaria Italiana S.p.A. wat betreft de dienst voor spoorverbindingen over zee, onder meer door de inzet van snelle schepen tussen Sicilië en het schiereiland toe te staan?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-515/18 (Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato)

Specifiek beleidsterrein: EZK, I&W