C-449/21 Towercast

Contentverzamelaar

C-449/21 Towercast

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).

Termijnen: Motivering departement:    27 september 2021
Schriftelijke opmerkingen:                    13 november 2021

Trefwoorden : mededinging; concentraties; misbruik machtspositie;

Onderwerp :

Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties

Feiten:

TDF Infrastructure heeft bij een op 23-06-2016 gesloten investeringsprotocol alle aandelen van haar concurrent Itas SAS, de moedermaatschappij van de groep, gekocht en heeft er alleenzeggenschap over verworven. Na deze transactie blijven er op de relevante Franse markt slechts twee dienstverleners over; TDF en TowerCast. De verwerving van Itas, die onder de in artikel 1 van verordening en artikel L. 430-2 van het wetboek van koophandel vastgestelde drempels bleef, gaf geen aanleiding tot een voorafgaande procedure voor de controle op concentraties noch tot de toepassing van de procedure voor verwijzing naar de Commissie als bedoeld in artikel 22 van de verordening. TowerCast heeft bij de mededingingsautoriteit een klacht ingediend waarin zij stelt dat de overname misbruik van een machtspositie vormt. Op 25-06-2018 is een mededeling van punten van bezwaar verstuurd naar de ondernemingen van de TDF-groep. Bij besluit van 16-01-2020 heeft de autoriteit geoordeeld dat het ten aanzien van de ondernemingen van de TDF-groep gestelde misbruik van een machtspositie niet was aangetoond en dat er dus geen reden was om de procedure voort te zetten. TowerCast heeft hierop beroep ingesteld en verzocht om nietigverklaring medevan het besluit. De ondernemingen van de TDF-groep verzoeken de cour d’appel de Paris om het besluit in zijn geheel te bevestigen en het beroep van TowerCast te verwerpen. Ook de autoriteit, de minister van Economische Zaken en het openbaar ministerie, die de in het bestreden besluit uiteengezette analyse delen, verzoeken de verwijzende rechter dit beroep te verwerpen.

Overweging:

Gelet op de rechtstreekse werking van artikel 102 VWEU en de draagwijdte die aan de bepalingen betreffende concentraties kan worden toegekend (artikel 21(1) van de verordening), heeft de verwijzende rechter twijfels over de uitlegging die aan deze laatste bepalingen moet worden gegeven inzake de onmogelijkheid om de uit het voornoemde primaire recht voortvloeiende mededingingsregels „in beginsel” autonoom toe te passen op een transactie die, zoals in casu:

- mogelijk voldoet aan de in artikel 3 van de verordening gegeven definitie;

- geen aanleiding heeft gegeven tot een preventieve controle, noch op grond van het Europese, noch op grond van het nationale recht inzake concentraties, en derhalve

- geen aanleiding geeft tot enig risico op cumulatieve toepassing van de verordeningen 139/2004 en 1/2003, of op tegenstrijdigheden ten gevolge van een dubbele analyse (ex ante en ex post). Aangezien het Hof zich nog niet heeft uitgesproken over de in casu aan de orde zijnde rechtsvraag, dient, gelet op de vastgestelde verschillen in uitlegging en teneinde de eenvormige uitlegging en toepassing van dit recht in de Unie te waarborgen, aan het Hof een prejudiciële vraag te worden voorgelegd.

Prejudiciële vraag:

Moet artikel 21, lid 1, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een concentratie die geen communautaire dimensie heeft in de zin van artikel 1 van deze verordening, die onder de in het nationale recht vastgestelde drempels voor een verplichte controle ex ante blijft en die geen aanleiding heeft gegeven tot een verwijzing naar de Europese Commissie krachtens artikel 22 van deze verordening, door een nationale mededingingsautoriteit wordt geanalyseerd als een bij artikel 102 VWEU verboden misbruik van een machtspositie, in het licht van de mededingingsstructuur op een markt van nationale dimensie?

Aangehaalde (recente) jurisprudentie: EDP/Commissie T-87/05; General Electric/Commissie T-210/01; Austria Asphalt C-248/16; Europemballage en Continental Can/Commissie 6-72;

Specifiek beleidsterrein: EZK