C-459/25 Woonstichting Lieven de Key
Zie bijlage voor de verwijzingsuitspraak, en klik hier voor het dossier van het Hof van Justitie (voor zover beschikbaar).
Termijnen: Motivering departement: 1 september 2025 Schriftelijke opmerkingen: 18 oktober 2025
Trefwoorden: Oneerlijke bedingen, proceskostenbeding, consumentenbescherming
Onderwerp: Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten: Artikel 6, lid 1; artikel 7, lid 1; artikel 8ter.
Stichting Woonstichting Lieven de Key verhuurt een parkeerplaats. In de huurovereenkomst is bepaald dat alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten bij niet nakomen van het huurcontract door de huurder voor diens rekening komen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit proceskostenbeding oneerlijk is voor zover het ziet op de buitengerechtelijke kosten. De vraag is of, na schrapping van het oneerlijke beding, de huurder die in een gerechtelijke procedure in het ongelijk wordt gesteld op grond van art. 237 Rv veroordeeld kan worden in de proceskosten. Daarbij rijst de vraag of dit verenigbaar is met richtlijn 93/13/EEG, aangezien toepassing van de nationale proceskostenregeling de door deze richtlijn beoogde afschrikkende werking tegen het gebruik van oneerlijke bedingen zou kunnen ondermijnen.
Prejudiciële vraag: Moeten de art. 6 lid 1, 7 lid 1 en 8ter van Richtlijn 93/13 aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat, in het geval dat de verkoper een oneerlijk proceskostenbeding in een overeenkomst hanteert en de overeenkomst na schrapping van het proceskostenbeding kan voortbestaan, de consument die in een gerechtelijke procedure in het ongelijk wordt gesteld, wordt veroordeeld in de proceskosten van de verkoper, overeenkomstig het nationale procesrecht, waarvan het oneerlijke proceskostenbeding ten nadele van de consument afweek?
Aangehaalde (recente) jurisprudentie: C-229/19 en C-289/19 Dexia Nederland, C-520/21 Bank M, C-349/18 en C-351/18, C-385/20 Caixabank, C-154/15, C-307/15 en C-308/15, C-561/19 Consorzio ltalian Management
Specifiek beleidsterrein: EZ; JenV