C-464/14 SECIL

Contentverzamelaar

Terug C-464/14 SECIL

Prejudiciële hofzaak

Zie bijlage rechts voor de verwijzingsuitspraak
Klik hier voor het volledige dossier van het Hof van Justitie
 

Termijnen: Motivering departement:   23 december 2014
(Concept-) schriftelijke opmerkingen:   9 januari 2015
Schriftelijke opmerkingen:                   9 februari 2015
Trefwoorden: (groeps-)belastingen (dividenden); vrij kapitaalverkeer; recht vrije vestiging; associatieovereenkomsten met Tunesië en Libanon

Onderwerp
- VWEU artikelen 49 (vrije vestiging), 63 (verbod beperkingen kapitaalverkeer) en 64 (standstill bepalingen)
- Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds; idem met Libanon
- Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen
 

Verzoekster is een POR NV die cement vervaardigt en in POR onderworpen is aan ‘groepsbelasting’. In 2000 verwerft zij deelneming in een Tunesisch bedrijf (in 2009 98,72% belang) en in 2002 in een Libanees bedrijf (2009 51,05% belang). Uit beide deelnemingen ontvangt verzoekster dividenden die zij verwerkt in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2009. De POR fiscus beschikt, maar geeft geen toepassing aan de regelingen dubbele belastingheffing. Verzoekster maakt bezwaar (mei 2012) stellende dat de belasting over de dividenden onwettig is. Verweerster (belastingdienst) stelt echter dat de POR regelgeving ter voorkoming van dubbele belastingheffing niet ziet op verzoeksters situatie en zij niet over de bevoegdheid beschikt de POR regeling buiten toepassing te laten. Volgens een advies uitgebracht door het Centro de Estudos Fiscais naar aanleiding van een eerder door verzoekster gevoerde zaak kan verzoeksters situatie enkel vallen onder de vrijheid van vestiging, die niet geldt ten aanzien van derde landen wegens het ontbreken van een samenwerkingskader conform RL 77/799. De standstillclausule is hier dan ook van toepassing. De mogelijke beperking van het vrije kapitaalverkeer rechtvaardigt verzoekster door te  wijzen op het gevaar van belastingfraude. Verzoeksters bezwaar wordt bij besluit van 17-10-2012 afgewezen.
In beroep stelt verzoekster strijd met internationaal publiekrecht en EUrecht omdat de POR regeling niet ziet op de belasting die verzoekster in POR al over de dividenden heeft betaald. Zij meent dat de bepalingen van de betreffende overeenkomsten rechtstreeks van toepassing zijn.

De verwijzende POR rechter (Tribunal Tributário de Lisboa) stelt vast dat het HvJEU nog geen uitspraak heeft gedaan over de vraag hoe de bepalingen van deze twee asociatie-verdragen moeten worden uitgelegd. Hij twijfelt met name aan de door verzoekster vermeende rechtstreekse toepassing van de door haar genoemde bepalingen c.q. het vrije verkeer van kapitaal. Hij stelt de volgende vragen aan het HvJEU:
1. Bevat artikel 31 van de overeenkomst met Tunesië een duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk voorschrift dat daarom rechtstreeks van toepassing is, zodat de vrijheid van vestiging op het onderhavige geval dient te worden toegepast?
2. Zo ja, heeft toepassing van de in deze bepaling vervatte vrijheid van vestiging dan het door verzoekster gestelde gevolg dat de regeling van integrale aftrek van artikel 46, lid 1, CIRC toepassing vindt op de dividenden die zij van haar dochteronderneming in Tunesië heeft ontvangen, en dat anders sprake is van schending van deze bepaling?
3. Bevat artikel 34 van de overeenkomst met Tunesië een duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk voorschrift dat daarom rechtstreeks van toepassing is, zodat het vrije kapitaalverkeer op het onderhavige geval dient te worden toegepast en moet worden aangenomen dat deze vrijheid mede ziet op de door verzoekster gedane investering?
4. Zo ja, heeft toepassing van het in deze bepaling voorziene vrije kapitaalverkeer dan het door verzoekster gestelde gevolg dat de regeling van integrale aftrek van artikel 46, lid 1, CIRC toepassing vindt op de dividenden die verzoekster heeft ontvangen van haar dochteronderneming in Tunesië?
5. Impliceert het bepaalde in artikel 89 van de overeenkomst met Tunesië dat de hierboven gestelde vragen bevestigend moeten worden beantwoord?
6. Is een restrictieve behandeling van de door Société des Ciments de Gabés uitgekeerde dividenden gerechtvaardigd, gelet op het feit dat het samenwerkingskader van richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen niet bestaat met Tunesië?
7. Bevatten de artikelen 31 en 33 lid 2, in hun onderlinge samenhang gelezen, van de overeenkomst met Libanon een duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk voorschrift dat daarom rechtstreeks van toepassing is, zodat het vrije kapitaalverkeer op het onderhavige geval toepassing moet vinden?
8. Zo ja, heeft toepassing van het in deze bepalingen voorziene vrije kapitaalverkeer dan het door verzoekster gestelde gevolg dat de regeling van integrale aftrek van artikel 46, lid 1, CIRC moet worden toegepast op de dividenden die zij van haar dochteronderneming in Libanon heeft ontvangen?
9. Impliceert het bepaalde in artikel 85 van de overeenkomst met Libanon dat de hierboven gestelde vragen bevestigend moeten worden beantwoord?
10. Is een restrictieve behandeling van de door Ciments de Sibline SAL uitgekeerde dividenden gerechtvaardigd, gelet op het feit dat het samenwerkingskader van richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen niet bestaat met Libanon?
11. Is artikel 56 EG (thans artikel 63 VWEU) in casu van toepassing en zo ja, volgt uit het in deze bepaling vervatte beginsel van vrij verkeer van kapitaal dat de regeling van integrale aftrek van artikel 46, lid 1, CIRC, of subsidiair de regeling van gedeeltelijke aftrek van lid 8 van dat artikel, moet worden toegepast op de dividenden die in het belastingjaar 2009 door Société des Ciments de Gabés SA en door Ciments de Sibline SAL aan verzoekster zijn uitgekeerd?
12. Ook al wordt ervan uitgegaan dat het vrije kapitaalverkeer in casu van toepassing is, wordt niet-toepassing op de betrokken dividenden van de in de toenmalige Portugese wet voorziene regelingen tot afschaffing of vermindering van economische dubbele belasting gerechtvaardigd door het gegeven dat met Tunesië noch met Libanon het samenwerkingskader van richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen bestaat?
13. Verzet de standstillclausule van artikel 57, lid 1, EG (thans artikel 64 VWEU) zich tegen toepassing van het beginsel van vrij verkeer van kapitaal, met de door verzoekster gestelde gevolgen vandien?
14. Moet de standstillclausule van artikel 57, lid 1, EG (thans artikel 64 VWEU) niet worden toegepast daar ondertussen de regeling van belastingvoordelen voor contractuele investeringen van artikel 41, lid 5, sub b, EBF en de regeling van artikel 42 EBF voor dividenden afkomstig uit Afrikaanse landen met het Portugees als officiële taal en Oost-Timor zijn ingevoerd?

Specifiek beleidsterrein: FIN mede EZ

Gerelateerde documenten